Column

Theatercritici moeten af en toe harder bijten

Wekelijks nemen de cultuurspecialisten van de Volkskrant stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst. Deze week: Hein Janssen.

'Naar mijn idee zijn ze op dit ogenblik eigenlijk allemaal overbeleefd. Ze bijten niet meer. Dat zou misschien kunnen komen doordat iedereen weet dat de sector het heel moeilijk heeft en ze zich daarvoor verantwoordelijk voelen.'

Aldus toneelschrijver Ton Vorstenbosch onlangs in een interview in Het Parool. Hij had het over theatercritici, die hem de laatste tijd niet meer zoveel interesseren omdat ze niet meer doorbijten. Het is misschien raar, maar ik voel me niet aangesproken. Beleefd alla, maar overbeleefd? Nee. Verantwoordelijk voor de sector omdat iedereen het zo zwaar heeft? Geenszins. Recensies in de krant zijn niet in eerste instantie bedoeld om de theatermakers te koesteren of om het publiek al dan niet de zaal in te duwen. Ze zijn er om het theateraanbod zo goed mogelijk te duiden, onder de aandacht te brengen, van commentaar te voorzien. Als een voorstelling goed is, schrijven we dat van harte op; als ze slecht is, doen we dat ook.

Pas geleden ontstond op Facebook enige discussie vanwege mijn nogal kritische recensie van Tsjechovs Oom Wanja. Een aantal theatermakers vond het liefdeloos om die voorstelling te vergelijken met eerdere (en betere) opvoeringen: het jaagt de mensen alleen maar weg. Terwijl ik dat juist een taak van de recensent vind: teruggrijpen op de historie en een link leggen naar het heden.

Dus ik snap ik die Vorstenbosch wel. De theaterkritiek is de laatste jaren inderdaad nogal braafjes en lievig voor de sector geworden. De tijd dat Ischa Meijer actrices actreutels noemde, Martin Schouten een voorstelling met een kanonskogel de verdoemenis inschoot (De Geeuw van Tsjechov) en de eerbiedwaardige professor Hans van den Bergh elke ingreep in Hamlet naar de filistijnen hielp, is voorbij.

En toch zou het moeten: af en toe flink bijten. Een scherpe pen scherpt de geest, ook van de lezer. Zeker nu veel kunstjournalistiek ook Uitkrant-journalistiek is geworden en kunst op televisie vooral van een hoog 'halleluja, komt dat zien!'-niveau is. Beter een beetje bijten dan kritiekloos meedeinen op de golven van meewarigheid.

Soms word je ook teruggebeten. Of je krijgt echt een klap, zoals lang geleden die legendarische dreun die acteur Carol van Herwijnen mij gaf nadat ik hem onheus had bejegend in het destijds populaire tv-programma De Plantage. Dat incident, in theaterkringen bekend als de Lampenkap-affaire, komt voorbij in de documentaire Dingen die voorbijgaan van Michiel van Erp, die maandag wordt uitgezonden. De klap kwam destijds hard aan, maar de tijd heelt alle wonden. Bijten doet uiteindelijk geen pijn.

Dat neemt niet weg dat het natuurlijk erg fijn is als de zalen volstromen voor Micha Wertheim, Gijs Naber en Angels in America omdat die afgelopen week vier en vijf sterren in de krant kregen. Ik zou maar wat graag Sylvia Witteman een keertje naar zo'n voorstelling meenemen. Onlangs schreef ze in haar column dat toneel alleen verteerbaar is als je de tekst leest en niet als er ook nog acteurs aan te pas komen. 'Lekker lezen bij uw eigen haard en nóóit meer naar het theater', schreef ze. Kom op meid, laat huisgenoot, kroost en poezen een avond aan hun lot over (vinden ze vast niet erg), trek je stoutste schoenen aan en ga het theater in! Het zal je verbazen.

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Hein Janssen, Rutger Pontzen of Wieteke van Zeil stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.