Terwijl andere organisaties conflicten in de doofpot stoppen, loopt de vakbond er juist mee te koop

Foto de Volkskrant

In 1971 werd polderaar Harry ter Heide gekozen tot voorzitter van vakcentrale NVV, een van de voorlopers van de huidige FNV.

Eén jaar later werd hij pootje gelicht door de geradicaliseerde industriebond van de onlangs overleden Arie Groenevelt die door acties op de werkvloer veranderingen wilde afdwingen en niet door overleg met de werkgevers.

Ter Heide werd gewipt en maakte plaats voor de jonge Wim Kok die beter leek te zijn in het ballen van de vuisten. In een artikel in Elseviers Weekblad betoogde Van der Heide jaren later aan de hand van de zogenoemde speltheorie dat het beter is door onderhandelingen een win-winsituatie te creëren dan elkaar te bevechten waarbij iedereen verliest. Twee jaar later sloot dezelfde Wim Kok met de werkgevers het fameuze akkoord van Wassenaar over loonmatiging.

De richtingenstrijd is de varkenscyclus van de vakbond. Elke zeven jaar is een bestuursconflict nodig om de boel op te frissen. Elsevier voorspelde in de jaren zeventig dat de rol van de vakbonden door het vertrek van Van der Heide zou zijn uitgespeeld, maar het aantal leden stroomde juist toe.

In de jaren tachtig ontstond een grote crisis rond de benoeming van Hans Pont die twee later overliep naar de vijand. In de jaren negentig leidde de opvolging van Johan Stekelenburg tot een machtsstrijd. De gedoodverfde opvolger Ella Vogelaar werd gepasseerd door Lodewijk de Waal, waarna ze meteen als vicevoorzitter aftrad omdat de FNV te vrouwonvriendelijk zou zijn. En ook de benoeming van de laatste FNV-voorzitter, Han Busker, was een moeizaam compromis.

Intern bestuursgekrakeel behoort tot de folklore van de vakbeweging, of dat nu binnen de categorale bonden is of de vakcentrale zelf. Hoe meer onrust hoe heftiger de richtingenstrijd en hoe levendiger het debat in de vakcentrale zelf. Terwijl andere organisaties conflicten in de doofpot proberen te stoppen of mensen in ruil voor een gouden handdruk de mond snoeren, loopt de vakbond er steevast mee te koop. Werkgevers weten precies wat zich achter de schermen afspeelt en kunnen daar hun onderhandelingsstrategie op afstemmen.

Dit keer heeft vicevoorzitter Mariëtte Patijn een bom laten ontploffen. Ze stapt plompverloren op vanwege 'onvoldoende eensgezindheid en daadkracht'. Zij wekt daarbij de schijn vooral voor jongeren te willen opkomen ('de strijd tegen flexibele contracten') in plaats van voor de oudere leden ('we gaan de strijd niet winnen door ons te richten op het veilig stellen van pensioenen en de AOW'). Maar ze zegt dat ook weer niet zo duidelijk dat ze zelf een toonbeeld van eensgezindheid en daadkracht is.

De vakcentrale is een van de meest gedemocratiseerde instellingen. Iedereen kan daar zijn hart luchten waarna een bestuur een compromis moet sluiten dat de inzet wordt voor een nieuw compromis met de werkgevers.

Voor twee keer polderen is heel veel daadkracht nodig.