Terwijl Pericles sprak, stak er een ijzige wind op

De samenvattingen van beroemde boeken in het blad Het Beste waren spannend maar: veel te simpel. Hetzelfde kan beweerd worden over Rob Riemens inleiding in de filosofie die Adel van de geest poogt te zijn....

Het lezen van Adel van de geest van Rob Riemen riep bij mij vooral jeugdherinneringen op. Bij kennissen van mijn ouders lag Het Beste, de Nederlandse uitgave van Readers Digest op tafel. Met citaten van beroemde mensen als aanprijzing en de trotse mededeling dat het in talloze talen verscheen, maakte het op mij als jongetje diepe indruk. Ook Adel van de geest verschijnt maar liefst in twintig landen tegelijk, terwijl een imposante lijst van denkers het aanprijst. Volgens Mario Vargas Llosa is het ‘van onschatbare waarde’ en Jacques Attali vindt dit boek zelfs ‘een wonder’.

Ook qua inhoud deed Adel van de geest mij direct aan Het Beste denken. Af en toe hoorde daar namelijk ook een samenvatting van een boek uit de wereldliteratuur bij. Als ik het mij goed herinner, maakte ik zo voor het eerst kennis met De gebroeders Karamazov en Anna Karenina. Toen ik die boeken later ‘in het echt’ las, viel het mij op dat ze minder spannend waren dan in de samenvattingen. De plot eruit was in Het Beste vereenvoudigd, spanningen waren uitvergroot, de dramatiek was aangedikt.

Welnu, precies dat doet Riemen in Adel van de geest. Hij geeft weliswaar niet de hele klassieke werken weer maar gedeelten eruit. Maar steeds wordt subtiel van het origineel afgeweken om het spannender en daarom toegankelijker te maken voor de lezer die zijn weg in de wereldliteratuur nog niet gevonden heeft.

Meeslepend is bijvoorbeeld de beschrijving die Riemen geeft van het proces tegen Socrates. De literaire weergave van Plato laat hij ver achter zich door in de hoofden van de aanwezige Atheners te kruipen. Die beseffen al van te voren het wereldwijde belang van dit proces en zijn zich bewust dat ‘generaties na hen’ er nog over zullen praten. En diezelfde Atheners denken ‘onvermijdelijk’ allen terug aan een eerdere grote gebeurtenis, de lijkrede van Pericles dertig jaar daarvoor.

Ook hier verlevendigt Riemen de wat droge beschrijving van Thucydides: ‘er was een ijzige wind opgestoken tijdens zijn – Pericles’ – betoog, maar niemand had de kou gevoeld.’

Bij dit soort aandikkingen en dramatiseringen wordt af en toe een loopje met de feitelijke gang van zaken genomen. Zo introduceert Riemen een politiek-filosofisch gesprek dat uit Doktor Faustus van Thomas Mann stamt en dat in het voorjaar van 1919 plaatsvindt, door als achtergrondinformatie te vermelden dat ‘in Rusland de dictatuur van het proletariaat een feit was’. Dat klinkt zwaar en indrukwekkend. In werkelijkheid woedde de burgeroorlog er nog volop en had het Rode leger onder Trotski net een aantal nederlagen geleden.

Of neem Riemens weergave van een conversatie uit 1946 van Koestler, venijnig criticus van het communisme, met de filosofen Sartre en Camus, thuis bij de auteur en publieke intellectueel André Malraux. Ook hier weet Riemen het relaas dat uit de grote Camusbiografie van Oliver Todd stamt in te kleuren door in de hoofden van de deelnemers te kruipen. Sartre vindt Malraux maar ‘een ijdele bourgeois kapitalist met een links masker’ en hij bedenkt dat ‘hij niet mee had moeten gaan’. Hij blijft, want hij ‘is benieuwd naar de jonge Camus’. Om het gesprek spannend te maken verzint Riemen erbij dat Malraux ex-communist is en verzwijgt hij juist dat dit met Camus het geval was.

Om in vele talen te kunnen verschijnen moest Het Beste zich vaak tot brede algemeenheden beperken. De westerse waarden die tegenover het communisme werden geplaatst, konden daarom niet al te diep worden onderzocht en de spanningen en ambiguïteiten erbinnen konden niet aan de orde komen. Dat gebeurt ook niet in Adel van de geest waarin om de zoveel pagina’s de mantra’s van ‘de menselijke waardigheid’ en van absolute en eeuwige waarden worden uitgedragen. ‘Deze waarden’, aldus Riemen, ‘zijn universeel omdat ze voor alle mensen gelijk zijn en tijdloos omdat ze van alle tijden zijn’. Hij wil het zijn lezers kennelijk niet al te moeilijk maken. De volgens hem ‘eeuwige’ waarde van de barmhartigheid was de klassieke Grieken bijvoorbeeld totaal onbekend. Zij doet pas haar intrede in de wereldgeschiedenis met het christendom en botst vervolgens vaak met de volgens Riemen even tijdloze waarde van de gerechtigheid. Ook het uit de Verlichting stammende begrip ‘menselijke waardigheid’ leefde niet bij Plato en Socrates, die een scherp onderscheid maakten tussen de waarde van de Grieken en die van de barbaren. Maar dat wordt voor de lezers waarschijnlijk te ingewikkeld. Daarom laat Riemen Socrates ook zonder problemen een pleidooi houden voor ‘onze menselijke waardigheid’.

Riemen weigert bij zijn aanhalingen uit de wereldliteratuur voetnoten en verwijzingen te gebruiken. Tegelijkertijd suggereert hij met zijn vele aanhalingstekens dat hij op directe wijze citeert. Of dat zo is, valt alleen te controleren voor iemand die naar de oorspronkelijke teksten op zoek gaat. Voor zover ik die terug vond, blijken er soms meer ‘citaten’ uit de duim van Riemen dan uit de oorspronkelijke tekst te komen. Dat maakt het geheel inderdaad levendiger, maar het heeft niets met een wetenschappelijke weergave te maken.

Verwijzingen en noten dienen niet alleen als controlemechanisme; ze geven ook de context weer waarbinnen teksten hun betekenis krijgen. Omdat die context hier ontbreekt, leveren de voorbeelden uit de wereldliteratuur die Riemen rondstrooit vooral het soort lessen op die ik mij van wandtegels en scheurkalenders herinner: goed voor elke dag, geldig voor overal.

Enkele jaren na de samenvattingen uit Het Beste las ik uit de kast van mijn opa Anna Karenina. Zoals gezegd, het was minder spannend dan de tekst uit Het Beste. Maar ook al begreep ik er lang niet alles van, er gingen bij het worstelen met deze originele tekst werelden voor mij open waar ik bij het lezen van de samenvatting geen idee van had gehad.

Als directeur van het Nexus Instituut in Tilburg heeft Rob Riemen grote verdiensten door denkers uit de hele wereld naar ons land te halen. Dankzij de teksten van die denkers, hoe moeilijk en onbegrijpelijk ze soms ook zijn mogen, worden ongetwijfeld voor velen werelden van de geest geopend. Een inleiding als Adel van de geest helpt helaas niet om deze werelden toegankelijk te maken, maar sluit ze eerder af.Hans Achterhuis

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden