Terwijl filosofen in hun bed sterven

'Beste professor, ik was veel liever professor in Basel gebleven dan God. Maar ik heb het niet aangedurfd mijn privé-egoïsme zover door te voeren en omwille daarvan de schepping van de wereld achterwege te laten.' Deze brief werd in 1889 in Turijn op de post gedaan door Friedrich Nietzsche. Toen zijn Baselse oud-collega Franz Overbeck het neergepende aandachtig las, begreep hij dat het niet meer zo goed ging met zijn oude vriend. Overbeck stapte snel in de koets om hem op te halen. Nog elf jaar leefde Nietzsche in een gesticht. Nietzsche en zijn brief konden niet ontbreken in Simon Critchleys studie van de wijze waarop grote denkers het aardse bestaan verlieten. The Book of Dead Philosophers heet het werk in het Engels. De Nederlandse titel, wat is er toch aan de hand met dit land, luidt Over mijn lijk. Op het omslag prijken die woorden op een prijskaartje dat is opgehangen aan een reeds koude witte teen in een mortuarium. Wie zich door dit staaltje marketing niet laat wegjagen, wordt beloond met een fraaie stoet filosofen. Als zijn heimelijke opdrachtgever voert Critchley niemand minder dan Montaigne op. Die schreef in de late zestiende eeuw: 'Als ik een boekenschrijver zou zijn, zou ik een lijst aanleggen van de verschillende manieren waarop mensen gestorven zijn. Wie de mensen leert te sterven, leert ze leven.' De verstandige Montaigne wist ook dat de oude Egyptenaren op grote feesten altijd enkele skeletten uitnodigden. Hun boodschap: 'Drink en wees vrolijk, ieder van u komt er zo uit te zien.' Filosoferen is niets anders dan leren sterven, wist Marcus Tullius Cicero meer dan twee millennia geleden al. 'Opperbevelhebbers sterven meestal op een schitterende manier terwijl filosofen gewoon in hun bed sterven. Toch is het van wezenlijk belang om te weten hoe ze precies gestorven zijn.' Alsof het lot zich door die uitspraak getart voelde, stierf deze grote Romeinse filosoof níet in bed: hij werd door politieke vijanden onthoofd. De slaaf die hem had verraden kwam nog minder fraai aan zijn einde. Cicero's schoonzus gelastte hem telkens een stukje van zijn lichaam af te snijden, dat te roosteren en op te eten. Critchley, droogjes: 'Hij vormde zo 's werelds eerste barbecue met zelfbediening.' De oudste van de 190 filosofen die zich kwalificeerden voor Over mijn lijk is Thales van Milete, brein achter de wijsheid 'ken uzelf' en alweer bijna 2600 jaar niet meer onder ons. Tijdens het kijken naar een atheliekwedstrijd schijnt hij in de brandende zon in elkaar te zijn gezakt. 250 pagina's verder zijn we aangeland bij Michel Foucault, die vond dat we onze legitieme vreemdheid moesten ontwikkelen. Hij was in 1984 een der eerste beroemdheden die bezweken aan het hiv-virus. Na Foucault komt nog Guy Debord, auteur van De spektakelmaatschappij, die over zichzelf opbiechtte: 'Ik heb veel minder geschreven dan de meeste schrijvers maar veel meer gedronken dan de meeste drinkers.' De allerlaatste grote denker die Simon Critchley selecteerde voor zijn filosofenhemel: Simon Critchley. '1960-? Exit, achtervolgd door een beer.' Als dat maar geen self-fulfilling prophecy wordt.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden