Thatcher en Reagans ongelijk

In het Betoog (10 mei) schreef economisch redacteur Olav Velthuis een mooi artikel onder de kop ‘Kredietcrisis maakt einde aan dertig jaar neoliberalisme’. In de jaren tachtig besloten Margaret Thatcher in Groot-Brittannië en Ronald Reagan in de Verenigde Staten de economische theorie van Milton Friedman en de Chicago School of Economics tot hart van hun economisch beleid te maken. Onder het motto: Laat iedereen zijn eigenbelang nastreven op vrije markten en iedereen wordt er beter van. De overheid moet zich zo min mogelijk met de economie bemoeien.

Uit angst de boot te missen, nam de hele westerse industriële wereld hun beleid in meer of mindere mate over. Tot dan toe gold in veel Europese landen, waaronder Nederland, als uitgangspunt van beleid: we zijn met zijn allen verantwoordelijk voor welvaart en welzijn voor iedereen. Dat werd: iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen welvaart en welzijn.

Zo ging bij ons het bezuinigingsbeleid in de jaren tachtig om de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen geluidloos over in een neoliberaal beleid dat beoogde de verzorgingsstaat uit te kleden. Met medewerking van de PvdA in het derde kabinet Lubbers en de twee paarse kabinetten met de VVD.

Mislukt
Olav Velthuis verklaart het neoliberale experiment als mislukt als gevolg van de huidige kredietcrisis. Het is waar: de kredietcrisis heeft duidelijk gemaakt dat de vrije markt op wereldniveau totaal is ontspoord als reactie op het instorten van de hypotheekmarkt in de Verenigde Staten. Omdat de kredietverlening dreigde op te drogen en banken dreigden om te vallen, schoten in alle landen de overheden en de centrale banken te hulp om de nadelige effecten te verminderen. In Amerika gooide de regering Bush alle leerstukken van de ‘Chicago boys’ in de prullenmand en probeerde een recessie te voorkomen door een stimuleringsprogramma af te kondigen van honderden miljarden dollars in de beste tradities van de economische school van Keynes.

Wat ging er mis? Mensen die leiding geven aan het bedrijfsleven kan niet worden verweten dat ze hun eigenbelang niet hebben nagejaagd. Op een schaamteloze manier hebben ze zichzelf verrijkt met perverse beloningssystemen zonder nieten. Of ze nu zorgden voor groei, mislukking of ontmanteling van hun bedrijf, ze werden er miljoenen, vaak tientallen miljoenen en soms honderden miljoenen beter van. Bonus-systemen schiepen een mentaliteit van ‘na ons de zondvloed’. In die zondvloed is volgens Olav Velthuis het neoliberalisme verzopen.

Mensvijandig systeem
Wat hij schrijft, is allemaal waar. Maar voor mij is het neoliberalisme al veel eerder door de mand gevallen als een mensvijandig systeem. In alle landen waar het in praktijk is gebracht, heeft het mensen met de sterkste schouders sterker gemaakt en de zwakken zwakker. Terwijl de profiteurs van de graaieconomie dansten rond het vreugdevuur van de overvloed werd een nieuwe kaste van achterblijvers gecreëerd die wegzonk in grotere armoede en onmacht. Mensen met een uitkering hebben nu minder te besteden dan 25jaar geleden. Terwijl een nieuwe generatie producten op de markt is gekomen die je wel móét kopen om op een normale manier in de samenleving te kunnen participeren. Wie kan er nog buiten een mobiele telefoon of PC?

De samenleving en het bedrijfsleven stellen steeds hogere eisen waaraan mensen moeten voldoen. Maar een deel van de bevolking beschikt doodeenvoudig niet over de vaardigheden om dat te kunnen. Niettemin worden ze met allerlei drang en dwangmaatregelen gedwongen te presteren alsof ze er wel over beschikken.

Eergisteren maakte het CBS bekend dat het aantal wanbetalers van de zorgpremie is gestegen tot een kwart miljoen. Onder ontvangers van bijstand is het percentage met 40 procent gestegen. Daaruit wordt niet de conclusie getrokken dat de uitkering te laag is, maar wordt als remedie een wetsvoorstel ingediend om wanbetalers een boete op te kunnen leggen en tot betaling te pressen.

Het neoliberalisme heeft armoede tot instrument gemaakt om mensen tot gehoorzaamheid aan een economische theorie te dwingen. In internationaal armoedeonderzoek wordt de armoedegrens gelegd bij een huishoudinkomen dat lager is dan 60 procent van het mediaan inkomen (het inkomen met evenveel inkomens lager als hoger). Met die maatstaf gemeten is in Nederland de duurzame armoede gestegen van 0,8 procent in 1984 naar 5,5 procent in 2001. Een stijging met bijna 700 procent. In navolging van Amerika neemt ook bij ons het aantal werkende armen toe.

Door de kredietcrisis is het neoliberalisme failliet verklaard in economische termen. Het morele failliet dateert al van de invoering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden