The good, the bad & the alien

In 'Cowboys and Aliens' vliegen geen kogels maar laserstralen om je oren. Waarmee de film in de mooie traditie staat van de verbasterwestern.

Daar staat hij weer, de lonesome stranger die het hulpeloze wildwest-stadje van het gespuis moet redden. Maar hoe archetypisch hij zich ook mag gedragen met zijn grote hoed, stoere blik en zwijgzame inborst, de zaken liggen in deze western toch wat anders.


Want Daniel Craig heeft als voortvluchtige revolverheld Lonergan geen indianen of rednecks tegenover zich, maar slijmerige aliens, opererend vanuit insectachtige straaljagers. En in plaats van een revolver, schiet Lonergan met een soort hightech-armband die hij overhield aan de keer dat hij zelf door de aliens werd ontvoerd. In Cowboys and Aliens, vanaf donderdag te zien in de bioscoop, vliegen geen kogels maar laserstralen om je oren, en kleurt het bloed van de vijand niet rood, maar groen.


Cowboys and Aliens, de titel verklapt het al. Het blijft een vervreemdende ervaring twee genres, de western en de alien-invasie-film, zo frontaal op elkaar te zien botsen. 'Waarom heeft niemand dit eerder gedaan?', vraagt Mark Fergus, een van de vele scenaristen die bij het project betrokken waren, zich af in de persmap. 'Ik wilde beide genres omarmen', vult regisseur Jon Favreau hem aan. 'Ik denk dat het publiek zit te springen om een film als deze.'


Maar zo uniek is de film nu ook weer niet. Cowboys and Aliens staat in een kleurrijke traditie van films die de western opkalefaterden door er iets onvoorspelbaars, ongepasts of ronduit onsmakelijks mee uit te halen. Rare, mislukte maar fascinerende pulpfilms zijn het vaak, waarin vreemde elementen voor verrassing en verwarring zorgen, terwijl de wetten en conventies van het Wilde Westen stevig overeind blijven. En wie cowboys al met vampiers (Billy the Kid vs Dracula, 1966) en zandwormen (Tremors 4: The Legend Begins, 2004) heeft zien vechten zoals alleen cowboys dat kunnen, kijkt van een alien op de prairie ook niet meer echt op.


Het was een van de geestelijk vaders van King Kong (1933) die het Wilde Westen voor het eerst met monsters in contact bracht. Willis O'Brien bedacht met The Beast From Hollow Mountain een spannend verhaal over een tyrannosaurus die de veestapel van Mexicaanse boeren verorbert, tot een heldhaftige Amerikaan korte metten maakt met het reusachtige reptiel. Het verhaal werd in 1956 voor het eerst verfilmd onder dezelfde titel, met zeer lelijke special effects die de geloofwaardigheid van het gegeven definitief om zeep hielpen. Bij Jim O'Connoly's superieure The Valley of Gwangi (1969) kun je nog steeds het gevoel bekruipen dat je naar een doldrieste improvisatie met jongensspeelgoed zit te kijken; de stop motion-animaties van meester Ray Harryhausen zijn echter zo precies, gedetailleerd en wetenschappelijk verantwoord, dat je je graag door al die maffe beelden laat meeslepen. Heerlijk, hoe de cowboys een pteranodon (prehistorisch vliegend reptiel, red.) met lasso's overmeesteren en met andere dino's een soort rodeoshow opvoeren.


Aan zulke kruisbestuivingen tussen genres zie je ook goed welke ingrediënten echt verplicht zijn, wil een film nog als western, monster-, alienfilm of als alles tegelijk herkend kunnen worden. Cowboys and Aliens komt niet onder de klapperende saloondeur uit, en in Jesse James Meets Frankenstein's Daughter (William Beaudine, 1966) wordt natuurlijk stevig met revolvers gerold, whisky in één teug achterover geslagen en door de canyon gegaloppeerd. Die laatste film is in eerste instantie toch vooral horror met een cowboyhoed op: het eerste beeld toont het verplichte stoffige stadje, maar op de heuvel op de achtergrond prijkt het spookslot waar Frankensteins kleindochter (en dus niet diens dochter) de gruwelijke zombie-experimenten van opa voortzet. Zoals het in de traditionele horrorfilm een tijdje duurt eer het monster zijn opwachting maakt, duurt het hier zeker 10 minuten voordat Jesse James eindelijk verschijnt, en alle griezelconventies aan de kant worden geschoven voor klassieke westernscènes.


Dan is het wachten tot Jesse James in handen van barones Frankenstein valt en de twee genres eindelijk gaan mengen - iets wat bij elke verbasterde western een verfrissend en amusant perspectief kan opleveren, hoe slecht de film in kwestie ook mag zijn. Zo wordt in Cowboys and Aliens de overgang van western naar alienfilm vaak vrij precies aangekondigd, doordat Lonergans armband begint te bliepen als de marsmannetjes in aantocht zijn. Bijna een waarschuwing aan echte westernliefhebbers, die dan hun ogen kunnen sluiten om van indianen en buffels te dromen.


Een western kan het zich natuurlijk ook nog wat makkelijker maken door met de cowboys zelf iets opmerkelijks uit te spoken. Na Harlem on the Prairie (1937), de eerste western met een compleet zwarte cast, maakte afvalregisseur Sam Newfield met The Terror of Tiny Town (1938) een van de eerste werkelijk gemuteerde westerns. Alle rollen worden door lilliputters gespeeld, en alle genreclichés, van het woestijnstadje tot de bloederige familievete, zijn net als de kostuums op hun maat gesneden. Iedereen rijdt op shetlandpony's; de veestapel bestaat voornamelijk uit kalfjes. In de saloon loopt iedereen onder de klapdeur door, twee mensen bespelen samen de contrabas, en elke revolver is vervangen door een veel te groot geweer.


Een ellendige film was het, waarmee Newfield, goed voor ongeveer zestien films per jaar, zijn acteurs schaamteloos te kijk zette. Maar ook de verbasterde western heeft blijkbaar een beperkte rek, en die was met één dwergen-western al ruim bereikt: van het geplande vervolg Hang 'em Not So High kwam het nooit.


It Came from the West

(Tor Fruergaard, 2007)


Zombie Western


Op het internet zijn ze volop te vinden, door amateurs gemaakte westerns die volop flirten met het zombiegenre. Zoals deze knullige, maar uiterst charmante poppenanimatie van 17 minuten, waarin de levende doden de saloon binnengestrompeld komen en de jonge held zich flink met de kettingzaag uitleeft. Te zien op disembedded.wordpress.com, in de prettig boerse Amerikaanse nasynchronisatie.


Westworld

(Michael Crichton, 1973) In het pretpark Westworld kunnen de bezoekers hun jongensdromen uitleven: Romeinse orgieën beleven in antieke lustoorden, riddertje spelen of de cowboy uithangen in een geautomatiseerd westernstadje. Yul Brynner, terend op zijn klassieke verschijning in John Sturges' The Magnificent Seven (1960) speelt de robot-slechterik die op tilt slaat en de bezoekers begint neer te knallen met echte kogels. Ook in een sf-film die zich als een western gedraagt, is een showdown onvermijdelijk.


The Valley of Gwangi

(Jim O'Connoly, 1969)


Tweede verfilming van een verhaal van Willis 'King Kong' O'Brien, waarin een stoere Amerikaanse cowboy en Mexicaanse cowboys in de Verboden Vallei op springlevende dinosaurussen stuiten, en zo stom zijn om een allosaurus te vangen voor een rodeo-spektakelshow. Met prachtige stop-motion-effecten van Ray Harryhausen.


Lemonade Joe

(Old¿ich Lipský, 1964)


Lipský verfilmde zijn eigen gestoorde roman en toneelstuk over revolverheld Lemonade Joe en diens missie om het Wilde Westen droog te leggen en aan de 'Kola Loka' te krijgen. De film verschiet voortdurend van kleur, het beeld loopt opeens veel te snel of wordt teruggespoeld, en elke traditionele westernscène mondt uit in chaos of surrealistische kluchtigheden. Een film die je moet zien om te geloven, en volgens Henry Fonda, de slechterik uit Once Upon a Time in the West, een van de beste westerns aller tijden.


The Terror of Tiny Town

(Sam Newfield, 1938 )


Een waardeloos geschreven, benedenmaats geacteerde western met alle vaste ingrediënten, die zijn cultstatus ontleent aan de opmerkelijke bezetting: alle rollen worden door lilliputters vertolkt. Politiek incorrect tot op het bot, maar wel curieus.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden