The Emitt Rhodes Recordings (1969-1973)

Minstens zo goed als Paul McCartney. Dat was Emitt Rhodes in 1970 volgens diverse insiders. Net als McCartney nam de in Hawthorne, Californië (de biotoop van de Beach Boys) woonachtige Rhodes in dat jaar een solo-album op dat hij zelf helemaal vol zong en speelde. De liedjes waren erg door de Beatles beïnvloed, en ook de warme in honing gedrenkte stem van Rhodes had wel wat weg van die van McCartney.

Emitt Rhodes deed het aardig, de single Fresh As A Daisy behaalde de 54ste plaats in de VS. Rhodes zou nog twee platen opnemen Mirror (1971) en Farewell To Paradise (1973) om zich vervolgens helemaal uit de muziek terug te trekken.

Toen ik een tijdje terug de nieuwe roman van Nick Hornby las, Juliet, Naked, moest ik even aan hem denken. Hornby beschrijft erin de fictieve singer/songwriter Tucker Crowe, die het in zich heeft minstens zo beroemd als Bruce Springsteen te worden, maar zich van de ene op de andere dag compleet terugtrekt uit de popmuziek.

Maar het verhaal van Emitt Rhodes is veel krankzinniger en tegelijk ook interessanter dan dat van de toch wat vlakke Crowe.

Het is na te lezen in het boekje bij de dubbel-cd die onlangs op Hip-O-Select verscheen: The Emitt Rhodes Recordings (1969-1973). Een zeer welkome release, want het werk van Rhodes was jarenlang niet verkrijgbaar. Alleen de plaat The American Dream die hij in 1969 opnam voor A&M, die pas na het 'succes' van Emitt Rhodes zou verschijnen, was op cd leverbaar. In een Russische editie.

Het leven van Emitt Rhodes blijkt een groot drama. In zijn tienerjaren ziet het er allemaal nog goed uit. Met zijn bandje The Merry-Go-Round scoort hij een paar hitjes. Als de band uit elkaar valt dan voldoet Rhodes zelf aan de contractuele verplichtingen met A&M en neemt de plaat The American Dream op.

Die wordt niet uitgebracht. Rhodes schraapt al zijn spaargeld bijeen om zelf een vier-sporenrecorder te kopen en richt thuis een studio in. Hij neemt er de liedjes op van Emitt Rhodes, waarop hij alle instrumenten zelf speelt en ook alles zingt.

Op advies van zijn publisher Russ Shaw tekent Rhodes vervolgens bij ABC/Dunhill. Shaw raadt hem aan in te gaan op het verzoek in drie jaar tijd zes platen op te nemen. Nogal dom want over Emitt Rhodes heeft hij negen maanden gedaan.

Mirror overschrijdt de deadline, ABC komt met een schadeclaim van een kwart miljoen. Maar Mirror komt wel uit, al komt A&M op hetzelfde moment op het idee om gezien het succes van Emitt Rhodes het echte solo-debuut van de zanger alsnog uit te brengen.

Rhodes wordt door ABC aan zijn contract gehouden, wat de inspiratie voor zijn derde plaat voor dat label niet ten goede komt. In 1973 zou Farewell To Paradise uiteindelijk toch verschijnen. Het laatste wat we van Emitt Rhodes horen. Hij is kapot en volledig gedesillusioneerd geraakt.

Helemaal vergeten wordt hij niet. In 1984 nemen The Bangles een liedje van hem op, Live, waarvoor Rhodes nooit een cent aan royalties zou ontvangen. Ook is er een liedje, Lullabye, te horen in de film The Royal Tennenbaums (2001). Na lang aandringen zorgt de kleinzoon van zijn aloude publisher er voor dat er verschuldigde royalties worden overgemaakt.

Van harte gaat alles niet. Rhodes' persoonlijk leven verloopt met twee echtscheidingen, en slecht contact met zijn kinderen al even moeizaam.

In 2004 zoekt Erik Himmelsbach van LA CityBeat hem op. Het verhaal vond ik op Rocksbackpages.com, een database met prachtige popverhalen, waar tegen een paar dollar per maand lid van kunt worden.

Rhodes (dan 53, inmiddels bijna 60) blijkt een zwaar depressieve man. Hij woont nog altijd op de plek waar hij zijn studio had. Het huis is van hem maar hij verhuurt het om nog enige inkomsten te krijgen. Zelf bewoont hij een piepklein vertrek met ruimte voor bed en tv.

Hoewel zijn publisher zich inmiddels behoorlijk voor hem zegt in te spannen, heeft Rhodes weinig hoop. "You're talking to a sick person. I have difficulty completing things. My whole life. I'll die and say, 'hold on I'm not done yet.' "

Zes jaar later blijkt er toch wat schot in te komen. Rhodes schijnt weer wat muziek te willen gaan maken en misschien ook wel te willen gaan optreden. Ook is er een Italiaanse crew op bezoek geweest om een documentaire te draaien.

Kan een prachtfilm worden, al ontbreekt het volgens mij aan oude live-opnamen.

En natuurlijk moet het prachtige verzameld-werk boxje dat nu verschenen is flink onder de aandacht worden gebracht.

Die Rhodes schreeft mooie liedjes. Meer dan aan McCartney doen ze me denken aan Harry Nilsson. Ook met hem is het slecht afgelopen, maar dat had andere redenen. Erkenning genoeg, en dat is nog altijd waar Rhodes om verlegen zit.

Benieuwd hoe zijn stem nu klinkt, mocht ie zijn loopbaan serieus willen voortzetten dan zou ik hem graag eens opzoeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.