The fairy queen

Aanstekelijke humor van regisseur Koek en ontroerende muziek, al blijft drieënhalf uur theater lang.

Muziektheater


****


Nationale Reisopera/De veenfabriek. Shakespeare/Purcell: The Fairy Queen. Regie: Paul Koek. Solisten, Combattimento, Consensus Vocalis o.l.v. MaNOj Kamps


16/2, Wilminktheater, Enschede; tournee t/m 8/3; op radio 4: 8/3


Twee roze reuzenbaby's, een plukje haar op de kale hoofden, kruipen kibbelend onder het toneeldoek door. Als ze gaan staan, krijgen ze steeds meer weg van ruziënde relnichten die zijn verwikkeld in een relatiecrisis. Even later vechten vier uitgemergelde, stuiptrekkende junkies om liefde. Boven hen troont elfenkoningin Titania wijdbeens op de top van een ladder, maar als zij afdaalt van haar troon blijkt ook haar relatie met koning Oberon weinig verheven.


Chaos, dat is wat de liefde je brengt. Shakespeare constateerde het al in A Midsummer Night's Dream en Henry Purcell stemde er met The Fairy Queen van harte mee in. In de gelijknamige nieuwe coproductie van de Nationale Reisopera en De Veenfabriek grijpt regisseur Paul Koek de tekst van Shakespeare en de muziek van Purcell aan om de liefdeskolder naar onze tijd te verplaatsen. Hij slaat je om de oren met kolderieke kostuums, grappen, muziekstijlen, alles om die staat van verwarring neer te zetten. Van de originele ouverture van Purcells semi-opera switcht hij naar elektronische klanken bij de gesproken toneeltekst en naar een elektrische gitaar met zang die geurt naar de oude Lou Reed. Knap dat er ondanks die verscheidenheid aan stijlen een vorm van polyfonie ontstaat die werkt.


Maar drieënhalf uur theater is lang, zelfs met de aanstekelijke humor van Koek en de knappe prestaties van de jonge talenten uit het kersverse ZangersEnsemble van de Reisopera. Ondanks de gulheid van zijn ideeën lukt het Koek niet de spannende gelaagdheid van het begin de hele voorstelling vol te houden. Als de junks voor de zoveelste keer aan het klagen en kijven slaan, weet je het wel en haak je af.


Het toneelbeeld wordt beheerst door een huis dat op zijn kop staat. Boven op het houten bouwsel zie je schotels en andere antennes. De ramen en deuren staan open, de huisraad ligt verspreid over het podium alsof er een reusachtige zak met afval is leeg gekieperd: lampenkappen, ladenkastjes, een stapel matrassen, alles door elkaar heen. Op de wanden zie je de projectie van hertenogen en andere videobeelden, maar na een uur of anderhalf begint de kakelbonte chaos te vervelen.


Koek stelt daar de muziek van Purcell als rustpunt tegenover. Die brengt structuur en echte ontroering, die nog sterker binnenkomt door het contrast met de omgeving. Samen met de musici van Combattimento zorgt hij ervoor dat de voorstelling niet voortdendert, maar dat de tijdloze klanken je optillen naar een andere, diepere dimensie.


De jonge dirigent MaNOj Kamps houdt zijn musici scherp en weet ook een trombonist die boven op het huis staat of een koor op een verre tribune bij de les te houden. In T-shirt en spijkerbroek switcht hij soepel naar de acteerrol van het Indiase wisselkind van Titania.


Ook de zangers van de Reisopera laten zich aansteken door de acteurs van De Veenfabriek. Als ze niet zingen, zijn ze allegorie of droomfiguur en maken zo deel uit van het gevolg van Titania en Oberon. Mooi beeld: onder een maan van plastic afval zingen Bernadeta Astari, Owen Willetts, Kevin Skelton en Nicholas Crawley de Vier jaargetijden.


Zo levert de nieuwe samenwerking tussen De Veenfabriek en de Reisopera nu al een schat aan mogelijkheden op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden