The New York Times floreert 100 jaar als familiebedrijf

Bescheidenheid mag het motto zijn van de New Yorkse familie Sulzberger, de honderdste verjaardag van de aankoop van The New York Times door krantenjongen en uitgever Adolph S....

Van onze correspondent

Oscar Garschagen

NEW YORK

Deze verzekering gaf Arthur Ochs Sulzberger, mede-eigenaar en president-directeur van The New York Times Company bij de opening van een van de vier tentoonstellingen over de krant, die sinds vrijdag voor het publiek zijn geopend. Zijn zoon Arthur jr (44) is sinds 1992 de uitgever van de krant.

De vier exposities - over Adolph S. Ochs, zoon van joodse immigranten uit Duitsland, over de fotojournalistiek, de nieuwsselectie en ten slotte de wetenschapsjournalistiek - zijn aangevuld met het boek The Paper's Papers, een journalistieke tocht door de vertrouwelijke archieven van de onderneming.

Het was Sulzberger opgevallen dat uit andere media de indruk ontstaat dat het honderdjarig bestaan van de The New York Times wordt gevierd. Maar de krant bestond al 45 jaar toen Ochs het blad met een oplage van 9000 acquireerde met leningen. In de tentoonstellingen wordt aan dat tijdperk overigens nauwelijks aandacht besteed; de vergissing was dus begrijpelijk.

Zonder de families Ochs Sulzberger was de krant al lang geleden gesneuveld. De constatering dat The New York Times sterk en vitaal de 21-ste eeuw instapt, was geen pocherij. Volgens alle maatstaven gaat het zeer goed met de krant en het bedrijf in een tijdperk waarin honderden kranten zijn verdwenen.

Consequent investeren in journalistieke kwaliteit, ook in periodes van weglopende lezers, nieuwe media, dalende advertenties, heeft grote resultaten opgeleverd. In de jaren zeventig en tachtig hield Punch vast aan de traditie waarvan de basis was gelegd door zijn grootvader Arthur S. Ochs. De pater familias wilde in New York tegenspel bieden aan de sensatiekranten van William Randolph Hearst. Zijn kleinzoon verzette zich tegen vervlakking en kwaliteitsverlies .

Zelfs in tijden van krapte werd zelden of nooit bezuinigd op de nieuwsredacties en de omvang van de krant. Dat was het geval in de jaren dertig, veertig maar ook in de jaren tachtig. De strijd tegen de Herald Tribune werd tijdens de oorlogsjaren gewonnen door ook in tijden van papierschaarste de krant uit te breiden om ruimte te maken voor het oorlogsnieuws. In de jaren zeventig en tachtig werd de krant uitgebreid, terwijl de advertentie-inkomsten daalden. Extra investeringen leiden tot verliezen, die door de familie werden 'genomen'.

De krant heeft ook macht. De voortdurende problemen van de Clintons bijvoorbeeld zijn terug te voeren op onderzoeksjournalistiek van de NYT en de kritische commentaren.

De fascinerende wisselwerking tussen de familie Ochs Sulzberger, die de krant altijd heeft beschouwd als een instituut en nooit als een melkkoe, en de redactie is de rode draad in het boek en in 'Documenting The Times' in de Piermont Morgan Bibliotheek. Sulzberger, maar ook zijn vader en zijn zoon, de huidige uitgever, bemoeien zich intensief met het redactionele werk.

De correspondentie tussen de uitgeversfamilie en de hoofdredactie is niet alleen een tocht door de geschiedenis, maar verrast ook door bemoeienis van de eigenaren met details, zoals de toon van een zure televisie- of filmkritiek of de suggestie eens te schrijven over deze of gene trend in het modebeeld.

De strategie van Punch Sulzberger, die in 1963 de leiding kreeg, was ook gericht op het spreiden van de belangen van het bedrijf. Naast het vlaggeschip bezit het bedrijf 21 regionale kranten, negen magazines, zes televisiestations en twee radiostations.

De vraag die de Amerikaanse mediawereld beheerst als de NYT ter sprake komt, is wanneer de bejaarde Sulzberger eindelijk de leiding afstaat aan de jongere generatie. Er wordt hevig gespeculeerd over zijn opvolging. Zijn zoon Arthur junior, de huidige uitgever, en zijn neef Michael Golden, die een commerciële afdeling van het bedrijf runt, zijn de belangrijkste kandidaten.

Die beslissing wordt genomen door de vier belangrijkste aandeelhouders, Sulzberger en zijn drie oudere zusters, die samen 85 procent van de preferente aandelen bezitten. Van Sulzberger wordt verwacht dat hij zich inzet voor zijn zoon, die werkt aan de journalistieke vernieuwing. Zonder de reputatie van de krant als paper of record schade te berokkenen, wil Sulzberger jr dat de redactie meer aandacht besteedt aan maatschappelijke trends , die ook wel soft news worden genoemd. Die veranderingen hebben onder liefhebbers van de grijze, plechtstatige NYT opzien gebaard, maar niet geleid tot abonneeverlies. De NYT is zelfs begonnen met kleurenfoto's in de katernen.

De drie zusters daarentegen worden beschouwd als degenen die zich inzetten voor neef Michael Golden, de zoon van de oudste zuster. Golden zou de man zijn die een gedurfder expansiebeleid kan voeren. De NYT is weliswaar sinds kort te verkrijgen op Internet, maar verder is het bedrijf terughoudend met activiteiten op het electronische front.

In de Raad van Commissarissen zit een hoofdrolspeler op dat gebied: Louis Gerstner, de president-directeur van IBM. Hij en zijn mede-commissarissen zouden de keuze van de drie zusters steunen en actief bevorderen.

Er zou sprake zijn van een dramatisch gevecht in de Sulzberger-clan , maar dat zijn overtrokken verhalen. De beslissing is wel van groot belang voor dit Amerikaanse instituut, dat geleid wordt door een familie die zich ervan bewust is een hoger belang dan het eigenbelang te dienen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden