The basics are back

Een zoektocht naar sociale wortels, dat was de leidraad voor curator David Chipperfield van de architectuurbiënnale van Venetië. Maar waar is Rem, Zaha of David?

Als er één kunstvorm is die een ingewikkelde relatie heeft met geld en macht, is het de architectuur. Kijk maar naar de megalomane gebouwen in rijke Golfstaatjes, de spierballenarchitectuur die in snelgroeiend Azië verrijst. Nu de geld- en identiteitscrisis in Europa voortwoekert, ligt het voor de hand dat de belangrijkste westerse architectuurtentoonstelling die woensdag open ging, zich eens flink achter de oren krabt.


Common Ground, heeft David Chipperfield deze zoektocht genoemd. De Britse architect - 59 jaar - is de curator van de dertiende architectuur biënnale van Venetië. Zoeken naar gemeenschappelijke grond dus, want 'architectuur doe je niet voor jezelf', zei hij deze week. Wat hij niet wil op deze editie van Venetië, is egotripperij. Geen sterarchitecten die hun laatste kunstje tonen. Maar een tentoonstelling die zoekt naar de sociale wortels van architectuur. Voor wie bouw je als architect en hoe herstel je de relatie met je publiek?


'We hebben ten onrechte van de architectuur een wedstrijdje tussen ontwerpers gemaakt', zegt Chipperfield, die bekend is van de Turner Contemporary Art Gallery in Margate. De gebruiker is verwaarloosd en de bruikbaarheid van architectuur heeft niet altijd vooropgestaan. De Italiaanse baas van de biënnale ging zelfs een stap verder: hij sprak van een identiteitscrisis in de architectuur.


Common ground is een term die Chipperfield kreeg aangereikt door Richard Sennett, de gelauwerde en veel geciteerde Amerikaanse socioloog. Het is een mooie term: het heeft iets aards - met beide benen op de grond - en suggereert dat er iets te delen valt. Maar hoe ziet die gemeenschappelijke grond eruit?


Laserlicht

Als je de tentoonstelling betreedt, kom je in een overdonderende installatie, die is gemaakt door architect Norman Foster. In de verduisterde ruimte dwarrelen honderden namen van beroemde architecten in scherp wit laserlicht op je neer. Rondom passeren op de wanden foto's: soms pure architectuurfotografie, soms beelden van een opstand. Dat geeft een licht gevoel van verontrusting, verpakt in een zeer esthetische vorm, waardoor het nooit gevaarlijk wordt. En verontrusting is toch wat je zoekt op een biënnale die principiële vragen stelt. Veel architecten zijn het met Chipperfield eens dat het streven naar iconische architectuur is ontspoord. Elk nieuw ontwerp lijkt vooral bedoeld om de nalatenschap van de architect veilig te stellen in plaats van gebruikers te faciliteren. En deze wedloop wordt gretig gevoed door de opdrachtgevers - staten, steden en bedrijven - die hopen dat een spectaculair gebouw geld, toerisme of status oplevert.


'Uiteindelijk maakt al die iconisering van gebouwen de architect alleen maar machtelozer', zegt Reinier de Graaf, partner van architectenbureau OMA, die op verzoek van Chipperfield een eigen tentoonstelling over het thema Common Ground heeft ingericht. 'Op een gegeven moment is iedereen er doodmoe van. En keert het publiek zich tegen de egotripperij.'


Terug dus naar de basics: voor wie maken we die gebouwen eigenlijk? Chipperfield heeft 69 architecten, fotografen en kunstenaars uitgenodigd op zijn thema te reageren.


Zaha Hadid laat vooral haar onderzoekende kant zien in prachtige sculptuurstudies. Werk dat onverminderd van hoge kwaliteit is. Maar zeker geen gemeenschappelijke grond aanbiedt.


Licht dramatisch en actueel is de bijdrage Spain mon Amour van Louis Fernandez-Galliano. De Spaanse onroerendgoedcrisis is nog een slagje erger dan elders in Europa. Tijdens de biënnale verzamelen zich tientallen Spaanse architectuurstudenten - die zijn gedoemd tot werkloosheid. Ze hebben zich in witte overalls gestoken van asbestverwijderaars. Mondkapjes op. Zo bewegen ze door de ruimte en discussiëren met het publiek over architectuur.


Verontrustend, dat wel. Maar ook hier geen gemeenschappelijke grond. Je kunt het Chipperfield moeilijk kwalijk nemen. Hij heeft maar beperkte regie over de kermis die Venetië is. Naast de hoofdtentoonstelling in het Arsenaal zijn er her en der in de stad presentaties van 55 landen - meer dan ooit - en tientallen subevents. Bij elkaar zo'n 10 duizend vierkante meter architectuurvertoon.


Society

De ironie wil dat, terwijl Chipperfield juist de sterrenstatus van architect ter discussie stelt, de openingsdagen van deze biënnale vooral een societyaangelegenheid zijn. Elk land, elk evenement geeft een openingsborrel. Je struikelt in de stad over genodigden in elegante jurken en pakken, witte wijn in de hand en de nek strekkend want is dat daar verderop niet Norman, Zaha, Rem of David zelf?


Chipperfield heeft die grote architectennamen uitgenodigd bij te dragen aan de tentoonstelling. Zoals Herzog & de Meuron - het Zwitserse duo dat het Olympische Stadion van Peking maakte. In hun bijdrage komen zij wél dicht bij de complexe relatie tussen het publiek en de architectuur. Zij het op een wat confronterende manier: Hun stelling is: architectuur is oorlog.


In de zaal van Herzog & de Meuron wordt hun Elb-philharmonie neergezet in een maquette, een prestigeproject in Hamburg. Alle goede bedoelingen bij deze nieuwe concertzaal in de Elbe zijn verstikt geraakt in een strijd tussen architect, opdrachtgever en aannemer. Het slagveld bestrijkt geld, vertraging, nog meer geld en teloorgegane uitgangspunten. De maquettes zijn eigenlijk bijzaak. Kern van de presentatie vormen de talrijke uitvergrote lokale krantenpagina's. Hier heeft het publiek zich wel nadrukkelijk tegen de architectuur aan bemoeid. Waardoor dus wel gemeenschappelijke grond wordt betreden, zij het in de vorm van een confrontatie.


Natuurlijk zijn onder de 69 architecten die bijdragen aan de biënnale ook minder bekende goden dan Herzog & de Meuron, maar je mist in Venetië toch wel de alternatieve architectuur. Juist jonge bureaus, minder gewend aan voorspoed, zijn in dit tijdsgewricht interessant omdat ze vaak pragmatische oplossingen brengen. Kleinschalig, daadkrachtig en gemaakt met optimisme.


Dat zit allemaal in het project Ground for Detroit. Een collectief van architecten kocht voor 500 dollar een gezinswoning in een Amerikaanse stad die volledig failliet is. Op vijf manieren grepen ze in op de bestaande ruimtes, met als vraag: hoe krijgt een leven in deze stad weer toekomst? Kleine oplossingen kun je zien in hun presentatie in het Arsenaal. Het plattegrond van het huis is op de grond geschilderd. Die wordt in 3D opgebouwd met behulp van bont en fantasierijk decoratiemateriaal. Veel lenigheid, geen grote beloftes, maar wel grote betrokkenheid, die vrolijk stemt.Dit is niet een biënnale waar je in een klap een overzicht krijgt van de belangrijke hedendaagse architectuur. In dat opzicht kun je zeggen dat het Chipperfield is gelukt van deze editie een reflectieve biënnale te maken.


Als je al een lijn kunt zien, stuit je vooral op projecten die gaan over het geheugen van de architectuur. Er wordt gezocht in het verleden om te voorkomen dat in het zoeken naar nieuwe antwoorden oude fouten worden herhaald. Een nieuwe ideologie is al helemaal niet voorhanden - bovendien is zij al snel verdacht.


Crimson Architectural Historicans, een Rotterdamse denktank over architectuur, presenteert The Banality of Good. Ze deden onderzoek naar na-oorlogse nieuwe steden, zoals Almere, die met veel elan uit de grond zijn getrokken. Al die opvattingen van gezamenlijkheid, toegang geven aan de massa en cultuur zijn ingeruild zijn voor de markteconomie en individualisme. Het vooruitgangsoptimisme waarmee deze zogeheten new towns zijn opgezet, is echt van een andere eeuw.


Als je er zo naar kijkt, is er een duidelijke overeenkomst tussen politiek en architectuur. In politiek is ook niet langer één ideologie richtinggevend. En net als in Europa gaat in de architectuur de crisis niet alleen over geld, maar ook over identiteit. Ook al krijgt Chipperfield geen antwoord op zijn vraag: wat is onze gemeenschappelijk grond. Soms is de vraag stellen minstens net zo belangrijk als het antwoord.


Architectuurbiënnale Venetië, Common Ground, het Arsenaal, samenstelling David Chipperfield, tot 25 november.


labiennale.org


Het Office for Metropolitan Architecture (OMA) kan de ironie wel waarderen. Terwijl het Rotterdamse bureau zelf een van de grote protagonisten van de architectuur levert - Rem Koolhaas - gaat hun bijdrage aan de architectuurbiënnale in Venetië over anonieme betonarchitectuur uit de vorige eeuw. Als tegenwicht voor de sterrenarchitectuur van de laatste decennia.


Public Works, architecture by Civil Servants is een tentoonstelling die is gemaakt door Reinier de Graaf - een van de partners van OMA.


Er zijn foto's en documentatie te zien van negen gebouwen uit de jaren zestig en zeventig. Bruuske scheppingen in beton, vaak omstreden, gebouwd door naamloze architecten die in dienst waren van een ministerie of Dienst ruimtelijke ordening. De voorliefde voor beton en dit ontwerp moet je plaatsen in die tijd.'Gewapend beton was na de oorlog ultramodern', zegt De Graaf. 'Het was het materiaal van de vooruitgang.' In heel Europa gold in de jaren zestig en zeventig een sterke politieke polarisatie tussen links en rechts. Links stond voor een sterke staat en sturende sociale politiek. In Amsterdam kreeg de afdeling Publieke Werken in 1964 onderdak in het Wibauthuis, een ontwerp van Norbert Gawronski. Het Wibauthuis is gesloopt in 2007, een lot dat meer gebouwen uit die tijd treft. 'Als het Wibauthuis van Berlage was geweest, was het zeker niet verdwenen', zegt De Graaf. Wat hij wil laten zien is dat deze gebouwen hun eigen schoonheid hebben. '


Architecture by Civil Servants, Venetië, centraal paviljoen in de Giardini, tot 25 november.


Anonieme meesterwerken


NEDERLAND


'Re-set', Petra Blaisse Inside Outside


Pragmatisch paviljoen met een duidelijk concept. Niet te veel blabla, waar nogal wat landenpaviljoens onder bezwijken. Petra Blaisse laat gordijnen mechanisch over rails door de ruimte lopen. Daardoor verandert het Rietveldpaviljoen steeds van stemming, kleur, lichtintensiteit en plattegrond. Pleidooi voor slimme oplossingen om kantoorleegstand te bestrijden.


VERENIGDE STATEN


'Spontaneous interventions', Cathy Lang Ho


Kreeg een eervolle vermelding van de biënnalejury. Moet zeker gezien worden. Beetje ingewikkeld en veel, maar wel vol prachtige gedachten. Kosten noch moeite zijn gespaard bij de inrichting. Een poging om daadwerkelijk oplossingen voor praktische problemen aan te reiken in speelse vorm.


JAPAN


'Architecture. Possible here? Home-for-all', idee Toyo Ito


Collectief werk bekroond met de Gouden Leeuw voor beste landenpresentatie. Beetje hermetische, maar wel heel precies op zijn Japans gemaakte presentatie. Prachtige kleine maquettes. Centrale vraag: hoe moeten wij het landschap gebruiken na de grote tsunami van maart 2011.


Top 5 paviljoens


CHINA


'Originaire', Fang Zhenning


Er zijn veel nieuwe landenpaviljoens dit jaar. China heeft geen eigen onderkomen in de Giardini, maar zit in het Arsenaal. Niemand had tien jaar geleden durven geloven dat dit land zo'n hippe en lastig te begrijpen paviljoen zou maken. Wel mooi. Vijf architecten reageren op het begrip 'originaire' een samentrekking tussen origineel en initieel.


POLEN


'Making the walls quake', Michael Libera


Polen heeft al een aantal jaren goede paviljoens afgeleverd. Dit keer een hardcore grijs geschilderd kaal kamerlandschap. Dat vooral gaat over geluid, geluid dat iedere stadsbewoner vergezelt. Eervolle vermelding van de jury van de biënnale.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden