Live

Teruglezen - Van der Steur overleeft vierde debat over Teevendeal

Hoe hard oordeelt de Tweede Kamer over de rol van minister Van der Steur bij de mislukte zoektocht binnen Justitie naar 'het bonnetje' van de Teevendeal? De Volkskrant deed live verslag van het debat. Lees het hieronder terug.

Minister Van der Steur in de Tweede Kamer. Beeld anp
Minister Van der Steur in de Tweede Kamer.Beeld anp

Het debat over het tweede rapport van de commissie-Oosting heeft geen nieuwe inzichten of maatregelen opgeleverd. Groot was de verontwaardiging in de Kamer toen Oosting vorige maand zijn tweede reconstructie van het organisatorische geklungel op het ministerie van Veiligheid en Justitie publiceerde. Zo mogelijk nog groter was de verbazing toen deze week minister Van der Steur een concept-Kamerbrief uit 2014 deelde met daarin flink wat wijzigingen van toenmalig Kamerlid Van der Steur.

Oosting had niet kunnen achterhalen waarom 'het bonnetje' van de Teevendeal niet kon worden gevonden omdat sommige hoofdrolspelers aan geheugenverlies leden. Toch was volgens hem geen sprake van een doofpot. Verschillende oppositiepartijen vonden het woord 'doofpot' wel op z'n plek voor dit dossier. Maar in het debat vanmiddag kwam de discussie over de doofpot nauwelijks terug.

Ook werd nauwelijks een poging gedaan nog eens met Van der Steur en Rutte te reconstrueren waar de zoektocht naar het bonnetje in 2014 was gestrand. Minister Van der Steur weigerde tegelijkertijd over zijn ambtenaren te spreken omdat hij, zo beweerde hij, geen publiekelijk functioneringsgesprek met zijn medewerkers te voeren.

Des te meer ging het debat over de concept-Kamerbrief uit mei 2014 en de rol van toenmalig Kamerlid Van der Steur. Op dit punt stelde Van der Steur zich enigszins deemoedig op. Moeilijk was dat niet, hij had in december, na publicatie van het eerste rapport-Oosting, ook al geconcludeerd dat hij als Kamerlid meer afstand had moeten houden van het ministerie van VenJ. Ook met het meeschrijven aan de Kamerbrief van Opstelten had hij 'een grens overschreden', zei hij nu. In de brief werd geconcludeerd dat het bonnetje niet was te vinden, later bleek het wel te achterhalen.

De voltallige oppositie sprak schande van het souffleerwerk van Kamerlid Van der Steur, maar geen enkele partij verbond er politieke conclusies aan. Twee keer eerder kreeg Van der Steur van enkele oppositiepartijen een motie van wantrouwen. Vanavond zegde niemand het vertrouwen op.

De oppositie richtte ook nog even de pijlen op premier Rutte: hoe was hij betrokken geweest bij de zoektocht naar het afschrift? Had hij invloed uitgeoefend op de aanstelling van intern onderzoeker Van Brummen (een man met een justitie-verleden) in plaats van de onafhankelijke Vendrik van de Rekenkamer? Nee, beweerde Rutte, dat had hij niet. Destijds had hij slechts gehoord van Opstelten dat de keuze op Van Brummen was gevallen. Hij had geen reden om over die keuze te twijfelen, benadrukte de premier.

Stuk voor stuk waren het discussies die op niets uitliepen. De toekomst moet uitwijzen of de minister zijn beloofde cultuuromslag binnen VenJ kan waarmaken, zeiden oppositie- en coalitie-Kamerleden. Bij de oppositie klonk twijfel door, bij de oppositie hoop. Die toekomst duurt nog maximaal negen maanden: in maart volgend jaar zijn verkiezingen.

De minister tijdens het debat over de Teevendeal. Beeld anp
De minister tijdens het debat over de Teevendeal.Beeld anp

Gert-Jan Segers van de ChristenUnie heeft een motie waarin hij oproept om de huidige archiefwet aan te passen aan het huidige digitale tijdperk. Hij concludeert na dit debat: 'Ik werd er niet heel vrolijk van. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft grote schade opgelopen door geklungel van de ambtelijke top.'

SP'er Van Nispen concludeert: 'Men wilde de waarheid niet weten.' Hij stelt: 'De SP houdt grote zorgen of het ministerie van Veiligheid en Justitie wel op orde kan komen onder leiding van de VVD.'

Ook GroenLinks en D66 kraken kritische noten. 'Deze twee VVD-ministers wilden het vooral over de toekomst hebben. De toekomst zal snel een oordeel vellen', stelt Kamerlid Kees Verhoeven.

Ook PVV'er Lilian Helder dreigt met het oordeel van de toekomst: 'De verkiezingen zijn over negen maanden.' Maar ook zij dient geen motie van wantrouwen in.

50Plusser Henk Krol dient alsnog zijn motie in over de opsplitsing van het ministerie van Veiligheid en Justitie (die hij in eerste instantie had willen indienen).

Een deel van de oppositie wil het debat schorsen om de tweede termijn een volgende week te vervolgen, maar een ruime meerderheid ziet daar niets in. Op verzoek van de ChristenUnie wordt wel tien minuten geschorst. In tweede termijn kunnen de fracties straks moties indienen.

Tot slot spreekt de minister over de ict-afdeling, een interne afdeling waar meerdere ministeries gebruik van kunnen maken. Van der Steur had in december vorig jaar gesuggereerd dat het bonnetje eerder was gevonden als er andere mensen waren ingehuurd aangezien het met externen in tweede instantie wel was gelukt. Hij wist op dat moment niet dat de ict'ers die het bonnetje uiteindelijk achterhaalden van diezelfde interne afdeling waren. Achteraf 'betreurt' hij zijn opmerking.

Hij is niet van plan publiekelijk excuses te gaan maken richting de ict-afdeling. Hij zegt dat hij de ict'ers heeft bezocht en waardering voor hun werk heeft uitgesproken. 'Ik ben zelf met mensen in contact gegaan. Zo heb ik dat gedaan.' Meerdere Kamerleden proberen hem te verleiden tot een 'sorry', maar de minister houdt voet bij stuk.

Minister Van der Steur in de Tweede Kamer. Beeld anp
Minister Van der Steur in de Tweede Kamer.Beeld anp


Van der Steur spreekt over de conceptbrief die hij als Kamerlid van vele kanttekeningen voorzag. 'Het waren adviezen aan de minister hoe ik vond dat de Kamer zorgvuldig en juist kon worden geïnformeed.' Het was aan de minister om daar een keuze in te maken, zegt hij nu. Wel geeft hij toe: 'Ik heb een grens overschreden.'

D66-Kamerlid Kees Verhoeven vraagt de minister naar zijn oordeel over de opmerking 'onvoldoende herinneringen' die hij toevoegde aan de concept-Kamerbrief. Volgens Van der Steur heeft hij die woorden overgenomen uit het rapport van Van Brummen, de man die de zoektocht naar het bonnetje leidde.

De minister heeft ook nog een veeg uit de pan voor zijn voorganger Opstelten: hij stelt dat hij niet als minister op zo'n manier advies zou vragen van een Kamerlid. 'Als minister moet ik Kamerleden niet in die positie brengen dat zij in het conflict terecht komen.'

Tijdens het debat blijkt nu dat Van der Steur tijdens het becommentariën van de conceptbrief destijds beschikte over het vertrouwelijke rapport van onderzoeker Van Brummen terwijl de rest van de Kamer dat nog niet had. De minister beaamt dat. 'Voor mij was op dat moment volstrekt duidelijk dat het rapport ook met de Kamer zou worden gedeeld. Dat was essentieel.'

Liesbeth van Tongeren van GroenLinks vraagt: 'Is er sinds het aantreden van de minister door Kamerleden aan brieven meegeschreven?' Nee, zegt Van der Steur, hij zou namelijk Kamerleden niet in dezelfde positie brengen waarin hij als Kamerlid terecht was gekomen.

De door Van der Steur geredigeerde brief was al tijdens het eerste onderzoek van Oosting aan de commissie gegeven, zegt de minister. Hoe kan het dan dat de Kamer deze brief nu pas kent, vraagt SP-Kamerlid Van Nispen. 'Dan vraagt u naar de werkwijze van de commissie', reageert de minister.

Van der Steur zegt toe dat hij zijn ambtenaren nog tijdens het debat zal laten kijken of de inbox van zijn mailadres als Kamerlid nog beschikbaar is. De oppositiepartijen willen inzage in mails die hij over de concept-Kamerbrief zou hebben gestuurd.

Ministers Van der Steur en Rutte bij het debat over het tweede rapport van de commissie-Oosting. Beeld anp
Ministers Van der Steur en Rutte bij het debat over het tweede rapport van de commissie-Oosting.Beeld anp

'Het rapport van de commissie-Oosting laat op indringende wijze zien dat veel is misgegaan bij de zoektocht naar het bonnetje', begint minister Van der Steur zijn betoog. 'Het rapport onderstreept de urgentie van het veranderprogramma 'VenJ verandert'.' Hij zegt de conclusies van Oosting te onderschrijven.

De minister start zijn betoog met een uitleg over het veranderprogramma dat hij heeft ingesteld op het ministerie. De lastige vragen over onder meer zijn voormalig functioneren als Kamerlid bewaart hij nog even. Om de communicatie te verbeteren is een 'social community-platform' opgericht voor alle ambtenaren van het ministerie, vertelt Van der Steur. Het programma moet de verkokering tegengaan en communicatie intern en naar de buitenwereld verbeteren. Hij zegt de Kamer er twee keer per jaar over te zullen informeren.

Kamerlid Louis Bontes vraagt zich af hoe de minister nog geloofwaardig overkomt bij zijn ambtenaren. Van der Steur stelt dat hij sinds zijn aantreden dingen anders doet dan zijn voorgangers, bijvoorbeeld een dagelijks overleg met de top van het ministerie en een rondgang over de afdelingen. Hij nodigt Bontes uit 'een dag mee te lopen'.

De oppositie vraagt 'zelfreflectie' van de premier op de kleine zes jaar dat de VVD leiding geeft aan het ministerie van Veiligheid en Justitie. Verschillende partijen vinden dat het ministerie te groot is geworden doordat de politie is overgeheveld van Binnenlandse Zaken naar het megadepartement van V&J. Rutte stelt dat hij voorstander is van die samenvoeging. Volgens hem hangt de gebrekkige interne organisatie niet samen met de omvang van het ministerie. 'Er zitten dingen echt niet goed op het departement zelf, maar tegelijkertijd wordt het op straat steeds veiliger, dat gaat wel goed.'

Premier Rutte en minister Van der Steur tijdens het debat over het rapport-Oosting II. Beeld anp
Premier Rutte en minister Van der Steur tijdens het debat over het rapport-Oosting II.Beeld anp

Premier Rutte dankt als eerste Marten Oosting voor zijn onderzoeken. Vervolgens reageert hij op vragen uit de Kamer over zijn betrokkenheid bij de mislukte interne zoektocht naar het afschrift van de Teevendeal. Volgens Rutte is hij niet betrokken geweest bij de keuze voor oud-lid van het college van procureurs-generaal Van Brummen om leiding te geven aan het interne Justitie-onderzoek naar het bonnetje in plaats van een onafhankelijk onderzoek door Kees Vendrik van de Rekenkamer. 'Ik wist niets meer dan dat Ivo Opstelten vertelde dat het Van Brummen werd. Er was op dat moment helemaal niet de vraag dat Van Brummen niet goed zou zijn. Het was op dat moment voor mij geen groot onderwerp.'

Rutte herhaalt dat hij alleen van minister Opstelten in 2014 heeft gehoord: 'Het wordt Van Brummen.' Op dat moment had hij geen aanleiding om aan die keuze te twijfelen. Een hoge ambtenaar van Algemene Zaken had eerder gehoord dat mogelijk Vendrik van de Rekenkamer zou worden benaderd. Later viel de keuze alsnog op Van Brummen. 'Ik heb zelfs geen herinnering eraan dat Vendrik op dat moment speelde. Zou ik geweten hebben dat er een optie-Vendrik was dan had ik me dat wel herinnerd.'

De discussie gaat nu over de Kamerbrief van juni 2014 waarin Opstelten concludeerde dat het bonnetje niet kon worden gevonden. De brief werd tientallen keren herschreven, onder meer door toenmalig Kamerlid Van der Steur. Opnieuw zoemt het debat in op het 'gespreksverslag' van een gesprek tussen topambtenaar Roes en Fred Teeven over het bedrag van de schikking. Rutte: 'Ik heb die notitie voor het eerst gezien op maart vorig jaar.' Volgens de premier heeft hij in 2014 geadviseerd om de woordvoerders van de coalitiepartijen te instruëren toenmalig staatssecretaris Fred Teeven niet 'in een onmogelijke positie' te brengen.

De Kamer en de premier zijn momenteel verwikkeld in tekstexegese met het rapport van de commissie-Oosting in de hand. Waar de Kamer doelt op het gesprekverslag dacht Rutte dat de discussie over het verslag van het onderzoek van Van Brummen ging.

De oppositiepartijen winden zich op over het feit dat Rutte in 2014 instructies gaf aan de woordvoerders van de coalitiepartijen om Teeven buiten het debat te laten. Hij blijft erbij dat hij dat nog steeds verstandig vindt.

SP-Kamerlid Michiel van Nispen vraagt aan Rutte in hoeverre hij regie heeft gevoerd in dit dossier. De premier herhaalt wat hij in december vorig jaar al zei: 'Ik had meer op de bal moeten zitten. Moeten vragen: wat is hier aan de hand?'

En hoe kijkt de premier terug op zes jaar VVD op het ministerie van Veiligheid en Justitie? 'Op dit dossier is het klaarblijkelijk niet goed gegaan. Kijken we naar de veiligheid in Nederland, dan is er ook veel goed werk verricht en zijn goede stappen gemaakt. Ik denk nog steeds dat het goed is dat politie en OM gezamenlijk de veiligheid kunnen aansturen.'

Premier Rutte (rechts) tijdens het debat over de Teevendeal. Beeld anp
Premier Rutte (rechts) tijdens het debat over de Teevendeal.Beeld anp

Het debat dat had moeten gaan over de mislukte zoektocht naar 'het bonnetje' op het ministerie van Veiligheid en Justitie gaat tot nu toe vooral over de rol van voormalig Kamerlid Van der Steur, nu de verantwoordelijk minister. Geen enkel Kamerlid heeft de vraag gesteld hoe het kan dat de zoektocht binnen het ministerie strandde en wie daarvoor verantwoordelijk was. Des te meer zijn Kamerleden geïnteresseerd in de grens tussen 'sonderen' en 'souffleren'. Dat eerste is een geaccepteerde vorm van overleg tussen Kamerleden en bewindspersonen. Souffleren, waarbij een Kamerlid de minister in zijn communicatie bijstuurt, gaat volgens velen te ver.

Even na halfvijf gaat het debat verder, dan is het aan premier Rutte en minister Van der Steur om te reageren op de vragen uit de Kamer.

Er is wel sprake van een doofpot, zegt Kamerlid Louis Bontes (voorheen PVV, nu VNL). Hij is de laatste spreker van de kant van de Kamer. Het debat wordt een halfuur geschorst.

SGP-leider Kees van der Staaij memoreert dat al twee bewindslieden zijn afgetreden vanwege de affaire-Teevendeal. Hij meent dat twee dikke rapporten van de commissie-Oosting voldoende zijn om lessen uit te trekken. 'Het hoeft geen trilogie te worden.' Hij wil weten van het kabinet 'wat de voortgang is inzake de cultuurproblemen'.

Van der Staaij parafraseert de Bijbel: 'Ga heen en zondigt niet meer.' Deze boodschap is voor voormalig Kamerlid Van der Steur die meeschreef aan Kamerbrieven van minister Opstelten. 'Signaleer fouten en leer ervan. Maar laten we ook concluderen dat het ook mensenwerk is.'

De PvdA deelt de conclusie van de commissie-Oosting: 'Er is geen bewijs voor een doofpot.' Kamerlid Jeroen Recourt wil weten van de minister hoe 'het verandertraject' verloopt. Ook de PvdA vindt dat het ministerie van Veiligheid en Justitie 'te groot' is. 'Een betere balans tussen de ministeries en het bestuur van de veiligheidsketen is gewenst.'

Kamerlid Kees Verhoeven van D66 vraagt hoe PvdA'er Recourt betrokken was bij de concept-Kamerbrief uit mei 2014. Recourt: 'Ik heb mondeling opmerkingen gemaakt. Ik heb gezegd: ik mis deemoedigheid in de brief.' Hij heeft niet in detail meegeschreven, stelt hij. Hij is niet een grens overgegaan, meent hij.

Volgens ChristenUnie-voorman Segers wordt het parlement monddood gemaakt als de coalitiefracties Kamerbrieven eerst goedkeuren voordat ze naar de Kamer gaan. Volgens Recourt was er geen sprake van 'goedkeuring'. De uiteindelijke brief is alsnog van de minister, stelt Recourt. 'Ik blijf graag geïnformeerd worden over alle belangrijke onderwerpen op V&J, maar ik blijf erbij dat ik niet de grens heb overschreden van verantwoordelijk worden voor de brief.'

Segers en Verhoeven (D66) vragen: 'Kende Recourt de correcties van Van der Steur?' Recourt: 'Ik denk het niet. Mijn commentaar was op de concept-brief. Daar stonden geen correcties in.'

PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt. Beeld anp
PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt.Beeld anp

Na VVD'er Van Oosten is het woord aan CDA'er Madeleine van Toorenburg. 'Van der Steur was de portier geworden van het departement van Veiligheid en Justitie', stelt ze. 'Te lang is de controlerende taak van het parlement in deze zaak gefrustreerd.' Ook het CDA wil weten in hoeverre de premier betrokken was bij de zoektocht naar het bonnetje.

'Inderdaad, het was een aaneenschakeling van geklungel op het ministerie van Veiligheid en Justitie', geeft VVD'er Foort van Oosten toe. 'Van een ministerie wat waakt over onze veiligheid is het cruciaal dat je kunt vertrouwen op goede communicatie.'

Ook hij vindt dat Kamerlid Van der Steur destijds te ver ging in het corrigeren van brieven van de minister. Maar, zegt hij, 'niemand hier in de Kamer is een heilig boontje'. Hij waarschuwt dat Kamerleden ook niet in de kramp moeten schieten wanneer zij contact hebben met een bewindspersoon.

Oppositie-Kamerleden willen van Van Oosten weten of hij zelf als Kamerlid ook brieven heeft geredigeerd. Van Oosten: 'Ik heb niet op de wijze zoals nu voorligt daar een redactieslag opgelegd. Maar het is niet zo dat contacten met leden van het kabinet zich uitsluitend in deze zaal plaatsvinden. Af en toe wordt er gesondeerd, ik vind daar ook niks verkeerds aan.'

Kamerlid Van Oosten houdt een bombastisch pleidooi voor verbetering op het ministerie van Veiligheid en Justitie 'om die criminelen te pakken, om die boeven te pakken'. ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers stelt dat het bij de VVD altijd 'begint met veiligheid' terwijl volgens hem de rechtsstaat voorop zou moeten staan. Volgens Van Oosten gaan veiligheid en rechtsstaat 'hand in hand'. Hij blijft herhalen dat hij 'lessen wil trekken' uit het rapport van Oosting. 'Wilt u het nog een keer horen? De zoektocht naar het bonnetje was geklungel. Geklungel! Maar waar het om gaat is dat het tijd wordt om te kijken: wat gaan we doen met die lessen, zodat we er wat aan hebben, omwille van het oppakken van boeven.'

De oppositie laat hem er niet mee wegkomen. Oppositie-Kamerleden wrijven hem in dat de VVD de afgelopen zes jaar leiding heeft gegeven aan het ministerie van Veiligheid en Justitie en daarom in hun ogen verantwoordelijk is voor de wanorde op het departement. Van Oosten nog maar eens: 'Langzaam maar zeker moet die energie naar die doelen van het ministerie. Ik accepteer een zooitje niet, maar ik wil wel verder.'

Alle kritiek van de oppositie slaat stuk op de VVD'er die stug vasthoudt aan zijn eigen verhaal: lessen trekken en door. Het was geklungel, nu weer boeven vangen.

VVD-Kamerlid Foort van Oosten (midden, tweede rij) in de VVD-bankjes. Beeld anp
VVD-Kamerlid Foort van Oosten (midden, tweede rij) in de VVD-bankjes.Beeld anp
Minister Ard van der Steur van Justitie in de Tweede Kamer. Beeld anp
Minister Ard van der Steur van Justitie in de Tweede Kamer.Beeld anp

Niemand hier in de Kamer is een heilig boontje

VVD'er Foort van Oosten

'Het wordt alleen maar erger', zegt Henk Krol van 50Plus. 'Ik vraag me ernstig af hoe deze minister nog met gezag kan optreden.' Hij herhaalt de 'wrange' conclusie van de commissie-Oosting dat 'het ministerie organisatorisch niet in staat was tot een doofpot'. Ook 50Plus vindt dat het onderdeel veiligheid weer moet worden ondergebracht bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Henk Krol wil in eerste termijn al een motie indienen over het opsplitsen van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Dat is ongebruikelijk, moties worden doorgaans pas na beantwoording van het kabinet in tweede termijn ingediend. Andere fracties vinden het niet zo chic: 'kan gewoon in de tweede termijn', is de consensus. Krol komt tot inkeer en bewaart zijn motie tot de tweede termijn.

50Plus-voorman Henk Krol. Beeld anp
50Plus-voorman Henk Krol.Beeld anp

Lilian Helder van de PVV noemt het 'een triest hoogtepunt' dat Van der Steur 'achttien opmerkingen' plaatste bij de concept-Kamerbrief van mei 2014. 'Het is niet de taak van een Kamerlid om een bewindspersoon uit de wind te houden. Sonderen is één ding, souffleren is iets anders.'

Kamerlid Kees Verhoeven van D66 memoreert nog eens dat premier Rutte in december, na de publicatie van het eerste rapport van Oosting, 'diep door het stof' ging. 'Nog geen maand later bleek dat nog niet alle vragen waren beantwoord.' Verhoeven wil weten: 'Had de premier wel of geen bemoeienis bij de zoektocht naar het bonnetje? Wie is nu eigenlijk verantwoordelijk voor deze puinhoop?'

Liesbeth van Tongeren van GroenLinks wil weten of en hoe de premier op de hoogte was van het feit dat Kamerlid Van der Steur meeschreef aan Kamerbrieven van minister Opstelten. 'Ik zou graag een oordeel hebben van de premier over zijn eigen rol in deze zaak.' Ze noemt het een 'staatsrechtelijk novum' dat Kamerlid Van der Steur meeschreef. 'Feiten, cijfers, stelligheden worden geschrapt en vervangen door verhullende frasen.' Ze vraagt zich af: 'Is dit schering en inslag?'

Kamerlid Liesbeth van Tongeren van GroenLinks. Beeld anp
Kamerlid Liesbeth van Tongeren van GroenLinks.Beeld anp

'Het resultaat van zes jaar VVD op het ministerie van Veiligheid en Justitie: een bestuurlijke chaos', oordeelt SP-Kamerlid Michiel van Nispen. 'Iedereen op het ministerie is drukker met de vraag 'hoe vertellen we het de Kamer zonder politieke schade?' dan de vraag 'hoe achterhalen we de waarheid?''

Niet waarheidsvinding, maar coalitiebelangen stonden volgens Van Nispen voorop. De samenleving is bedonderd, stelt hij. 'De waarheid blijkt voor de VVD een optie. Dit is funest voor het vertrouwen.'

Gert-Jan Segers van de ChristenUnie begint zijn pleidooi met een aanval op premier Rutte. Die heeft zich in de nasleep van de Teevendeal vooral afzijdig gehouden, stelt hij. 'Dat is toch geen vertoning.' Hij kraakt ook harde noten over Van der Steur die als Kamerlid meeschreef met Kamerbrieven. 'Staatsrechtelijk niet in de haak. Als Kamerlid moest hij de regering controlen, niet Kamerbrieven censureren.'

De ChristenUnie pleit voor het opsplitsen van het ministerie van Veiligheid en Justitie, de politie zou weer moeten worden ondergebracht bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Segers concludeert: 'Er blijven nog veel vragen onbeantwoord.'

ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers. Beeld anp
ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers.Beeld anp

Voordat het debat begint vraagt D66-Kamerlid Kees Verhoeven om andere conceptversies van de Kamerbrief uit juni 2014 waaraan Kamerlid Van der Steur destijds meeschreef. Verhoeven wil het debat uitstellen totdat hij de andere versies heeft. De rest van de Kamer is daar niet voor. Het debat begint dus zonder vertraging.

Twee rapporten publiceerde de commissie-Oosting naar de Teevendeal en de mislukte zoektocht naar het afschrift van de schikking met drugscrimineel Cees H. Toen de zaak uit 2000 in 2014 opnieuw actueel werd, was Ard van der Steur nog Kamerlid van minister Ivo Opstelten van Justitie. Als VVD-Kamerlid was hij dat jaar meerdere keren op het ministerie aanwezig om Opstelten te ondersteunen en proberen te behoeden voor misstappen. Hij dacht mee over een persbericht en schreef mee aan een Kamerbrief waarin werd geconcludeerd dat het bonnetje niet kon worden gevonden. Het bonnetje werd, dankzij Nieuwsuur, wel gevonden. Opstelten trad af, Van der Steur werd de nieuwe minister.

Kon het optreden van Van der Steur als Kamerlid door de beugel en is hij wel geschikt om nu de functie van minister te bekleden? Dit zijn enkele van de vragen die vandaag aan de orde komen in het Kamerdebat.

IJverig souffleur Van der Steur

Kamerlid Ard van der Steur plaatste in mei 20114 achttien kanttekeningen in een concept-Kamerbrief over de zoektocht naar het bonnetje. IJverig probeerde hij de minister te behoeden voor moeilijke vragen uit de Kamer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden