The Rolling Stones verliezen hun vaart al na vier liedjes

De Rolling Stones zouden (zo hoorde je tot aan het NOS Journaal toe) te oud zijn voor de rock ' n' roll en niet meer relevant omdat ze van jeugdige rebellen tot oude zakenmannen verworden zijn....

Gijsbert Kamer

En rebels zijn de Rolling Stones welbeschouwd nooit geweest. Gewoon een stel slimme jongens uit de gegoede burgerij, en een gesjeesde economiestudent met goed zakeninstinct als zanger. Dat hun beste muziek na veertig jaar nog altijd beklijft heeft met nostalgie niks te maken. Iedere nieuwe generatie popliefhebbers wordt nu al decennialang opgevoed met Satisfaction, Paint It Black en Brown Sugar en zonder nu meteen Stones-fan te worden, doen die nummers iets met je. Keer op keer, ook in een voetbalstadion.

Natuurlijk, aan hun platen is, een enkele uitgezonderd (Tattoo You, 1981), al dertig jaar geen aardigheid te beleven, maar een van de belangrijkste redenen om nu toch weer eens naar de Stones te gaan kijken is dat ze dit keer geen nieuw album hebben om hun show aan op te hangen.

Niks geen Steel Wheels-rock, Voodoo Lounge-gedrein of Bridges To Babylon-gebral, maar louter klassiekers. En wanneer de Stones maandag in de Kuip met Brown Sugar hun eerste van zes Nederlandse shows openen, ben je toch weer blij dat je er bent. Wat een gitaarriff van die Richards en wat zit Charlie Watts weer cool achter zijn elementaire drumkit.

Het is warm in die Kuip, maar te doen. En wie het publiek, variërend van jeugdig tot pensioengerechtigd, ziet meedeinen laat wel na te zeggen dat de Stones geen bestaansrecht meer hebben.

Maar de euforie houdt niet lang aan. Na vier liedjes is de vaart eruit. Jaggers gedraaf over het podium maakt hem kortademig, en de ballads Wild Horses en You Cant't Always Get What You Want klinken aan het begin van de set al zo vermoeid als in een laatste toegift.

Goed, het is er warm, maar niet te warm voor Mick om een keer of drie van jasje te wisselen. Een wapperend jasje (ventilatoren op het podium) oogt blijkbaar beter dan geen jasje. Ook Keith wisselt vaker van shirt dan een notoir verkleedster als Diana Ross.

Paint It Black klinkt obligaat maar is nu eenmaal niet kapot te krijgen. De tekstregels van Tumbling Dice blijken echter onverstaanbaar. Het begint er werkelijk op te lijken dat zanger Mick Jagger de zwakste schakel in het geheel is. Prompt vertrekt hij om Keith Richards twee liedjes te laten zingen waaronder het fraaie Happy.

Pas halverwege lijkt het al gedaan. Sympathy For The Devil is

opgeleukt met een lelijke beat. En dat potsierlijke vuurwerk met metershoge vlammen maakt het op het veld alleen maar warmer.

Het lijkt ook alsof de heren er niet echt zin in hebben. Geen enkele keer hebben Jagger en Richards oogcontact, alleen gitaristen Wood en Richards kijken elkaar nog wel eens aan. Maar een stralend duo? Nee. Die afstandelijkheid wordt geaccentueerd wanneer de band voor drie liedjes uitwijkt naar een klein podium midden op het veld. Star Star kenmerkt zich door een wanhopig dralende Jagger. Hou je eens rustig, denk je bij jezelf, dan haal je in een volgend liedje tenminste de juiste toon.

Nee, die Jagger heeft z'n dag niet. Waardoor zich dan toch de onvermijdelijke vraag opdringt: waarde Rolling Stones, wordt het geen tijd er mee te stoppen? Niet omdat jullie te oud zijn, maar omdat jullie zo vermoeid klinken.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden