the red piece

Te midden van krachtige constanten proberen de dansers in The Red Piece te overleven. Ze worden als groep voortgestuwd en vormen een geoliede machine.

dans


Door WArd/waRD. Choreografie: Ann Van den Broek. Muziek: Dez Mona. Dans: Pin-Chieh Chen, Davide Pietro Cocchiara, Jan Deboom, Andreas Kuck, Yi-Chun Liu, Francesca Monti, Ann Van den Broek.


13/5, Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee: wardward.nl.


The Red Piece. Het klinkt als de titel van een schilderij. En dat is zo gek nog niet, want de beeldende kwaliteit van de nieuwste choreografie van Ann Van den Broek is weer super. Tegen een stel lichtgrijze schermen rond om de dansvloer hangen setjes rood-witte kleding, ook de kleuren waarin de zes dansers zijn gekleed. In het midden staat een rood hellend object, een verzameling kleine tafeltjes die gaandeweg worden losgetrokken. Het licht slaat een paar keer om van wit naar rood, wat het plaatje als het ware van buiten naar binnen doet klappen.


In deze uniforme wereld is er één persoon die detoneert: Van den Broek zelf, in het zwart, op hoge lichtbruine laarzen. Ze zit achteraan te breien, alsof haar aanwezigheid er niet toe doet. Maar niks is minder waar. Zij is het die de touwen waarmee de dansers zijn gekneveld (Japanse bondage) losmaakt. Zij is het die vervolgens het ritme, de hartenklop van de voorstelling, aangeeft door met haar hakken op de grond te tikken, een flamencodanseres aan haar stoel gekluisterd.


Die klikkende hakken passen Van den Broek perfect. Ze zijn krachtig, aards, aanwezig, een beetje monomaan en, het allerbelangrijkst, een combinatie van passie (rood) en woede (rood) - een spagaat, een frustratie, die in veel van haar werk op de voorgrond treedt. Zoals ook de meeslepende songs van Gregory Frateur, aanvoerder van de Belgische band Dez Mona die speciaal voor de voorstelling nieuwe muziek componeerde, doen geloven in de liefde maar die tegelijkertijd doen vrezen als een duister virus dat verlamt.


Flamenco, touwen, Dez Mona. Te midden van deze krachtige constanten proberen de dansers te (over)leven. Ze worden als groep voortgestuwd, vormen een geoliede machine. Hun voeten slepen, springen, stampen, hun armen gesticuleren, een lach is meer een grimas. Het zijn geïsoleerde momentopnamen van emoties, zonder anekdotische lading. Een moment van bezinning, op de knieën, is de opmaat voor verdere destructie, halfnaakt, met harde schokken die door het lijf schieten. Ze zijn duidelijk in de ban van een gevoel dat groter is dan henzelf. Een spannend gegeven, dat op allerlei manieren kan worden geïnterpreteerd. De aanwezigheid van hun choreograaf, uiteindelijk toch de baas, voegt daar nog een dimensie aan toe.


Het enige jammere is dat de dansers, zo duidelijk voertuig van idee en sfeer, weinig als individu op de voorgrond treden. Terwijl ze toch stuk voor stuk intrigeren. Van den Broek anticipeert op deze kritiek door op een gegeven moment ijsberend over het toneel het creatieproces een beetje uit de doeken te doen. Dat een keuze ook een andere keuze had kunnen zijn. Helemaal waar. Maar toch beter weglaten, zo'n alles relativerende opmerking.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden