Theater Tramlijn Begeerte

Azzini's regie leidt tot bij vlagen interessante maar te wisselvallige voorstelling.

Blanche Dubois, hoofdpersoon in Tennessee Williams' stuk Tramlijn Begeerte, leeft het liefst in het donker. En toch is haar leven één grote, ijzingwekkende schreeuw om gezien te worden. Bij voorkeur in mooi, zacht licht, van kaarsen en lampions. De mannen om haar heen moeten zoete woorden fluisteren, liefst poëzie. Maar de realiteit is anders: Blanche Dubois moet zien te overleven in knalhard daglicht, tussen ruwheid, platvloersheid en geweld. Williams schreef zijn stuk in 1947 toen hij behoorlijk met zichzelf overhoop lag. In Blanche zit hij ook een beetje zelf - in die zoektocht naar beschaving, aandacht en magie.


Tramlijn Begeerte in de regie van Marcus Azzini, de nieuwe artistiek directeur van Oostpool, is opgefrist, dat is zeker. In een nieuwe vertaling en in het toneelbeeld. Die vertaling van Rob Klinkenberg is vlot, puntig en snel - hoewel die van Eric de Kuyper destijds voor het Zuidelijk Toneel zachter was, en poëtischer. Het toneelbeeld van Theun Mosk behelst een grote, kubusachtige ruimte, opgetrokken uit donkere planken waartussen schaars licht valt. Dit is het hol van Stanley Kowalski en zijn vrouw Stella, de zuster van Blanche.


Het stuk begint als Blanche onderdak bij hen zoekt. Berooid is ze uit haar zuidelijke stad vertrokken; ooit leefde ze daar op het familielandgoed Belle Rêve in grandeur, maar financiële problemen, verkeerde mannen en een hang naar te jonge jongens hebben haar tot outcast gemaakt. Als meisje trouwde ze met een jonge dichter, beeldschoon maar ook 'tegennatuurlijk'. Toen dat uitkwam, schoot hij zichzelf voor het hoofd. Daarna is het met Blanche nooit meer goed gekomen en zoekt ze een heenkomen van het ene lekkende dak naar het andere.


In Stella (Kristen Mulder) vindt zij de begripvolle zus, maar Stanley (Dragan Bakema) is haar tegenpool, de vijand, die met zijn Poolse afkomst, brute gewoonten en pokerende vrienden alles vertegenwoordigt wat zij verwerpelijk vindt, dierlijk, en los van elke beschaving.


Maria Kraakman speelt Blanche en doet dat opmerkelijk luchtig, geheel in stijl van de opfrisbeurt die Azzini dit prachtige, maar inktzwarte toneelstuk heeft gegeven. Het is allemaal net iets té. Het lijkt wel of Kraakman auditie doet voor een nieuwe serie Gooische Vrouwen, met die opgewekte comedy-toon, die aangezette mimiek, dat 'de gekke meid uithangen'. Leuk hoor, en technisch knap, maar het klopt niet met het drama dat zich ten slotte in haar moet voltrekken. Ze is eerder een beetje raar meisje dan een verloren prinses. Kraakmans mooiste scène is die waarin Stanley haar voor haar verjaardag een buskaartje geeft, enkele reis terug naar huis. Ophoepelen jij! En die boodschap komt hard aan. Dan betrekt haar gezicht, en in een gruwelijke grimas blaast ze de aftocht, zonder woorden, maar angstaanjagend.


Ronduit een openbaring is het acteren van Dragan Bakema als Stanley. Ik heb nooit enige sympathie voor dat personage gehad, maar Bakema laat naast bruutheid ook onmacht zien, en zelfs kwetsbaarheid. Hij speelt zijn rol heftig, en op de juiste manier ook strak en gestileerd. Hij is net zo zoekende naar zijn plek in dit armetierige bestaan als Blanche.


Kirsten Mulder is een aandoenlijke, strijdbare Stella, en Stefan Rokebrand speelt Mitch, de wat sneue tijdelijke vrijer van Blanche. Sullig, dat is kennelijk zijn rolopvatting, waarmee hij wel de lachers op zijn hand krijgt, maar de tragedie om zeep helpt. Ook de scène waarin Blanche de jongen van de krantenwijk probeert te verleiden - om weer even vrouw te zijn, en begeerlijk - is eerder kolderiek dan treurig. Mooi daarentegen is wel weer trompettist Michael Varekamp die voor harde, soms geile tegentonen zorgt. En ja, die twee grote Blanche-monologen over de liefde die doodging en de zoektocht naar magie, blijven onverwoestbaar sterk.


Op Tramlijn Begeerte kun je zeker een stellige regie-opvatting loslaten, zolang je de diepte ervan maar intact laat. Ivo van Hove deed dat ooit met een legendarische voorstelling die meedogenloos was, maar ook hevig gestileerd, met Chris Nietvelt als trillende nachtvlinder in het centrum. Eric De Vroedt zette het stuk een paar jaar geleden over naar een bovenwoning in de Jordaan, waar het publiek naar binnen keek - en het werkte.


Marcus Azzini heeft geprobeerd de lichte, intermenselijke kant te benadrukken. Het maakt zijn voorstelling bij vlagen interessant, maar vooral wisselvallig en onevenwichtig. Deze tram komt met horten en stoten ten slotte op het eindstation aan, waar Blanche wordt afgevoerd en de anderen staan te snotteren. Maar zonder magie - en dat mis je het meest.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden