Tetteren alsof ik een pond cocaïne heb gesnoven

Ik schrijf deze column om deadlinetechnische redenen met de bonkende kater van de Gouden Kalveren nog in mijn hoofd. Voor u lijken ze alweer eeuwen geleden, voor mij zijn ze zeer relevant, daar ik vandaag niet verder dan tien meter van de wc mag komen. Ik heb gedronken, ik moest wel. Dat soort gelegenheden zijn een lose-lose-situatie; of het optreden gaat slecht en dan wil ik dood, of het gaat goed en ik word onuitstaanbaar vrolijk en ik schiet allerlei beroemde mensen aan waar ik tegenaan ga tetteren alsof ik een pond cocaïne heb gesnoven. In dat geval wil ik de ochtend erná alsnog dood. Zoals nu.

Het was een tricky optreden. De liedjes voor de genomineerde hoofdrolspeelsters hadden we nog niet in het openbaar getest. Da's één. Ten tweede wist ik dat het geluid kut zou zijn. Bij optredens voor een groot tv-ding is het geluid altijd ruk. Altijd. Dan weer staat de monitor te hard, dan weer valt een zendmicrofoon uit, dan weer hoort men Slam FM over de boxen...Er gaat altijd iéts fout.

Ten derde is de context van een tv-gala vaak suboptimaal. In dit geval had het publiek al drie uur bedankspeeches moeten aanhoren en werd elke prijs ingeleid door een duopresentatie. Altijd een slecht idee, helemaal als het acteurs zijn. Acteurs kunnen niet presenteren. Zelfs bij de Oscars, waar de beste schrijvers ter wereld de praatjes verzinnen, die worden opgelezen van de autocue door de beste acteurs van Hollywood, die er maanden op repeteren en schaven, zelfs daar vallen de grapjes van acteurs altijd in het water. Altijd. Raar maar waar.

Dus de zaal was moe en ongedurig toen we opkwamen, niet in de laatste plaats omdat Katja Schuurman ineens op het podium verklaarde dat ze 'niet zou rusten' tot het onderzoek naar de moord op Theo heropend zou worden (wat me onmogelijk lijkt, je zult toch af en toe een dutje moeten doen), en die scenarioschrijver die de gelegenheid van zijn acceptatiespeech te baat nam om de gulle en welwillende hoofdsponsor van de Gouden Kalveren zo uit te schelden dat er volgend jaar geen Kalveren zullen zijn. Ongemak, ergernis en gêne alom dus, en toen moesten wij onze lollig bedoelde liedjes nog brengen.

Het viel mee. De microfoon stond inderdaad uit, maar alleen aan het begin; Mike's piano was inderdaad onhoorbaar, maar aan zijn gezicht kon ik zien waar we waren in het nummer; en ik vergat inderdaad mijn tekst, maar verving die tijdig door wat onzin die me te binnen schoot.

Missie geslaagd. En dan.

Inmiddels ken ik het sommetje wel: Zenuwen x Opluchting + Drank = Ik Ben Een Koning. Mijn bipolaire sociaal-o-meter sloeg uit van nurkse autist naar party animal. Ik dook het wederzijdse felicitatiegenootschap in ('Jij bent geweldig!' 'Nee jij!') waar iedereen beroemd was en lekker rook. Thijs Römer was in het echt best wel knap, Jet Bussemaker zei dat ik haar mocht tutoyeren en René Mioch bleek hetero. Ik vermaakte me kostelijk.

Ik moest, ladder als ik was, rennen om de nachttrein te halen. Dat ging niet makkelijk: de knoop was van mijn smokingbroek afgesprongen, dus die zakte steeds af, en ik had mijn handen vol met mijn synthesizer en mijn reservepak. Dus ik kon 'm niet ophijsen. Als ik mijn knieën wijd hield, kon ik de broek nog soort van ophouden tot onder mijn dijen. Zo waggelde ik het perron op. Vlakbij de trein zakte mijn broek echter alsnog op mijn enkels. Vier conducteurs stonden bij de ene open deur mijn struikelpartij gade te slaan. Je zag ze denken: 75 kilo pure glamour, schoon aan de haak.

Inmiddels ken ik het sommetje wel: Zenuwen x Opluchting + Drank = Ik Ben Een Koning. Mijn bipolaire sociaal-o-meter sloeg uit van nurkse autist naar party animal. Ik dook het wederzijdse felicitatiegenootschap in ('Jij bent geweldig!' 'Nee jij!') waar iedereen beroemd was en lekker rook. Thijs Römer was in het echt best wel knap, Jet Bussemaker zei dat ik haar mocht tutoyeren en René Mioch bleek hetero. Ik vermaakte me kostelijk.

Ik moest, ladder als ik was, rennen om de nachttrein te halen. Dat ging niet makkelijk: de knoop was van mijn smokingbroek afgesprongen, dus die zakte steeds af, en ik had mijn handen vol met mijn synthesizer en mijn reservepak. Dus ik kon 'm niet ophijsen. Als ik mijn knieën wijd hield, kon ik de broek nog soort van ophouden tot onder mijn dijen. Zo waggelde ik het perron op. Vlakbij de trein zakte mijn broek echter alsnog op mijn enkels. Vier conducteurs stonden bij de ene open deur mijn struikelpartij gade te slaan. Je zag ze denken: 75 kilo pure glamour, schoon aan de haak.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.