The Power of Fantasy * * * *

In een indrukwekkende tentoonstelling over Poolse kunst komt de humor in vele gedaanten, van jongensachtig naïef tot absurd als een fantastyfestival The Power of fantasy

Paleis voor Schone Kunsten, Brussel. Tot en met 18 september


Sinds de toetreding van Polen tot de Europese Unie zijn niet alleen Poolse bouwvakkers over Europa uitgezwermd. Ook kunstenaars zijn een populair exportproduct. Collages, schilderijen en installaties van Paulina Olowska, Wilhelm Sasnal, Monika Sosnowska en Pawel Althamer zijn niet meer weg te denken uit internationale, westerse tentoonstellingen en manifestaties. Althamer kreeg in 2006 in Nederland zelfs de prestigieuze Vincent Award.


Waarom de Poolse kunstenaars zo populair zijn en wat hen onderscheidt van hun Oost-Europese collega's kwam tot nog toe zelden aan de orde. Dat inzicht probeert The Power of Fantasy te geven in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, met 36 Poolse kunstenaars uit heden en verleden.


Net als andere Oostbloklanden heeft Polen een complex verleden van oorlog, geweld en overheersing. En net als in voormalig Oost-Duitsland heeft de val van het communistische regime niet alleen vrijheid en democratie gebracht, maar ook verwarring.


Toch hebben Poolse kunstenaars een eigen manier om met de roerige werkelijkheid om te gaan. Anders dan de Neue Leipziger Schule, waarbij schilders uit voormalig Oost-Duitsland teruggrijpen naar een heroïsche, sociaal-realistische beeldtaal, hebben Poolse kunstenaars hun heil relatief vaak gezocht in het absurdistische en fantastische. Dat is volgens de makers van de tentoonstelling niet zozeer een vlucht, alswel een manier om tegenwicht en verzet te bieden. Vandaar de titel The Power of Fantasy.


De expositie begeleidt het Poolse voorzitterschap van de Europese Unie en het lastige daarvan is dat er dan altijd een bijbedoeling is, namelijk om het land positief op de kaart te zetten. In dit geval biedt de tentoonstelling ook een rondje Poolse kunstgeschiedenis. Ook wordt het fantastische er vanaf zaal 1, met de hoogstpersoonlijke fantasieschilderijen van Jakub Julian Ziótkowski (1980), meteen al te flink ingepeperd.


Los daarvan is het een indrukwekkende tentoonstelling, waardoorheen inderdaad een opmerkelijke, haast Belgisch absurdistische geest waart. De aangrijpend onderkoeld en houterig geschilderde executie van Andrzej Wróblewski uit 1949 ademt de surrealistische sfeer van de Belgische meester Magritte en de autobus (1959-1961) van Bronislaw Linke wordt bevolkt door een menselijke parade met de nachtmerrietronies van James Ensor. Vooral ten tijde van het communisme was absurdisme een mogelijkheid om op omfloerste wijze kritiek te leveren op een onwelgevallig regiem.


Ook na de val van de Muur is veel werk getekend door humor. Die komt in vele gedaanten, en is jongensachtig naïef in het werk van Pawel Althamer, die hoopvolle sciencefictionbeelden maakt met doodgewone mensen uit een troosteloze woonwijk, of ze gouden pakken aantrekt en ze in een goud gespoten Boeing naar Brussel brengt om de tienjarige val van de Muur te vieren. Op komische, maar niet mis te verstane manier maakt Althamer duidelijk dat de omwenteling niet aan de machthebbers is te danken, maar aan de dappere man en vrouw in de straat.


De humor kan absurd zijn als een fantasyfestival, waarbij vrolijk gemaskerde mensen oorlogje spelen en met hun bazooka's in een mengeling van huiver en plezier helse vlammen over het landschap jagen (Punishment and Crime van Katarzyna Kozyra), maar ook uitgesproken wrang. In de video Game of Tag van Artur Zmijewski (1966) speelt een groepje naakte volwassenen jolig tikkertje. Pas als blijkt dat het decor een voormalige gaskamer is van een nazi-vernietigingskamp, krijgt het spel op slag een misselijkmakend effect.


In deze hedendaagse werken is de humor minder een omweg voor kritiek, alswel een manier om grip te krijgen op een ongrijpbaar, complex heden en een onverwerkt verleden.


Dat blijkt ook uit andere werken, waarin niet zozeer humor alswel distantie een rol speelt. In de documentaire van Robakowski sluipt van achter het uitzicht uit zijn raam de veranderende samenleving in beeld, waarbij in het midden wordt gelaten of de verandering ook verbetering betekent. Wilhelm Sasnal schildert de skyline van Krakau in romantisch-klassieke techniek, waarbij groteske wachttorens hun schaduw over de stad werpen. Sasnal kijkt ernaar, en laat ons kijken, maar oordeelt niet.


Dat open en onderzoekende karakter, dat op subtiele, grappige en verwarrende manier tonen hoe grote, universele vraagstukken en dilemma's doorsijpelen in kleine mensenlevens, zonder er meteen een aanklacht of pamflet van te maken, maakt de hedendaagse, Poolse kunst zo fascinerend en populair.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden