Terwijl het Westen zwijgt wordt in Afrin met veel geweld 'alles wat Koerdisch is weggepoetst'

Sinds de Turken in samenwerking met het Vrije Syrische Leger begin dit jaar de Syrisch-Koerdische enclave Afrin onder de voet liepen, ontvluchtten naar schatting 180 tot 200 duizend Koerden de regio. Zij, maar ook de thuisblijvers, leven in nu in erbarmelijke omstandigheden. Wie gaat hen helpen?

Turkse soldaten in Afrin. Beeld AFP

Hani wist niet wat hij zag, toen hij de foto onder ogen kreeg van zijn Koerdische vriend in het Syrische Afrin. Stond hij daar nou echt naast twee geblinddoekte jonge strijders van de Koerdische militie YPG? Hielp hij de bezetters, Turkije en de strijders van het Vrije Syrische Leger (FSA), hen te arresteren?

Later in een WhatsApp-gesprek vertelt de vriend hem dat hij echt niet anders kon. De FSA-strijders waren gewapend. Iedere burger in Afrin die niet meewerkt, wordt al snel beschuldigd van terrorisme en een kopje kleiner gemaakt. De bewuste foto is door de Turken verspreid als ‘bewijs’ dat burgers in de Noord-Syrische regio Afrin hun ‘bevrijders’ graag helpen bij ‘het opruimen van terroristische restanten’.

Familie in problemen

Hani, een Afrin-Koerd die twintig jaar in Nederland woont, heeft de Volkskrant uitgenodigd voor een Koerdisch ontbijt in zijn Brabantse woning. Aan tafel schuiven dezelfde Afrin-vluchtelingen aan die zich begin februari in de krant uitspraken, toen het Turkse offensief tegen de Afrin-Koerden net bezig was. Het gezelschap is neerslachtig: de hele enclave is onder de voet gelopen, hun familie zit in de problemen.

Ruim twee maanden geleden leefde nog de hoop dat de internationale gemeenschap de Koerden, die in een coalitie met het Westen tegen IS hebben gestreden, zouden bijstaan. Die hoop is verdampt. Peshmerge, sinds 2012 in Nederland: ‘Omdat Turkije lid is van de Navo en de Europese Unie een vluchtelingendeal met Erdogan heeft gesloten, kijkt iedereen de andere kant op. Geen enkel westers land heeft de Turkse actie veroordeeld. Ik ben bang dat gruweldaden, straffeloosheid en onverschilligheid over Afrin-slachtoffers het nieuwe normaal worden.’

Foto's van geplunderde huizen van Afrin-Koerden, zoals die de familie in Nederland bereiken. Beeld RV

Duimen

Peshmerge was onlangs met een kleine ‘Afrin-delegatie’ op bezoek in de Tweede Kamer bij de Vaste commissie voor Buitenlandse Zaken. Drie punten kaartte de delegatie aan: Nederland moet de Turkse actie veroordelen, zich sterk maken voor humanitaire hulp aan de regio en voor de veilige terugkeer van vluchtelingen naar Afrin. Een veroordeling van de Turkse actie is uitgesloten, dat heeft minister Blok van Buitenlandse Zaken al laten weten.

Nu maar duimen dat er vandaag op de grote Syrië-top in Brussel vandaag aandacht zal zijn voor het vergeten lot van de Afrin-Koerden en niet alleen voor de vermeende gifgasaanval van president Assad van Syrië op Douma.

‘We krijgen alleen maar vervelend nieuws’, zegt Hani. ‘Van iedereen, van Koerdische politici, van de lokale arts, van vrienden via sociale media, van familie.’ Amina, vier jaar in Nederland, zucht diep. ‘Mijn tante is vanochtend overleden’, zegt ze . ‘Ze had suikerziekte. Er is in Afrin een groot tekort aan medicijnen. Eerder al zijn haar tenen geamputeerd. Nu is ze dood.’

Afrin-stress

De ontbijtgasten hebben de afgelopen weken allemaal een of meer familieleden verloren. Op de bank ligt Fatima, Hani’s zus. Ze is van de ‘Afrin-stress’ met haar auto tegen een muur gereden. Ze heeft een ruggenwervel gebroken.

De Afrin-Koerden zaten begin februari aan de televisie gekluisterd. De Turkse militaire Operatie Olijftak was twee weken aan de gang en ze volgden live het nieuws van de lokale Koerdische zender Ronahi. Ze vertelden over hun families, die gevlucht waren uit dorpen naar de grote stad. Af en toe was er verbinding met Afrin en werd er live verslag gedaan vanuit schuilkelders. Op hun smartphones lieten ze filmpjes zien van ingeslagen bommen in de buurt van woningen van hun families.

Foto's van geplunderde huizen van Afrin-Koerden, zoals die de familie in Nederland bereiken. Beeld RV

Ook bedreiging in Nederland

De Afrin-Koerden wilden toen, net als nu, om veiligheidsredenen alleen met hun voornaam in de krant. In Nederland worden ze, als ze zich negatief uiten over de Turkse president Erdogan, bedreigd door ‘pro-AKP-Turken’. Familieleden in Afrin lopen ook risico’s als hun achternamen bekend worden. Peshmerge: ‘Er circuleren zwarte lijsten in Afrin. Wie kritiek heeft op Erdogan, of blijk geeft van een heel klein beetje sympathie voor de YPG, staat te boek als terrorist.’

De televisie staat nu uit. Ronahi kan niet live meer uitzenden. Informatie krijgen ze hoofdzakelijk via WhatsApp. Westerse journalisten worden in de regio niet toegelaten.

Het beeld dat de Nederlandse Afrin-Koerden schetsen van hun regio is inktzwart. Op 18 maart hebben de Turken, met steun van Syrisch-Arabische FSA-strijders, Afrin in handen gekregen. Daar heerst nu, zeggen ze, ‘een brute anarchie’. De Turken hebben het lokale bestuur (nog) niet overgenomen en laten FSA-strijders hun gang gaan. Woningen van burgers worden leeggeplunderd of overgenomen. Dat is hun families ook overkomen. Achterblijvers worden gedwongen hun Koerdische identiteit te verdoezelen. Wie dat niet doet, loopt gevaar.

Wangedrag

In een reportage zaterdag in het Belgische blad Knack beschrijft journalist Pieter Stockmans aan de Turks-Griekse grensrivier Evros dat de exodus uit Afrin naar Europa begint door te sijpelen. De verhalen over het wangedrag van islamitische milities in de Noord-Syrische regio kan de Volkskrant niet zelf verifiëren. Wel zijn foto’s getoond en ook Stockmans tekent aan de Evros dergelijke verhalen op.

In Amina’s dorp Mirkan is de ‘dorpsgek die zich altijd traditioneel Koerdisch kleedt’ doodgeschoten. ‘Hij had vier kogels in zijn rug.’ Hani: ‘Vrije Koerdische meiden worden gedwongen zich in lange zwarte gewaden te hullen, anders worden ze aangerand. Alles wat Koerdisch is wordt weggepoetst.’

Ze tonen foto’s van het lokale ziekenhuis, dat sinds een maand is gesloten. Voor Operatie Olijftak had het ziekenhuis de Koerdische naam Avrin. Nu staat er Afrin Hastanesi (ziekenhuis in het Turks).

Volgens schattingen van lokale Koerdische leiders zijn tussen de 180 en 200 duizend Afrin-Koerden de regio ontvlucht. De omstandigheden in vluchtelingenkampen elders in Koerdisch gebied zijn beroerd. Peshmerge laat foto’s zien van schurftige kinderen in een kamp bij Shahba die Leishmaniasis hebben, een door zandvliegen veroorzaakte infectieziekte. Er zijn er ook gevlucht, onder wie familieleden van Peshmerge en Amina, naar Nubul, een sji’ietische enclave tussen Afrin en Aleppo in. Ze vertoeven daar in schooltjes, tenten, in schapenstallen. Of, als ze het kunnen betalen, in dure huurkamertjes.

Amina krijgt zondagmiddag een telefoontje van haar ouders die hun vluchtkamertje in Nubul moeten verlaten. ‘Ze moeten nu in een tentje slapen. Ik heb mijn moeder nog maar niet verteld dat haar zus is overleden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden