REPORTAGE

Teruglezen: wie is er nog bang in Tsjernobyl?

Verslaggever Bert Lanting bezocht in 1996, tien jaar na de ramp, de verboden zone rond de kerncentrale van Tsjernobyl. De ramp staat sinds de explosie symbool voor het risico van kernenergie.

Speelgoed en een gasmasker in een oude kleuterschool nabij de Tsjernobyl kernreactor in de spookstad Pripjat, Oekraïne, 22 april 2016. Beeld epa
Speelgoed en een gasmasker in een oude kleuterschool nabij de Tsjernobyl kernreactor in de spookstad Pripjat, Oekraïne, 22 april 2016.Beeld epa

'Wij komen niet meer terug. Vaarwel Pripjat. Vervloekt zij uw naam', heeft iemand met vette, woedende letters op een schoolbord in de kleuterschool van Pripjat gekrijt. De datum staat erbij: 28 april 1986, twee dagen na de ontploffing in de kerncentrale van Tsjernobyl, vijf kilometer verderop.

In de gang liggen de schoentjes van de kinderen die zondag 27 april, daags na de ramp, inderhaast uit het schooltje werden geëvacueerd. Het moeten angstige momenten zijn geweest: tussen het speelgoed liggen nog de gasmaskers, klein formaat, die de kinderen droegen voor ze in bussen de stad uit werden gereden.

Het zou maar voor drie dagen zijn, kregen de 47 duizend inwoners van de stad bij hun evacuatie te horen. Maar bijna tien jaar later staat Pripjat nog steeds leeg: een spookstad die een merkwaardige associatie oproept met de kapot gebombardeerde Tsjetsjeense hoofdstad Grozny. Alleen: dáár wordt druk geleefd tussen de ruïnes, hier zijn de gebouwen intact, maar is er geen leven.

Doodstil

Het is doodstil in de stad waar vroeger het personeel van de centrale woonde. Je hoort alleen de wind die deze dag vanaf de kerncentrale over de velden komt aanwaaien en de verroeste draaimolen achter het cultureel centrum licht verwijtend rondduwt. Zo kan het ook, alternatieve energie. Maar erg hard gaat het ding niet.

Om indringers buiten te houden, hebben de autoriteiten een hek om de stad heen gezet, al valt er nauwelijks meer iets te halen. Alle woningen zijn leeggehaald. Het meubilair, de tapijten, de gordijnen en alle bezittingen die de evacués moesten achterlaten, zijn diep onder de grond begraven in nucleaire kerkhoven rond Pripjat.

Maar het is een publiek geheim dat veel televisietoestellen en andere luxe goederen toch naar buiten zijn gesmokkeld en doorverkocht aan niets vermoedende klanten. De Pripjaters waren rijk; uiteindelijk behoorden de atomsjtsjiki, zoals de werknemers uit de kernindustrie worden genoemd, tot de Sovjet-elite. Het viel de vrijwilligers die bij het opruimwerk na de ramp waren betrokken, soms moeilijk zich te beheersen temidden van al die voor hen schaarse goederen die zij in de verlaten woningen aantroffen. Zelfs auto's werden opgegraven en compleet of in onderdelen naar buiten gesmokkeld, buiten de verboden dertig-kilometerzone die de autoriteiten na de ramp instelden rond Tsjernobyl.

Dagtrip Tsjernobyl
In de afgesloten zone van Tsjernobyl - waar zich dertig jaar geleden de kernramp voltrok - krijgen toeristen rondleidingen. Maar de radioactieve straling dan? Verslaggever Dennis Rijnvis meldt zich, aarzelend, aan. (+)

Dertig jaar na...
In het gebied waar jaar kerncentral nummer 4 ontplofte, worden inmiddels rondleidingen gegeven langs verlaten gebouwen, overwoekerde atletiekbanen en verroeste kermisatteacties.

Op deze luchtfoto uit 2003 het voertuigenkerkhof nabij Tsjernobyl. Beeld anp
Op deze luchtfoto uit 2003 het voertuigenkerkhof nabij Tsjernobyl.Beeld anp

Recyclen

Diep in de bossen van de zone, tien kilometer van Pripjat, ligt een van de kerkhoven voor brandweerwagens, pantserwagens en helikopters die bij het blussen van de brand in de kerncentrale zijn ingezet. De hoeveelheid straling die ze afgeven, staat met witte verf op de buitenkant gekalkt: vijftienhonderd, tweeduizend, zelfs negentienduizend milli-röntgen per uur.

Het nucleaire kerkhof wordt bewaakt door een slaperige agent die sloom uit zijn woonwagen komt stommelen, als hij ons na tien minuten in de gaten krijgt. Middenop het kerkhof probeert een groepje mannen een propellerblad van de staart van een van de helikopters af te halen. Ze zijn bovenop het gevaarte geklommen en staan oneerbiedig te rukken aan de propeller. Die geeft geen centimeter mee.

Ze hebben het blad nodig voor een monument dat in Kiev zal worden opgericht voor de slachtoffers onder de 'liquidatoren', de honderdduizenden mensen die bij het blussen van de brand en bij het schoonmaken van de zone hebben geholpen. Maar waarom dan juist het propellerblad van een besmette helikopter genomen?

'Dat is toch veel echter', legt een van de mannen uit. 'Bovendien, we hebben het gemeten. Dit stuk is nauwelijks radioactief.' Ze staan tussen de afgedankte voertuigen alsof ze zich op een gewone parkeerplaats bevinden, terwijl dit toch een van de meest radioactieve plekken in de zone is. Straling? Ach, het valt allemaal wel mee. 'Ik werk hier al negen jaar, maar ik ben nog kerngezond', legt één van hen uit. 'Geen klachten van m'n vrouw, en m'n minnares hoor ik ook nooit mopperen.'

Ze vinden het maar zonde dat al die wagens en helikopters hier staan te weg te roesten. 'Zo rijk is ons land nou ook weer niet.' Dus zijn ze begonnen de voertuigen bij stukjes en beetjes te 'recyclen': alle onderdelen die nog bruikbaar zijn en niet al te veel straling afgeven, worden eruit gesloopt. Puur voor 'intern' gebruik, verzekeren ze: voor het wagenpark van de centrale en de zone. Die auto's komen toch nooit de zone uit, zodat het geen kwaad kan. Maar niet iedereen is er zeker van dat de onderdelen in de zone blijven: het is heel makkelijk spullen naar buiten te smokkelen.

De voertuigen die werden gebruikt om de kernreactor te blussen en schoon te maken staan nu allemaal te verroesten. Beeld epa
De voertuigen die werden gebruikt om de kernreactor te blussen en schoon te maken staan nu allemaal te verroesten.Beeld epa

Straling

De eerste dag worden wij bij het verlaten van de zone streng gecontroleerd; onze auto wordt bij de politiepost besnuffeld op straling en zelf moeten we door een poortje dat - althans zo wordt gezegd - gaat piepen als de straling te hoog is. Maar de tweede dag zijn we al oude kennissen die vriendelijk worden doorgewuifd op de controlepost. We hoeven zelfs niet te stoppen.

Officieel mag er niemand binnen de dertig-kilometerzone wonen. Vooral in het noordelijke gedeelte van de cirkel die als met een passer rond de centrale van Tsjernobyl is getrokken, is de straling nog tamelijk hoog. Het niveau ervan verschilt van plaats tot plaats, afhankelijk van waar de wind en regen de radioactieve stoffen uit de ontplofte centrale hebben laten neerkomen.

In Pripjat bedraagt de straling 78 micro-röntgen per uur, zo valt af te lezen aan de digitale 'klok' aan de gevel van het verlaten gemeentehuis. Dat is drie keer zo hoog als de natuurlijke straling in Nederland. In Tsjernobyl wijst de stralingsmeter 54 micro-röntgen aan, terwijl het in de buurt van de centrale tot 600 micro-röntgen kan oplopen.

In sommige gebieden buiten de zone is de straling even hoog als in de zone zelf. Zo is onlangs begonnen met de evacuatie van een aantal plaatsen ten westen van de zone, zoals Naroditsji en Polesskoje.

Zelfnederzetters

Milli- of micro-röntgen, Ivan en Oeljana Matsjkoecha kunnen zich er niet over opwinden. Zij zijn al acht jaar geleden teruggekeerd naar hun dorp in de zone, ook al was dat toen nog streng verboden. 'Wat betekent verboden? Hier kun je voor drie flessen wodka een atoombom krijgen', schampert Ivan Matsjkoecha. Niemand heeft hun ooit een strobreed in de weg gelegd. 'De voorzitter van onze kolchoz heeft ons zelf gezegd dat we maar moesten terugkeren, als we dat wilden', vertelt hij. In bussen werden ze teruggebracht, samen met nog honderd personen uit het dorp Opatsjitsji. In totaal wonen er nu zevenhonderd samosjoly - 'zelfnederzetters', zoals de Tsjernobyl-repatrianten worden genoemd - in de zone. Eén vrouw woont zelfs op haar boerderijtje in een moeras op enkele kilometers van de centrale.

Als het aan het bejaarde echtpaar - 60 en 67 is oud op het Oekraïense platteland - had gelegen, was het nooit weggegaan uit het dorp. Natuurlijk hadden ze gehoord dat de atoomcentrale was ontploft, maar wat dan nog? 'Wij zijn nooit bang geweest. Van paniek was geen sprake, zelfs niet in Pripjat, vlakbij de centrale. Daar stonden ze op de brug te kijken naar het blussen van de brand. Bovendien: denk je dat we er ooit iets over gehoord zouden hebben als ze in Zweden niet iets hadden gemerkt? Natuurlijk niet, dan hadden ze het allemaal geheim gehouden en zou iedereen hier nog wonen, net als vroeger', zegt Ivan.

Ruim een week na de ontploffing werden alle inwoners van het dorp in bussen geladen en naar een dorp ten zuiden van Kiev gebracht. 'Het was maar tweehonderd kilometer, maar we hebben er bijna twee dagen over gedaan, omdat we alleen 's nachts reden. Ze waren bang dat men ons zou zien', vertelt Oeljana.

Een klaslokaal in de spookstad Pripjat. Beeld afp
Een klaslokaal in de spookstad Pripjat.Beeld afp

Voor Ivan was het de tweede keer dat hij zijn dorp moest verlaten. Eerst woonde hij in een plaatsje dat moest wijken voor een waterkrachtcentrale, nu werd hij door kernenergie verdreven. 'Kennelijk wilden ze me iets van de wereld laten zien', merkt hij droog op.

Ivan schenkt royaal in van de wodka die hij zelf stookt - 56 procent, vertelt hij trots en het is te proeven. De tafel wordt volgezet met heerlijkheden uit eigen tuin: ingemaakte appelen, lente-ui, eieren, zelfgemaakte zure room en spek van het varken dat hij voor de winter heeft geslacht. Alleen het brood komt van buiten de zone; twee keer per week komt een rijdende winkel langs om de samosjoly van brood en zeep te voorzien. De rest komt allemaal uit de besmette bodem.

De beleefdheid gebiedt ons de glaasjes enige malen te legen, maar het berkesap waarmee Ivan zijn straffe drankje wegspoelt, laten we staan. Ook van de royaal gedekte tafel nemen we maar bescheiden. De gastvrouw merkt het natuurlijk wel, maar knijpt een oogje dicht: ze heeft wel vaker bezoekers gehad die al bij voorbaat aan het Tsjernobyl-syndroom leden.

Ze vertelt smakelijk over een Amerikaanse journaliste die onlangs het dorp aandeed, verpakt in nylon pak, enorme handschoenen en een capuchon die alleen haar ogen vrij liet. 'Net een maanmannetje', zegt ze lachend. 'Waar zijn jullie toch bang voor? Er is heus niets aan de hand, dat kun je aan ons zien. Of is er soms een tweede hoofd aangegroeid?'

Maar ook al is ze zelf niet bang voor het onzichtbare gevaar, ze zou toch niet willen dat haar kleinkinderen in de zone komen wonen. 'Voor ons maakt het niet meer uit, wij zijn al dichtbij de dood'. Ze laat de doodskist zien die al klaarstaat in de stal, naast de koe en het varken. 'Dat wordt ons huis', zegt ze.

Exclusief karakter

De verboden zone blijkt een ideale plek voor zwervers, criminelen die op de vlucht zijn voor de justitie en Russische deserteurs. Hier word je niet gezocht, overal staan huizen leeg en in de kelders liggen vaak nog grote voorraden drank en ingemaakt voedsel. Af en toe ontdekt de politie een stalker, zoals de illegale zonebewoners worden genoemd, naar de film van de Russische regisseur Tarkovski.

Sommigen houden het lang uit, zoals een Russische soldaat die zich na anderhalf jaar aan de autoriteiten van de zone overgaf. De eenzaamheid was aan hem begonnen te knagen en bovendien was hij onder druk komen te staan van een paar misdadigers die in hetzelfde dorp waren ondergedoken.

De autoriteiten maken weer op andere wijze gebruik van het exclusieve karakter van de zone. Journalisten die het gebied bezoeken, moeten per persoon 150 dollar betalen, plus nog eens 115 dollar voor het recht foto's te maken. Niettemin worden we vlakbij de kerncentrale gearresteerd; pas na twee uur gezeur ('Wat zijn dat voor een vreemde tekeningen?', 'Hier klopt iets niet.') mogen we weer gaan, met achterlating van het gewraakte filmpje.

Voor een bezoek aan de centrale zelf, plus rondleiding en lunch wordt 120 dollar in rekening gebracht. Vooral in het hoogseizoen, zo vlak voor het jubileum, is dat een welkome aanvulling op de karige inkomsten van de zone.

De enige bewoners van het Wit-Russische dorp Tulgovichi, 370km van Minsk maar binnen de 30km wijde zone rond de Tsjernobyl reactor. (Beeld uit 2006) Beeld afp
De enige bewoners van het Wit-Russische dorp Tulgovichi, 370km van Minsk maar binnen de 30km wijde zone rond de Tsjernobyl reactor. (Beeld uit 2006)Beeld afp

Drukte

Op weg vanuit Kiev naar Tsjernobyl - zo'n honderd kilometer - vallen de sporen van de kernramp al snel te ontwaren, al is het grootste deel van de radioactieve neerslag uit de centrale in het noorden terechtgekomen, op Wit-Rusland. Al ruim vijftig kilometer ten zuiden van Tsjernobyl liggen de velden braak. Het enige dat er groeit, is gras. De dorpen zijn nog bewoond, maar het is er onwerkelijk stil. Er wordt hier niet gewerkt, in dit gebied mag geen landbouw worden bedreven.

Het vreemde is dat het steeds drukker wordt naarmate je verder de zone in rijdt. In de zone werken elfduizend mensen, van wie de meesten in de kerncentrale. Vooral rond de centrale is het een drukte van belang. Het parkeerterrein bij het hoofdgebouw dat aan het eerste reactorblok grenst, staat vol met auto's. Het vierde reactorblok - dat op 26 april 1986 ontplofte - staat maar een paar honderd meter verder, half verscholen onder een bouwwerk van metaal en beton: de befaamde sarcofaag.

Van de toer door de centrale die ons was beloofd, komt niets. Directeur Parasjin heeft juist een bevel doen uitgaan dat buitenlandse journalisten geen toegang meer krijgen tot de centrale. Is er misschien iets gebeurd? Nee, verzekert voorlichter Andrej Tsjernikov, het besluit is genomen om het personeel rustig zijn werk te kunnen laten doen.

Groot enthousiasme

Wie hier werkt, mag en kan niet bang zijn voor een herhaling van de kernramp van 1986. Anders houd je het domweg niet vol te werken op een paar honderd meter van het bewijs dat de 'minimale kans' op een ongeluk zich snel kan aandienen. De vierde reactor was nog maar twee jaar in gebruik toen hij ontplofte; de rekenaars hadden de kans op een ramp op eenmaal per tienduizend jaar gesteld.

Het geloof in de kernenergie is dan ook diep en de voorlichters van de centrale verspreiden de blijde boodschap met groot enthousiasme. Na het ongeluk is er veel geld gepompt in de verbetering van het beveiligingssysteem en de zuiveringsinstallaties. Het resultaat is dat de Tsjernobyl-centrale nu aanzienlijk veiliger is dan de andere centrales van het RMBK-type in de voormalige Sovjet-Unie. De waterzuiveringsinstallaties werken twee keer zo goed als die van Amerikaanse centrales, verzekert voorlichter Tsjernikov.

'Maar het belangrijkste is dat de veiligheid nu voorrang heeft en niet langer het plan, de produktie. Als het personeel ook maar het geringste vermoeden heeft dat er iets misgaat, wordt de reactor meteen stilgezet, ook al gaat dat ten koste van de produktie', zegt hij.

Theorieën

Over de kernramp van tien jaar geleden praten de voorlichters niet graag. In ieder geval was het ongeluk niet het gevolg van een constructiefout in de centrale, zoals in het Westen wel wordt beweerd, verzekert Tsjernikov. 'Er zijn zoveel theorieën: een lichte aardbeving onder de centrale, een ufo, en ga zo maar door.' Maar, voegt hij er met lichte tegenzin aan toe, de directie houdt zich aan de lezing van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA) in Wenen en die luidt dat het personeel van de centrale bezig was met een experiment dat uit de hand liep.

Berichten dat er scheuren zijn verschenen in de betonnen sarcofaag om de vierde reactor, verwijst Tsjernikov meteen naar het rijk der fabelen. De betonnen oekrytije (bedekking), zoals de Tsjernobyl-ambtenaren het liever noemen, verkeert nog in uitstekende staat. Als er kleine kieren in zitten, dan zijn die het gevolg van de manier waarop de sarcofaag is gebouwd: met behulp van robotmachines die op afstand werden bediend. Hij verzekert dat de sarcofaag, waaronder naar schatting nog tweehonderd ton hoog radioactieve splijtstoffen ligt begraven, geen straling doorlaat en nog zeker dertig jaar meekan.

Ook het bericht dat er vorig jaar november bij het wisselen van de splijtstofstaven in het eerste reactorblok een ongeluk is gebeurd, waarbij een werknemers een gevaarlijke dosis straling opliep, is volgens hem 'laster'. 'In feite is er niets ernstigs gebeurd, je kunt het zelfs geen ongeluk noemen. Het was niet meer dan een incident', zegt hij geërgerd.

'Zodra hier een prullenmand in brand vliegt, beginnen ze te roepen dat de hele centrale gesloten moet worden. Als u een slecht stuk schrijft, wordt uw krant toch ook niet meteen opgedoekt?', moppert hij. Ik merk bescheiden op dat mijn stukken tot nog toe ook minder effect hebben gehad dan de ramp van Tsjernobyl.

Onder druk van het Westen heeft de Oekraïense regering beloofd dat de centrale vóór het jaar 2000 zal worden gesloten, mits het Westen de rekening betaalt. 'Tot nog toe hebben we geen cent gezien', klaagt Tsjernikov. Sluiting van de centrale zou volgens hem 'oerdom' zijn. Hij wijst erop dat de installatie sinds het ongeluk voor ruim vijf miljard dollar aan stroom heeft geproduceerd. 'Wie gaat er nu de kip met de gouden eieren slachten?', vraagt hij. 'Het onderhoud van de bedekking wordt nu door ons zelf gefinancierd: acht miljoen dollar per jaar. Wie gaat dat betalen als de centrale wordt gesloten?'

Volgens hem is het duidelijk dat het het Westen niet zozeer gaat om het milieu en de veiligheid, als wel om geldelijk gewin. 'Het Westen heeft alle belang bij de sluiting van de Tsjernobyl-centrale. Op die manier willen ze een energietekort in Oekraïne creëren, zodat ze hun eigen energieproduktie aan ons kunnen verkopen.'

Medische gevolgen

De directie van de centrale wil dat er op korte termijn een besluit wordt genomen over het opstarten van het tweede reactorblok dat sinds eind 1991 stil ligt na een brand in de turbines. Volgens directeur Parasjin is dat nodig, omdat de eerste reactor aan een vernieuwingsbeurt toe is. 'We moeten wel doorgaan met het vernieuwen van de centrale, ook al is het nog maar een paar jaar tot het jaar 2000', vindt hij. 'Het zou dom zijn te rekenen op geld dat we misschien nooit zullen krijgen.'

Over de medische gevolgen van de ramp lopen de meningen sterk uiteen. Over één ding zijn de Oekraïense specialisten het eens: het aantal gevallen van schildklierkanker bij kinderen is sinds het ongeluk sterk gestegen. Maar bij andere ziekten is het verband moeilijker te bewijzen.

Vladimir Konovalov, voormalig hoogleraar biologie aan de universiteit van Kiev en nu werkzaam in de provincieplaats Zjitomir, is er echter zeker van dat het kernongeluk een 'blijvend effect' zal hebben op het 'genetische materiaal' van de Oekraïners. In zijn stoffige kantoortje heeft hij een 'mutantenmuseum' ingericht: een veulen met acht poten, een biggetje met twee koppen en wat andere afzichtelijke monsters die hij op sterk water bewaart. Thuis heeft hij nog wat ingemaakte mutanten op het balkon staan, de rest van zijn verzameling heeft hij in de tuin van zijn buitenhuisje begraven.

Op deze foto gemaakt in 1999 drinkt boer Andrey Rudchenko verse melk van zijn koe binnen de radioactieve zone nabij de kerncentrale in Tsjernobyl. Beeld epa
Op deze foto gemaakt in 1999 drinkt boer Andrey Rudchenko verse melk van zijn koe binnen de radioactieve zone nabij de kerncentrale in Tsjernobyl.Beeld epa

Eerst had hij ook nog wat misvormde kalveren, maar die heeft hij de deur uitgedaan. Hij heeft geen auto en de exemplaren in de bus en de trein meenemen voor de lezingen die hij in heel het land houdt, was wat bezwaarlijk, legt hij uit.

Als ik naar de wetenschappelijke waarde van zijn mutantenverzameling informeer, begint hij een tirade af te steken tegen de Oekraïense autoriteiten die hem steeds hebben tegengewerkt en ook nu nog weigeren ook maar een cent in zijn onderzoek te steken.

Daarvoor zullen zij op den duur gestraft worden, voorspelt hij en hij haalt een groot papier te voorschijn waarop zijn prognose van de gevolgen van Tsjernobyl voor de komende eeuw in kaart heeft gebracht. In 2030 zullen er opstanden uitbreken van mensen met psychische gebreken, weet hij. En in het jaar 2050 zal de Grote Afrekening volgen: een Ecologisch Neurenberg, waarop de nucleaire autoriteiten verantwoording zullen moeten afleggen voor de 'genocide' op het Oekraïense volk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden