Analyse

Testament van commissie vol vertrekkende Kamerleden: alles moet anders in politiek en bestuur

Wetten zijn zo complex dat ze onbegrijpelijk zijn voor miljoenen burgers. Als zij in botsing komen met de overheid, gaat het daarom vaak gruwelijk mis. De overheidsorganisaties zelf zijn meestal niet in staat om in te grijpen en met maatwerk een passende oplossing te vinden.

Commissievoorzitter Andre Bosman (met gele stropdas) met links van hem Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib,  Nevin Özütok (GroenLinks), Evert-Jan Slootweg (CDA) en Cem Laçin (SP) donderdag tijdens de presentatie van het eindrapport van de tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties (TCU). Beeld Sem van der Wal / ANP
Commissievoorzitter Andre Bosman (met gele stropdas) met links van hem Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib, Nevin Özütok (GroenLinks), Evert-Jan Slootweg (CDA) en Cem Laçin (SP) donderdag tijdens de presentatie van het eindrapport van de tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties (TCU).Beeld Sem van der Wal / ANP

Dit was donderdag de onthutsende conclusie van de parlementaire commissie die onderzoek deed naar problemen bij uitvoeringsorganisaties van de overheid. Aanleiding waren de aanhoudende klachten over het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), de Belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). In totaal heeft de Rijksoverheid zo’n tweehonderd organisaties die wetten uitvoeren.

Een probleem met de overheid kan iedereen overkomen, benadrukt de commissie. Een echtscheiding of sterfgeval kan burgers zo uit het lood doen slaan dat ze bijvoorbeeld vergeten de huur, belasting of zorgpremie te betalen. Een ongeluk komt zelden alleen. Maar voor laaggeletterden, mensen met een laag IQ en digibeten liggen de problemen dagelijks op de loer: juist diegenen die de overheid het hardst nodig hebben, lopen vaak vast in hun contact met diezelfde overheid.

Het is niet een simpele oplossing die de commissie voorstelt. Maatwerk is het toverwoord, maar daar biedt wetgeving weinig ruimte voor. Eigenlijk moeten de hele politieke cultuur en de bestuurscultuur veranderen om de problemen op te lossen. Dat is geen knop die even omgaat maar een proces dat jaren gaat vergen, erkent commissievoorzitter André Bosman (VVD).

Zwartgallig beeld

Het rapport schetst een zwartgallig beeld van die cultuur. Die analyse raakt de politiek, de ministeries en de uitvoeringsorganisaties zelf. Afspraken in een regeerakkoord zijn ‘in beton gegoten’ en worden door coalitiefracties trouw gezwind omgezet in wetgeving. Ministers vragen bij die nieuwe wetgeving wel aan uitvoeringsorganisaties hoe zij er tegenaan kijken – een uitvoeringstoets – maar de uitvoerders zijn loyaal aan de minister en zullen zelden laten weten dat iets lastig is, laat staan dat zij iets niet kunnen.

Als personeel op de werkvloer bij de uitvoerders intern problemen signaleert, wordt die informatie bij het doorgeven door de ‘leemlaag aan management’ langzaam maar zeker ‘vergroend’, waardoor de lichten bij de top vrijwel nooit op ‘rood’ springen. De ‘werkvloer’ voelt zich bovendien zelden ‘veilig’ genoeg om problemen aan te kaarten. Het wordt al snel gezien als klagen.

De Tweede Kamer is ook het nodige te verwijten, vindt de commissie. De vraag of iets uitvoerbaar is, speelt een te kleine rol bij wetgeving, laat staan dat de organisaties om toelichting wordt gevraagd. Rapporten van de Algemene Rekenkamer en de Nationale Ombudsman, nota bene twee Hoge Colleges van Staat, worden meestal voor kennisgeving aangenomen. Daardoor mist de Kamer vaak signalen dat iets vreselijk mis gaat.

Zo publiceerde de Ombudsman in 2014 al over de onbedoelde effecten van de Fraudewet. Dat werd jaren later de kinderopvangtoeslagaffaire, die in 2021 leidde tot de val van het kabinet Rutte III. Ombudsman noch Rekenkamer heeft ‘doorzettingsmacht’, zij kunnen slechts problemen signaleren, niet aanpakken of oplossen. Dat moet de Tweede Kamer doen, maar die neemt de rapporten vaak slechts voor kennisgeving aan.

Maatwerk

Dat moet allemaal anders, vindt de commissie. De Ombudsman moet gehoord worden, de Tweede Kamer zelf moet zich beter verdiepen in wetgeving en de gevolgen daarvan. Vaker moet daarin een ‘hardheidsclausule’ staan die uitvoerders de mogelijkheid geeft af te wijken van de wetgeving als die in de praktijk onredelijk uitpakt.

Dat vergt vertrouwen in de professionals op de werkvloer, wat nu ontbreekt. Dan nog zullen er dingen fout gaan, weet de commissie. Niet bij elke fout moet geroepen worden om het aftreden van de verantwoordelijk minister, vermanen de Kamerleden zichzelf.

Het kabinet moet ook ruimhartiger omgaan met informatievoorziening aan de Tweede Kamer. Uitvoerders moeten zelf ook openhartig met de Kamer over hun werk en problemen kunnen spreken, niet alleen de top van de organisatie maar ook mensen van de werkvloer.

Het klinkt als het testament van vertrekkende Kamerleden. En dat is het ook. Het gros van de commissieleden komt niet terug in de Tweede Kamer. Toch hopen zij dat het bij de kabinetsformatie een rol speelt en door de nieuwe Tweede Kamer ter harte wordt genomen. Ook verwachten zij dat hun rapport een rol speelt bij de aanstaande parlementaire enquête naar de kinderopvangtoeslagaffaire.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden