The thighs are the limit

Brute kracht is noodzakelijk om in het baanwielrennen op explosieve onderdelen uit te blinken. Renners zijn spierbonken die zware verzetten wegduwen met monsterlijke dijen. 'In deze sport is 80 procent kracht.'

Robert Förstemann, de meest gespierde renner van het wielercircuit, op de baan in Apeldoorn. Beeld Klaas Jan van der Weij

Hoe ver het kan gaan? Ver. De Nieuw-Zeelandse wielrenner Greg Henderson fotografeerde in 2012 tijdens de Olympische Spelen in Londen zijn ploeggenoot André Greipel met de broek op de enkels om zijn niet misselijke onderstel vast te leggen - de Duitser, succesvol sprinter op de weg, heeft niet voor niets de bijnaam de Gorilla.

Maar zijn bovenbenen vallen in het niet bij de bergachtige uitstulpingen op de dijen van de man die naast hem ook in zijn onderbroek poseert. Die horen bij Greipels landgenoot Robert Förstemann, in 2010 wereldkampioen teamsprint op de baan. Hij zou in Londen brons halen op dit onderdeel. Dijbeenomtrek: 73 centimeter. De foto die Henderson op Twitter plaatste, ging de wereld over. Verbijstering en bewondering vochten om voorrang. Thunderthighs. The thighs are the limit.

Het is niet de nieuwe norm, die 73. De genen van Förstemann zouden een enzym ontberen dat overmatige spierontwikkeling afremt. Maar wie wil meedoen om de prijzen op de explosieve onderdelen van het baanwielrennen - de sprint, keirin en korte tijdritten - moet het meer dan ooit van brute kracht hebben.

In het Omnisport Apeldoorn, dit weekeinde het decor van wereldbekerwedstrijden, is het snel zichtbaar als deelnemers zich voor een training van hun overgoed ontdoen. In bijna elk door hekken afgeperkt domein op het middenterrein zitten renners bij wie het lycra op spankracht wordt beproefd.

Neem in het Nederlandse vak Hugo Haak, met een lengte van 1.96 meter toch al een verschijning van formaat. De Europees kampioen uit 2015 op de teamsprint is in Apeldoorn vooral om te ontdekken of hij nog wel lol in het fietsen heeft. Hij viel door de terugkeer van Theo Bos naar de baan uit de selectie van de Spelen voor Rio de Janeiro en was daar zo kapot van dat hij zelfs even overwoog te stoppen.

Haak was van nature meer een type spijker. Toen hij zich zes jaar geleden als 18-jarige meldde op Papendal woog hij 75 kilo. Nu zit hij op de 100, dankzij de uren in het krachthonk, waar hij vooral in de weer is met halters. Trainen met toestellen is sinds enkele jaren taboe, spieren zouden zich er te eenzijdig door ontwikkelen. De grotere spiermassa's stellen hem in staat zwaardere versnellingen te trappen. Voor de ingewijden: 55 tanden voor en 12 tanden achter. Vond hij het niet wonderlijk, zo'n gedaanteverwisseling? 'Helemaal niet. Ik denk dat iedere jongen wel zo'n transformatie wil.'

Jeffrey Hoogland, in 2015 Europees kampioen sprint, teamsprint en tijdrit over één kilometer, is ook al zo'n mannetjesputter. 1.84 meter lang en in de na-olympische maanden weer op weg naar de 95 kilo. Hij laat geregeld als voorblad een scheprad met 60 tanden monteren. Hij haalt snelheden boven de 80 kilometer per uur. 'Ik denk dat het nog iets harder kan.'

Robert Förstemann Beeld Klaas Jan van der Weij

Naar Frans voorbeeld

Bij het squatten, kniebuigingen maken met gewichten op de schouder om het onderlichaam te versterken, tilt hij nu 230 kilo. 250 moet haalbaar zijn. Het zal hem uiteindelijk een snellere start en een nog hogere pieksnelheid opleveren, verwacht hij. 'In deze sport is 80 procent kracht, schat ik. De rest is souplesse en goed sturen.'

Intussen draaien de eerste renners hun oefenrondjes op de Apeldoornse baan, waarvan het hout onlangs is vernieuwd - de vorige laag vertoonde oneffenheden en liet splinters los. Er zwerft een gedempt gedreun door de zaal als groepjes uit diverse landen op hoge snelheid passeren.

Volgens de bondscoach van de Nederlandse baansprinters, René Wolff, zelf voormalig olympisch en wereldkampioen op de baan voor Duitsland, waren het de Fransen die vanaf 2004 de aanzet gaven tot het rijden met grotere verzetten. 'Zij gingen rijden met 50 of 51-12, het scheelde niet eens zoveel met wat de rest deed. Maar ze hadden er succes mee. De andere landen volgden. Nu is 59 voor al niet zo uitzonderlijk meer. De vrouwen rijden al zwaarder dan de mannen destijds deden.'

83,2 KILOMETER per uur is de hoogste snelheid die Jeffrey Hoogland bereikte op de baan

73 CENTIMETER is de dijbeenomtrek van de oud-wereldkampioen Robert Förstemann

25 KILO in zes jaar heeft baansprinter Hugo Haak aan gewicht gewonnen

Het mondt niet eens zozeer uit in hogere snelheden, zegt Wolff, de atleten houden het alleen langer vol. 'Je hoeft minder contracties te maken. Het aantal omwentelingen varieert van 135 tot 160 per minuut. Dat zijn er nog altijd wel zeker twee per seconde. Het is niet alleen stampen.' Goede renners, zegt hij, kunnen topvermogens van 3.000 watt leveren. 'Iemand als Marcel Kittel haalt op de weg 2.000. Het is een andere discipline. Wij zeggen: Marcel Kittel is geen sprinter. Kittel is een duursporter met een uitstekend sprintvermogen.'

De ontwikkeling naar de klerenkast op de fiets roept hier en daar gemengde gevoelens op. Ton Leenders is een ervaren krachttrainer. De voormalige gewichtheffer werkt onder anderen met schaatsers, waterpoloërs en de topturnsters Sanne en Lieke Wevers. Hij heeft zich nu ontfermd over baanwielrenster Laurine van Riessen. Volgens hem is er geen twijfel over de effectiviteit van de oefeningen.

'Maar er wordt veel naar elkaar gekeken. Eerst zag je de Britten steeds gespierder worden, die werden dan weer ingehaald door Duitsers en Australiërs, en Britse coaches hebben me verteld dat ze daar nu weer overheen willen. Ze gaan tegen elkaar op trainen. Een gespierd lichaam dreigt zo een doel te worden in plaats van een middel. Er dreigt overbelasting, met blessures en uiteindelijk afvallers tot gevolg. Een land als Nederland, met een niet al te grote selectie, kan zich dat niet veroorloven.'

Kracht is niet alles

De coach van Groot-Brittannië, de Duitser Jan van Eijden, beklemtoont dat er geen blauwdruk bestaat voor de lichaamsbouw van de ideale sprinter. 'Heb je Jason Kenny gezien? Drievoudig Olympisch kampioen in Rio. 1.78 lang, 80 kilo zwaar. Hele gewone verhoudingen. Zeker, spierkracht helpt. Maar het is ook talent, aanleg. Dat moet je niet beschadigen door te veel van ze te vragen. Ieder individu vraagt om een andere benadering.' Kracht is niet alles. Het is ook tactiek en beheersing van de fiets. 'Ik zoek fietstalenten zeker niet onder gewichtheffers en bodybuilders.'

Wolff zegt de belasting scherp in de gaten te houden. Zijn renners doen drie dagen per week twee tot drie uur aan krachttraining. 'Dat is niet eens zo veel, maar het gaat om de kwaliteit, de impact van de oefening, niet om de duur. We letten erop dat er voldoende hersteltijd is. We zijn zuinig op talent. We werken met conditietrainers, met fysiotherapeuten, we letten op voeding.'

Jeffrey Hoogland herkent zich niet in kopieergedrag. 'Het interesseert me niet hoe de ander eruit ziet.'

De fietsen hangen weer aan de rekken. Vederlicht zijn ze (6,8 kilo is het minimumgewicht), het frame is opgetrokken uit platte en taps toelopende buizen van carbon. De vraag dringt zich op of al die investeringen in gewichtsbesparing en aerodynamica teniet worden gedaan op het moment dat de Jerommekes van nu op het zadel plaatsnemen.

Leenders: 'Interessante kwestie. In krachttraining ontstaat vanzelf een gespierd bovenlichaam. Daar kun je weinig tegen doen. Het is niet erg, het gaat ook om de samenhang in het geheel. En zolang ze blijven winnen, hebben ze gelijk. Ze hebben er meer profijt dan nadeel van.'

Wolff: 'Het is ook nodig. Je moet je fiets stabiel zien te houden. Als een renner met één beentrap een druk van 290 kilo kan leveren, moet dat wel ergens worden opgevangen.'

Hugo Haak: 'Het is vooral belangrijk bij het accelereren. Probeer maar eens zonder handen een brug op te fietsen. Dat gaat niet.'

Van Eijden: 'Natuurlijk kijken we ook naar het gewicht van de renner. Stel dat hij bij een gewicht van 100 kilo 2.000 watt levert en bij 95 kilo 1950 watt. Dat is 0,5 watt meer per kilo. Dan zouden we proberen dat gewicht omlaag te brengen.'

Robert Förstemann Beeld Klaas Jan van der Weij

Komen de grenzen van wat fysiek op de wielerbaan mogelijk is in zicht? Wolff vermoedt zo langzamerhand van wel. 'De focus ligt nu erg op kracht. Het zal niet meer helemaal de andere kant opgaan, maar het kan zijn het talent om heel soepel rond te kunnen draaien weer belangrijker wordt.'

Leenders: 'Het verschuift altijd. Kijk naar de atletiek. Niemand had voor mogelijk gehouden dat zo'n lang persoon als Usain Bolt zo hard kon sprinten.' Van Eijden: 'Je ziet opvattingen zo om de tien tot vijftien jaar veranderen. Wie weet waar iemand ineens mee op de proppen komt. Daar zijn we allemaal nieuwsgierig naar.'

En kijk, daar fietst de gedrongen gestalte van Robert Förstemann, de Duitse atleet met de hamdijen. Hij rijdt bedaard zijn rondjes, bijna bedachtzaam.

Op het middenterrein is respect. Haak: 'Je ziet dat hij eigenlijk niet kan fietsen. Maar hij is erin geslaagd dat met kracht te compenseren.' Wolff: 'Ik zeg: een dijbeenomtrek van 73 centimeter is te veel. Hij vindt zelf van niet. Ik heb vroeger met hem gefietst. Ik dacht nooit dat hij de top zou halen. Dat hij er toch is gekomen, is een grote prestatie. Maar ik denk niet dat hij het hoogste niveau nog aankan. Daarvoor ontbeert hij toch de benodigde souplesse.'

Welk verzet?

Na de training eet Förstemann een banaan om daarna een fiets op de rollen te plaatsen voor een cooling down. Hij vertelt dat het niet de bedoeling was dat de foto van Greipel en hem naar de buitenwacht zou gaan. Het was een geintje, onderling. 'Je kunt zelfs zien dat mijn onderbroek niet schoon was.' Maar hij is er niet wrokkig over. 'Het heeft mij en het baanwielrennen bekender gemaakt.'

De omvang van zijn bovenbenen houdt hem niet echt bezig. 'Ik kan er niks aan doen. Ik ben een keer twee maanden gestopt wegens een blessure. Toen nam het snel af, maar zodra ik weer begon met trainen zat er zo weer 3 tot 4 centimeter bij. Het is nu eenmaal zo. Ik kan er moeilijk een stukje vanaf snijden.'

Welk verzet kan hij er eigenlijk mee ronddraaien? Förstemann kijkt naar beneden, naar zijn trappers en begint te lachen. 'Dat is geheim.' Zelfs van iemand wiens dijen in volle glorie de wereld zijn overgegaan, mag je niet verwachten dat hij meteen maar alles prijsgeeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden