The Last Waltz en de magie van The Band

Sommige tv-beelden vergeet je nooit meer. Het zal voorjaar 1978 geweest zijn. Ik was 14, het gezin keek zoals iedere avond televisie. Tros-avond in dit geval. Wibo van de Linde kondigde de onderwerpen van Tros-Aktua aan. Iets met Bob Dylan, laatste concert of zo. Hoe die het zei weet ik niet meer, wel weet ik dat ik gebiologeerd naar het item heb gekeken.

Een stuk Bob Dylan, die met heel veel muzikanten om hem heen een mooi lied zong, I Shall Be Releases. Wie al die mensen op dat podium waren? Geen idee. Ook Bob Dylan kende ik vooral van naam. Het was het soort artiest waarover ik vooral veel oudere mensen wel eens met eerbied hoorde praten. Maar zelfs voor de vrienden van mijn oudere zussen was hij niet ‘cool’. Die luisterden naar Pink Floyd, Genesis en Harvest van Neil Young.

Ik wist alles van de Top 40, en daarin speelde Dylan geen enkele rol van betekenis. Nooit gedaan ook, zijn grootste hit tot dan toe was Wig Wam, een instrumentaal onzin nummer.

Dylan speelde dus nog geen enkele rol in mijn popbeleving, The Band nog minder.

Misschien dat I Shall Be Released daarom wel zoveel indruk maakte. Want dat deed het. Ik vond het prachtig: gewoon een goede song, dat had ik nooit achter Bob Dylan gezocht.

Wibo van de Linde moet een flink wervend verhaal hebben gehouden, want ik was vastbesloten me eens goed in de materie te gaan verdiepen.

Er was een driedubbel-lp van The Last Waltz, maar die was me te duur, bovendien herkende ik geen hitsongs, toch een vereiste voor mij toen.

Pas het volgende schooljaar vond ik medestanders (onder wie een leraar) die heel enthousiast over Dylan, The Last Waltz en The Band waren.

Wanneer ik de film precies voor het eerst zag, weet ik niet meer. Ik denk op tv, en dan later op video en dvd.

Er gaat wel eens een paar jaar voorbij zonder dat ik The Last Waltz zie, maar als ik ernaar kijk dan verbaast het me iedere keer weer hoe de tijd voorbij vliegt, hoe geweldig alles klinkt en hoe mooi de muzikanten in beeld zijn gebracht.

Onlangs keek er weer naar. Zoals wel vaker was het dit keer werkgerelateerd. Ik zou in Londen namelijk een uur met Robbie Robertson praten. Niet alleen gitarist en belangrijkste componist in The Band, maar ook nauw betrokken bij de montage van de door Martin Scorsese gemaakte film.

Ik genoot voor de zoveelste keer van de muziek, en durf nu ook met zekerheid te stellen dat zoals The Band hier, met drummer Levon Helm als leadzanger, The Night They Drove Old Dixie Down speelt, de beste keer is dat ze het relaas over Virgil Kane vastlegden.

Maar er irriteerde me ook een aantal aspecten. Die knullige interviews met Band-leden bijvoorbeeld, die met harde lassen door de concert-beelden werden gemonteerd. Of anders het feit dat organist Garth Hudson bijna nooit en toetsenist/zanger Richard Manuel ook heel weinig in beeld is.

Als een van de hoogtepunten van de film wordt altijd het optreden van Muddy Waters beschouwd. Vooral omdat er maar 1 camera bij betrokken is die Waters gezicht close-up in beeld houdt. Achteraf (lees de voortreffelijke liner notes van David Fricke bij de 4cd set van The Last Waltz uit 2002) bleek dat dit geen artistieke keuze was, maar bittere noodzaak. Er was maar 1 camera die op dat moment kon filmen.

Hoe mooi ook, ik had toch ook wel even de onlangs overleden pianist Pinetop Perkins op de piano bij Waters willen zien, in plaats van hem alleen maar te horen.

Meest genant is toch wel Robertson zelf die in de hele film als de baas te zien is. Iedereen wordt in laveloze toestand gesproken door ‘Marty’ zoals Robertson de regisseur pleegt te noemen. Maar Robertson staat er mooi uitgelicht, kakelfris bij en legt uit dat hij het na 16 jaar welletjes vond.

De rest wilde door, hij niet.

Ik heb hem daar natuurlijk naar gevraagd (zie interview VK- 22 april), maar hij hield het fijntjes op keuzes van de regisseur dat er zoveel meer van Robertson te zien was dan van andere Band-leden.

Wel liet hij weten dat het eigenlijk nooit de bedoeling was dat The Last Waltz het afscheidsconcert van The Band moest worden. Het was de afsluiting van een hoofdstuk. Voor Robertson stond het vast dat hijzelf nooit meer op tournee zou gaan, maar hij wilde beslist nog wel met de anderen muziek blijven maken. Maar dan in de studio.

Ze moesten echt rust nemen, vond hij. Drank en coke begonnen hun tol te eisen. Je hoefde geen helderziende te zijn, aldus Robertson om te kunnen voorspellen dat als Richard Manuel en Rick Danko zo door zouden gaan, ze het niet zouden overleven.

‘Zelf was ik ook geen lieverdje’, haaste hij zich erbij te zeggen, maar dit moest echt stoppen.

Robertson zou de andere Bandleden nooit meer allemaal tegelijk spreken. Zij wilden begin jaren tachtig weer als The Band concerten geven, Robertson bedankte. In 1986 hing Richard Manuel zich op in een treurig hotel in Florida, midden in de tournee van de heropgerichte Band.

‘The saddest day of my life’, aldus Robertson, maar echt verbaasd was hij niet.

Zelf zou Robertson wel muziek blijven maken, vooral voor films van zijn vriend ‘Marty’. En hij wilde zich verder muzikaal blijven ontwikkelen. Maar de andere Band-leden kwamen maar niet los van hun verleden. En begonnen met de jaren steeds meer met een beschuldigend vingertje naar Robertson te wijzen.

Vooral drummer en aanvankelijk belangrijkste vriend van Robertson, Levon Helm is tot op de dag van vandaag doende Robertson van diefstal te beschuldigen.

Het ontsiert een flink deel van zijn autobiografie uit 1993, This Wheel’s On Fire. Want Helm heeft ongelijk. Het was echt Robertson die de door hem gezongen nummers schreef en deze liet hem en de andere Band-leden wel degelijk delen in de royalties.

Robertson vermoedt echter dat Helm deze al in een zeer vroeg stadium voor veel te weinig verpatst heeft.

Hoe het allemaal precies zit zal, zo vertelde Robertson me, hij in zijn eigen autobiografie uit de doeken doen. Ik vroeg of hij bijvoorbeeld Dylans Chronicles ook gelezen had om inspiratie op te doen. ‘Nee, dat leidt alleen maar af’, antwoordde hij. ‘Ik heb veel van dat soort boeken in huis gehaald, maar ze nog niet gelezen. Alleen Just Kids van Patti Smith las. Geweldig geschreven.’

Naarmate ik me de afgelopen meer in Robertson en The Band ben gaan verdiepen kom ik er ook steeds meer achter hoe bijzonder dit stel muzikanten toch was.

Robertson was bijn Ronnie Hawkins & The Hawks als typisch bluesgitarist begonnen, met zoals hij zelf zegt, van die lange ‘wailing guitar solo’s’, daar wilde hij steeds meer van af, en zo zou hij bij The Band ook niet meer spelen. ‘Toen ik Eric (Clapton) voor het eerst ontmoette, wilde hij daar ook precies van af. Daar is Layla uit ontstaan. Eric zelf speelt daarop Veel gecomprimeerder dan tijdens die ellenlange solo’s in Blind Faith en Cream’.

Nog altijd klinken de eerste twee platen van The Band, Music From Big Pink (1968) en The Band (1969) volkomen uniek. Er wordt prachtig op muziek gemaakt maar het mooist is de zang die van drie topzangers komt: Richard Manuel (meestal hoog), Rick Danko (iets lager), Levon Helm (sonore lage stem). Robertson zelf zong de vierde stem, Garth Hudson speelde vooral orgel en sax.

Robertson claimt nu zich bewust niet als zanger te hebben willen profileren om niet al te veel de nadruk op hemzelf te willen leggen. Maar dat lijkt me een beetje te ijdel. Op zijn eigen platen valt goed te horen dat zijn eigen stem hooguit verdienstelijk te noemen is, maar de klasse van ‘de andere 3’ ten enenmale mist.

Eenmaal, zoals nu, in een Band-bui, kan ik er maar geen genoeg van krijgen. Ik las in de onlangs verschenen bundel met Dylan-beschouwingen van Greil Marcus. Daarin staan zowel zijn concertbespreking van het optreden dat tot The Last Waltz zou leiden, als een bespreking van de film zelf.

Aardig om te zien dat het concert hem tegenviel. Al die gasten als Eric Clapton die slordig speelde, Neil Young die een liedje speelde waar The Band niks mee te maken had, en Joni Mitchell die haar gitaar gestemd had op een manier waar de andere muzikanten niks van begrepen: het deed Marcus niet veel. Uit het artikel blijkt dat hij The Band al talloze keren had gezien, en vaak ook beter.

De film echter, was veel beter dan het concert, schrijft hij anderhalf jaar later.

En dat geloof ik dan ook. Hij heeft op dat moment (voorjaar 1978) nooit een betere rockdocu gezien. Ik geloof ik ook niet, al maak ik voor Stop Making Sense van Talking Heads mogelijk een uitzondering.

Aardig is ook om eens te kijken waar het mis ging. De eerste twee albums heeft The Band nooit overtroffen. Volgens Marcus in zijn Mystery Train komt dat hierdoor:

‘Alle nummers op de eerste twee lp’s waren geschreven voordat The Band ook maar 1 keer voor publiek had opgetreden. Toen ze eenmaal op tournee gingen begon de groep, als een stel mensen die ieder met hun eigen specialiteit bijdroegen aan iets dat als geheel groter was dan zij zelf konden zijn, uit elkaar te vallen. (...) Toen The Band zich van zijn publiek afkeerde, kon je de vriendschap uit hun muziek horen wegglippen.’

Marcus schreef dit al in 1974-1975, en ik denk dat hij gelijk heeft.

In de vijf jaar voor The Last Waltz bracht The Band maar twee studioplaten met eigen werk uit. Het zwakke Cahoots (1971) en het onderschatte Northern Lights/Southern Cross. Alleen Acadian Driftwood maakt dit laatste album al de moeite waard, maar het kan zich toch ook niet meten met het vroege werk.

Dat werk is tijdloos gebleken. Ook Robertson weet dat hij met zijn best goede nieuwe plaat niet meer zoveel indruk zal maken.

Dat zal bijna niemand meer. Maar ik ben blij dat al die platen, mooi uitgevoerd, leverbaar zijn. Net als de film.

Laat nu die autobiografie van Robertson maar komen. O, ja, ik vroeg hem ook nog even naar de Band-bio van Barney Hoskyns uit 1993. ‘Daar ben ik aan begonnen, maar het wemelde van de fouten en inaccuraatheden. Hij vroeg me om medewerking, maar ik had toen geen tijd en zin. Maar om dan alles te beschrijven alsof je erzelf bij was, dat kan eigenlijk niet. Er wordt mij ook van alles in de mond gelegd. Kijk Greil Marcus vertelt over ons en mystificeert alles, dat mag. Maar je moet niet doen alsof je een alwetende verteller bent.’

Dat kan Hoskyns in zijn zak steken.

Grappig, tot slot, dat er in de Marcus bundel, ook een afgekeurd stuk staat dat bedoeld was voor de prachtbox: The Band – A Musical History (2005). Dit is ook een stuk waarin Marcus zich zoals wel vaker te buiten gaat aan het extrapoleren van zijn hersenspinsels. Marcus op zijn ergst, zeg maar.

Aardig dat de auteur ook zegt dat het ‘understandably rejected’ is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden