The Duke in de provincie

De Ellington-band bereikte in 1940-'41 de toppen van zijn kunnen. Hoe The Duke klonk op een doorsnee dansavond in Fargo, North Dakota, is nu nog te horen dankzij twee jongens die het wilden opnemen....

De mythe wil dat het op 7 november 1940 in Fargo, North Dakota, zo ijzig koud was dat de musici van de Duke Ellington-band op het podium van de Crystal Ballroom onder het spelen hun handschoenen aan hielden. In werkelijkheid was het ongewoon warm herfstweer, maar dat maakt de gebeurtenissen van die dag niet minder uniek. Het was de eerste keer dat Ellington live on the spot werd opgenomen, en nog wel op een moment dat zijn orkest een zeldzame hoogtijperiode beleefde.

Met bassist Jimmy Blanton, tenorist Ben Webster en tweede componist-arrangeur Billy Strayhorn - naast oude getrouwen als de saxofonisten Johnny Hodges en Harry Carney en de trombonisten Tricky Sam Nanton en Lawrence Brown - bereikte de Ellington-band in 1940-'41 de top van zijn creatieve kunnen. Dat we in 2001 kunnen horen hoe het orkest najaar 1940 op een doorsnee dansavond in de provincie klonk, danken we aan het enthousiasme van twee jeugdige jazzliefhebbers, Jack Towers en Dick Burris, die toestemming vroegen en kregen om met hun draagbare apparatuur voor hun eigen luistergenot opnamen te maken. 'We hadden geen idee dat mensen overal ter wereld er zestig jaar later nog naar zouden luisteren', herinnert Towers zich. Ook Ellington zei later tegen hem dat hij destijds niet begreep 'waarom iemand zijn band zou willen opnemen'.

Vanaf de jaren zeventig werden gedeelten van de Fargo-opnamen op lp uitgebracht, en in 1990 verscheen het integrale materiaal kortstondig op een dubbel-cd voor verzamelaars. Met de 2-cd-box The Duke at Fargo 1940 maakt het Deense label Storyville deze muziek hopelijk langdurig toegankelijk.

Het eerste dat opvalt is hoe hard het orkest moest werken: vijf sets op een avond, waarvan Towers & Burris in totaal twee uur en 33 minuten hebben opgenomen. Minstens zo verrassend is het repertoire dat Ellington de dansers in de Crystal Ballroom voorzette. Tijdens concerten in later jaren placht hij, vaak tot ergernis van zijn trouwste fans, het publiek onder de kin te strelen met een medley van zijn meest geliefde melodieën.

Hier presenteert hij weliswaar een aantal obligate zangnummers, maar de hoofdmoot wordt gevormd door geavanceerde composities zoals Ko Ko, Sepia Panorama, Harlem Airshaft, Bojangles en Clarinet Lament. Ellington moet in die jaren het standpunt hebben gehuldigd dat het publiek naar zijn muziek toe moest komen, in plaats van andersom. Hij permitteerde het zich een dansavond op het platteland te vullen met vertolkingen waarin, bijvoorbeeld, de geniale bassoli van Jimmy Blanton centraal stonden. En Ben Webster kreeg de kans om zijn, volgens hemzelf, allermooiste solo te spelen: een intieme, vier minuten lange versie van Stardust, waarvoor hij samen met zijn kamergenoot en boezemvriend Blanton een rudimentair arrangement had uitgedokterd dat de band die avond voor het eerst zag.

De dubbel-lp The Duke 1940, die in 1976 op het label Jazz Society verscheen, bood in totaal 27 Fargo-vertolkingen, met de mededeling op de hoes dat hiermee alle complete opnamen met een redelijke geluidskwaliteit waren uitgebracht. Gelukkig voor de Ellington-liefhebbers bleek dat niet waar te zijn. The Duke at Fargo 1940 voegt een twaalftal volledige vertolkingen toe, in een enkel geval kort onderbroken doordat Towers & Burris van opnameschijf moesten wisselen. Daarbij valt veel te genieten: Ben Webster's spektakelstuk Cotton Tail, fraai Blanton-werk in The Sidewalks of New York, en de eerste opnamen die trompettist Ray Nance als violist en zanger met Ellington maakte. (De mythe wil alweer dat Nance die avond bij de band debuteerde, als opvolger van de naar Benny Goodman vertrokken Cootie Williams. Recente research heeft uitgewezen dat hij in werkelijkheid twee dagen eerder, in East Grand Forks, Minnesota, al moet hebben meegespeeld.)

Ook de geluidskwaliteit van de nieuwe cd-editie is superieur - voller, helderder - aan die van alle eerdere versies. Na zijn toevalsdebuut als opnametechnicus ontwikkelde Jack Towers zich tot een van de beste jazzgeluidsrestaurateurs ter wereld, en zo heeft hij zelf door de jaren heen de voortschrijdende techniek kunnen benutten om zijn chef d'oeuvre steeds beter te laten klinken, soms met hulp van zijn Britse collega John R.T. Davies.

Towers is de tachtig gepasseerd, Davies is nu 74, en in Amerika laat inmiddels een nieuwe generatie geluidstechnici van zich horen, die de wetenschappelijke methode 'meten is weten' prefereert boven de meer kwalitatieve aanpak van de beide veteranen. Maar The Duke at Fargo 1940 bewijst dat de kundig knutselende jazzkenner met zeer goede oren voorlopig de best klinkende resultaten bereikt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden