Theater als event

Groot, groter, grootst lijkt het theatermotto van nu. Maar achter de spektakel- stukken ligt een kale vlakte waar steeds minder groeit. Plus: 3 x de 10 beste voorstellingen.

Een paar weken geleden hing hij er ineens, midden op Times Square: de enorme billboard van ANNE. Ook CNN besteedde aandacht aan de voorstelling. Heel New York moest en zou weten dat er ergens ver weg in Nederland een theaterproductie was gemaakt over Anne Frank. Ooit was er die Amerikaanse toneelversie van het Dagboek van Anne Frank (1955), maar nu kreeg Anne in het theater een nieuw leven.


In eigen land beheersten de voorbereidingen, première en nasleep ervan de kunstpagina's en talkshows. Niet zo gek: een miljoenenproject met vermogende geldschieters waarvoor in Amsterdam een heel nieuw theater werd gebouwd. Grote vraag: zou dat wel kunnen, spektakeltheater met allerlei technische toeters en bellen over een zo beladen onderwerp?


Het kon. ANNE ging in première, de koning was erbij, de recensies waren gemengd en met die toeters en bellen bleek het mee te vallen. In de kern is deze productie een nogal traditioneel toneelstuk over een gezin op een benauwd onderduikadres. Of ANNE het gaat redden, daar zijn de meningen intussen over verdeeld. De productie is in elk geval tot eind dit jaar te zien, maar om uit de kosten te komen zou ze een jaar moeten staan. Er wordt nu vooral gegokt op de internationale toeristenmarkt. Op cruiseschepen vol rijke Amerikanen die met een bootje worden opgehaald om over het IJ naar Theater Amsterdam te varen. Op Times Square worden ze alvast nieuwsgierig gemaakt.


Groot, groter, grootst - daar gaat het tegenwoordig om in het theater. De immense decors van ANNE, de verbluffende paardenpoppen van War Horse, het niet te stuiten succes van Soldaat van Oranje - heel Nederland lijkt soms wel één groot theaterwalhalla.


Naast al deze megaspektakels is er aan de andere kant van het spectrum het internationale succes van onze grote toneelleiders en topgezelschappen. Zowel Ivo van Hove (Toneelgroep Amsterdam) als Johan Simons (Münchner Kammerspiele) deed dit seizoen opvallend vaak van zich spreken. Niet alleen met hun voorstellingen - dat is, mag je hopen, tenslotte hun kerntaak - maar ook doordat zij steeds vaker overal in de wereld opduiken. Met hun gezelschappen, en als zichzelf. Van Hove en Simons zijn naast hun vaste baan veelgevraagd gastregisseur bij opera- en toneelhuizen, van Madrid tot New York, en Toneelgroep Amsterdam (TA) en de Münchner Kammerspiele (MK) worden overal enthousiast onthaald. Romeinse Tragedies van TA was een groot succes in Londen en New York, MK werd in Duitsland uitgeroepen tot Gezelschap van het Jaar. Simons won de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs 2014 (150 duizend euro) en de Theaterprijs van de Stad Berlijn; Van Hove engageerde Juliette Binoche voor de titelrol in zijn komende, internationale productie Antigone.


Megaproducties voor een megapubliek die ook economisch interessant zijn, naast een doorbraak van artistiek hoogstaand Nederlands theater in het buitenland. Het kan niet op allemaal. 'Van het geld dat hier alleen al aan lichtspots hangt, kan ik minstens drie producties maken', fluisterde een armlastig theatermaker laatst in mijn oor bij weer een theaterspektakel.


Die simpele opmerking illustreert perfect de keerzijde van de medaille. Want op de bodem van het theaterlandschap, daar waar beginnende theatermakers hun eerste stappen zetten en reeds succesvolle makers een volgende, tekent zich langzamerhand de kaalslag af. Twee jaar nadat de productiehuizen en werkplaatsen nagenoeg zijn opgeheven, worden de gevolgen duidelijk. Er is nauwelijks nog een plek waar die makers in het kleine en middelgrote circuit begeleid, laat staan voldoende financieel ondersteund worden.


Eigenlijk ontfermen alleen De Toneelschuur in Haarlem en Frascati in Amsterdam zich over deze categorie theatermakers. Regionaal opereren Theaterproductiehuis Zeelandia in Middelburg en De Bonte Hond in Almere, die beide ook aan talentontwikkeling doen. Theater Bellevue in Amsterdam begeleidt vooral beginnende toneelschrijvers. En in die schaarse productieplekken, die hun geld ook nog eens bij elkaar moeten sprokkelen, worden vaak belangwekkende producties gemaakt.


Dat blijkt ook uit de toptienlijstjes van de drie Volkskrant-toneelcritici. Daarop staan uiteraard de grote namen, maar dit jaar ook opvallend veel jonge makers, kleine producties en beloften. Vooral De Toneelschuur heeft zich dit seizoen bewezen als plek voor puike voorstellingen van aankomende regisseurs. Gevestigde namen als Thibaud Delpeut en Erik Whien vinden er onderdak naast beginnende regisseurs als Olivier Diepenhorst en Paul Knieriem.


Pas geleden schreven meer dan veertig theatermakers en groepen een brief aan cultuurminister Jet Bussemaker. Daarin bepleiten zij aandacht voor juist de kwetsbare theatermakers, die ondersteuning behoeven en vooral kilometers moeten maken om straks door te groeien. Zonder stevige basis geen top. Na de zomer zal de minister zich buigen over haar dossiermap 'Talentontwikkeling'. De briefschrijvers willen daarover graag persoonlijk met de minister in gesprek. 'Maar vooral vragen wij u om een lange adem: vertrouw ons de kunst van de toekomst toe', besluit de brief.


Misschien moet het dan ook meteen gaan over het grote aantal studenten dat jaarlijks aan een van de theateropleidingen afstudeert. Toevallig vindt deze week in Amsterdam het IT's plaats, waarin de nieuwe lichting acteurs, dansers, regisseurs en choreografen zich presenteert. Vanavond is de uitreiking van de IT's Awards, met onder meer de Ton Lutz-Award voor het veelbelovendste regietalent. Aan die competitie doen dit keer maar liefst elf kandidaten mee, die straks allemaal staan te trappelen om voorstellingen te maken en het publiek te veroveren.


In het zomernummer van vakblad De Theatermaker worden ze alle elf ondervraagd. Wat doe je over twintig jaar, is een van de vragen. De meesten zien zich artistiek leider van een gezelschap worden en internationaal opereren. Marvin Beekhuijzen (28, regie-opleiding Toneelacademie Maastricht): 'Over twintig jaar ben ik vast nog kaler, ook in het theater maken.'


Theater anno 2014: alvast wennen aan de kaalslag.

Geen zomersluiting

Het publiek kan deze zomer uit veel theaterproducties kiezen, los van de bekende zomerfestivals. In Amsterdam speelt zowel Bedscènes met Tjitske Reidinga als Hij gelooft in mij in het DeLaMar gewoon door. Ook ANNE in Theater Amsterdam en War Horse in Carré zijn nagenoeg de hele zomer geprogrammeerd. Soldaat van Oranje is bijna dagelijks te zien in de Theaterhangar bij Katwijk.

Theaterfestival

Op het Theaterfestival 2014, van 4 t/m 14 september in diverse theaters in Amsterdam, is een aantal voorstellingen uit de lijstjes van de drie Volkskrant-critici te zien. Dat zijn Fellini, Met mijn vader in bed (wegens omstandigheden), Hamlet vs Hamlet, Schijn, Who's afraid of Virginia Woolf?, Achterkant, Hollandse Luchten I: Jeremia en The Truth about Kate. Zie ook tf. nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden