Teruglezen: Drie maanden in het spoor van Wim Pijbes

Directeur Wim Pijbes 'staat dag en nacht aan'. Al maanden trekt hij onvermoeibaar de wereld over om zijn verbouwde museum te verkopen. De Volkskrant reisde drie maanden met hem mee.

Wim Pijbes met op de achtergrond de Nachtwacht van Rembrandt. Beeld anp

Heel even is het dood tij in de stand van het Rijksmuseum op de Maastrichtse kunstbeurs TEFAF - vijf, tien minuten hooguit heerst er rust. De zaken van de middag zijn gedaan. Rinkelend worden nu de champagneglazen opgesteld voor de receptie die zo begint. Wim Pijbes, algemeen directeur, komt aanlopen. Blaren op de tong heeft hij - de prijs van een begeerd 16de-eeuws schilderij moest omlaag gepraat. Van 20 naar 10, naar 8 miljoen al, de Jan Mostaert lijkt bijna 'in the pocket'. Nu arrangeert hij even vlug de in de war geraakte boekjes en versnaperingen op de salontafel en ploft neer op een van zijn gloednieuwe museumbanken.

'Zo.' Hij leunt onderuit. De handen achter zich, het jasje los, de benen gestrekt. Veert keurend op en neer. 'Beetje hard nog, hè, die bank.'

Glaasje jus. Uitademen, weer op kleur komen. Pauw & Witteman afwimpelen die net in die windstilte bellen. 'Nee, ik kan u onmogelijk verstaan', zegt hij, 'bel morgenochtend maar terug.'

Dan - zag hij het zelf of werd hij erop gewezen door de speciale 'developmentmedewerkster' die even als een schaduw achter hem langs gleed? - veert Wim Pijbes alweer op en spreekt een dame in donkerblauw aan voor ze in het gewoel van de TEFAF verdwenen is. 'Sorry to disturb, please join our opening at five, enjoy the fair.' Als de rijkste vrouw van Nederland voorbijkomt, gaat hij natuurlijk in de benen. En dat is het einde van de pauze. Wim Pijbes staat weer 'aan'.

Eindverantwoordelijk voor alles

Wim Pijbes staat eigenlijk altijd 'aan'. Vanaf januari, vlak nadat de grote klok op de gevel van het Rijksmuseum is geïnstalleerd die '99 nachten wachten' aftelt tot de heropening op 13 april, volgt de Volkskrant Wim Pijbes op zijn missie om rumour around the brand te maken. Het Rijksmuseum gaat weer open en er mag niemand zijn die dat níét weet. Het museum ligt op schema, in huis mag er eindelijk ingericht worden na tien jaar wachten. Nu nog die publieksstromen op gang brengen en zorgen dat de aandacht niet verslapt.

Algemeen directeur Wim Pijbes opereert vaak alleen. Beantwoordt mails soms al binnen een minuut vanaf zijn iPhone, geeft zijn eigen agenda voor de komende weken door, schrijft zijn eigen toespraken. 'Het beste maak je je afspraken direct met Wim', zegt zijn persafdeling, want eerlijk gezegd is hij een beetje te snel voor zijn staf.

Pijbes is eindverantwoordelijk voor alles, van het servies in het museumrestaurant tot de laatste aankoop. En hij is het gezicht naar buiten. Die rol past hem. Overal was de kuif van Pijbes en zijn altijd wakkere, maar wel met steeds grotere wallen omgeven ogen de afgelopen maanden op de foto te zien - met sponsor Heineken, van onder een bouwhelm, met de speciale Rijksmuseumkoffie van Douwe Egberts, in een ING-spotje. Maar er is meer dan fotomomenten; als ambulante verkoper brengt hij zijn 'Rijks' aan de man, van Shanghai tot Maastricht. Voor 't global audience moet hij nog even 'lekker in de bus blazen', zoals hij zelf zegt, met die noordelijke tongval.

Hoe hij dat doet? Dat gaan we zien.

CV Wim Pijbes

Wim Pijbes (54, geboren in Veendam) nam in 2008, halverwege de tienjarige verbouwing van het Rijksmuseum, als algemeen directeur het stokje over van Ronald de Leeuw. Naast hem staan directeur collecties Taco Dibbits en zakelijk directeur Erik van Ginkel.

Pijbes studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en werkte tegelijkertijd als theatertechnicus en lichtontwerper.

Vanaf 1992 organiseerde hij exposities over 17de-eeuwse schilderkunst en later over Nederlands design in het buitenland. Hij trad in dienst van de Kunsthal in Rotterdam, waar hij in 2000 directeur werd.

Pijbes woont met zijn vrouw en twee zoons in Rotterdam. Tenzij hij elders bivakkeert, komt hij elke dag met de trein en de fiets naar het Rijksmuseum in Amsterdam.

Londen, Nederlandse ambassade. 8 januari. Nog 95 nachten tot de opening

In de salon van de residentie van de Nederlandse ambassadrice in Londen - Delfts blauw in de notenhouten servieskast, kersvers wandvullend schilderij van Reinoud van Vught aan de muur, bloemen overal - staan Britse journalisten opeengepakt in hoog tempo wijn te drinken. Wim Pijbes begint in Londen een internationale tour voor de pers, die onder meer langs Parijs, Los Angeles en Shanghai zal voeren. Voor elke toerist die naar Nederland komt, moet het Rijksmuseum het hoogtepunt van een bezoek aan Amsterdam worden, zegt Pijbes. En dat bereik je met publiciteit, publiciteit, publiciteit. Niet alleen rond de openingsdatum, maar ook begin januari al, en ook ná 13 april.

Pijbes staat achter de gasten druk te gebaren naar de geluidstechnici. Bóm bom bóm... harder, hárder moet het geluid. Hij wipt op de punten van zijn schoenen. Up, úp die schuiven, omhoog dat geluid nu! De theatertechnicus van vroeger zit nog in hem. BOM, BOM, BÓM klinken de paukenslagen in de aanlooptune uit de boxen naast het grote scherm. Kijk de gasten opkijken van hun drankjes en hapjes. Zo is het goed, ja, nu letten ze op.

Dan ontrolt zich voor de gasten op groot scherm het nieuwe Rijksmuseum, in een videopresentatie met brede halen en vooral veel oplopende cijfers. Ronkende woorden, eenvoudige leuzen. 'Gevoel voor Schoonheid.' 'Besef van Tijd.' 'Een grote opdracht voor de toekomst.'

Een beetje, eh, apart vinden de journalisten zo'n sound and vision-presentatie wel. 'Een Brits museum zou dat korter doen en veel saaier. En misschien ook wel iets meer to the point', merkt een redacteur van vaktijdschrift The Burlington droogjes op.

Beeld anp

Respectabel populisme

Daar stapt Wim Pijbes zelf naar voren. 'This director is incredibly yóúng!', vindt de journaliste van The Evening Standard. Pijbes spreekt uit het hoofd, een hand in de zak van zijn strak gesneden krijtstreepje. Of gebarend in de lucht als hij kort de complexe uitbreiding van het museum schetst. 'You know Holland. Als we graven, vinden we water.' Hij bejubelt het 'cool modernism' van de Spaanse architecten 'Kroez'nortiez' (Cruz en Ortiz). Hup, een schilderij van Berckheyde van de Gouden Bocht erin, zijn eerste aankoop als directeur, om de link te leggen naar de stad Amsterdam. 'You can enjoy Rembrandt right on the spot where it was made.' De Britten mogen 'Wim Peebes' een beetje ánders vinden, ze luisteren geboeid.

'Je kunt niet overal hetzelfde vertellen', zal directeur collecties Taco Dibbits later uitleggen. 'Amerikanen willen alles weten over je masterpieces, die verbouwing interesseert ze geen fluit. Nederlanders juist wel. In Duitsland willen ze eigenlijk vooral weten hoe je met je geschiedenis omgaat.' Het is aan Wim Pijbes en aan Dibbits, die ook 'on tour' is, om zich elke keer aan de doelgroep aan te passen.

Dat doet Pijbes moeiteloos. Wat hij niet aanpast is zijn toon: die is altijd light. 'Ik streef naar respectabel populisme', zei hij in 2009 tegen NRC Handelsblad en daar houdt hij strak aan vast, ondanks de kritiek die vooral uit de hoek van de 'oude kunst' klonk bij zijn aanstelling. Pijbes streefde Taco Dibbits voorbij, de superdeskundige en onberispelijke tweede man van het museum, die destijds ook op de functie van algemeen directeur solliciteerde. En dat viel niet overal goed. Pijbes zou niet genoeg inhoud hebben. Niet gesofistikeerd genoeg zijn voor de wereld van oude meesters en nationaal erfgoed.

En nee, Wim Pijbes is geen man die zich in nuances verliest. Jaartallen en namen heeft hij altijd wel paraat. Maar voor diepgravende inhoudelijke vragen verwijst hij graag naar een van de veertig conservatoren die hij in dienst heeft. 'Ik ben kunsthistoricus, maar het maakt mij niet uit of die Frans Hals 10 centimeter naar links of naar rechts hangt', zegt hij. 'Als mensen zich maar kunnen inleven in dat werk, zich verbonden voelen met de geschiedenis.' Meer dan kunsthistoricus is hij een ondernemer die 'de zaak' tot in zijn poriën met zich mee draagt. En als het moet is hij, zoals hij het zelf eens noemde, 'functioneel deftig'.

Haarlem, 2 februari. Nog 69 nachten

De Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen heeft Pijbes tot 'directeur' benoemd (zoals nieuwe leden met hoge maatschappelijke functies heten) en gevraagd de jaarlijkse winterlezing te verzorgen. Hij doet een aangepaste Rijks-presentatie voor de top van de Nederlandse cultuur, het bedrijfsleven en de wetenschap. Decor: krakend parket, hoge plafonds, old boys en lintjes op de revers.

Dit gehoor is het gemakkelijkst, het ís al groot fan van het Rijksmuseum. Pijbes hoeft ze niet warm te maken en kan daardoor meer in detail treden. Hij laat de pompende videopresentatie achterwege, staat lang stil bij het omstreden logo van ontwerpster Irma Boom. Het doel van het uit elkaar halen van het woord RIJKS en MUSEUM, hevig bekritiseerd, is eenvoudig: uiteindelijk gaan we alleen nog over 'het Rijks' spreken, zegt hij, zoals de volksmond nu al doet. Dan is de verbouwing aan de beurt: daar is de dramatische foto van de bulldozer in de onttakelde eregalerij, de zaal van Rembrandt, maar dan kaalgestript en vol puin. De toehoorders zuchten ervan. Pijbes vertelt hij over het water in de kelder, de diepte, de moeilijkheden. Dat vinden Nederlanders leuk. Vervolgens de nieuwe inrichting. De kleuren van de wanden bijvoorbeeld, in de eregalerij Noir de Vigne. 'Wij noemden dat vroeger thuis zwart.'

Na afloop nog even een onderonsje met Martijn Sanders, voorzitter van de Vereniging Rembrandt en destijds groot voorstander van Pijbes' aantreden als directeur. Beiden wijdbeens, de armen om het lichaam gevouwen. Wat het nou allemaal gekost heeft, wil Sanders weten. 375 miljoen, binnen de begroting. Over een gewenste aankoop wil Pijbes ook nog wel wat kwijt. Maar dat hoeft 'mijn schaduw', zoals hij de journalist overal ruimhartig introduceert, dan weer even niet te horen.

In de schatkamer van het Rijksmuseum

Een depot zo groot als een voetbalveld, met kunst die de bezoeker vermoedelijk nooit te zien zal krijgen. Wim Hoeben, hoofd beheer en behoud, leidt ons rond door de opslag van het Rijksmuseum.

Antenne voor de juiste personen

Behalve de drie p's van publiciteit zijn er ook drie n's: netwerken, netwerken, netwerken. Of Wim Pijbes nu aan een galadiner aanschuift of in een televisiestudio, altijd ziet hij: wie zijn hier de interessante mensen, aan wie kan ik iets kwijt, wie schud ik even de hand, van wie kan ik iets opsteken? 'Natuurlijk wil ik een column voor Buitenhof uitspreken', zegt hij. 'Da's niet alleen leuk, maar dan zit ik bijvoorbeeld ook ineens, in een prettige omgeving, met Jet Bussemaker aan tafel, die net minister van OCW geworden is.'

De antenne voor de juiste personen had hij al in de Rotterdamse Kunsthal, waarvan hij directeur was voor hij naar het Rijksmusuem ging. Hier heeft hij er apart een nieuwe afdeling voor opgericht: Development. Elk fonds, iedere persoon en elk bedrijf met geld of invloed (liefst allebei) is bij deze afdeling met naam en toenaam bekend en wordt met elkaar en het museum in contact gebracht. 'Ook op dat vlak heeft Wim ons echt naar een hoger plan getild', zegt hoofd Development Hendrikje Crebolder op de TEFAF. Door 'gerichte (inter)nationale relatiecultivering voor additionele inkomstenbronnen zorgen', zo is haar taak op de Rijksmuseum-site omschreven. De algemeen directeur leeft die taak voor, onophoudelijk, dag en nacht, als een tweede natuur.

Amsterdam, Scheepvaartmuseum. 5 februari. Nog 67 nachten

Onder de kunstmatige sterrenhemel die het binnenplein van het Scheepvaartmuseum overkapt, dineren bijna alle museumdirecties van Nederland. Op het Goed Geld Gala van de Bankgiroloterij wordt in anderhalf uur een duizelingwekkende 64 miljoen euro aan cultuur gedoneerd. Naast de stoel van Wim Pijbes, helemaal vooraan in de zaal, staat al een grote gouden cheque die het Rijksmuseum als vaste begunstigde van de loterij heeft ontvangen. Maar er staan ook nog twee aanvragen uit. Een paar ton lijkt op de begroting van het Rijksmuseum niet veel, 'maar het is het verschil tussen wel en niet doen', zegt Pijbes. Het is spannend.

Aan tafel zitten, behalve managing directors van de Bankgiroloterij, ook Bernard Wientjes (voorzitter Rijksmuseumfonds) en Jaap de Hoop Scheffer (voorzitter Raad van Toezicht).

Geen smalltalk met Wientjes. VNO, SER, DNB - al voor het derde jaar staat hij nummer één op de lijst van invloedrijke Nederlanders. Nieuwe regels voor schenkingen of belastingvoordeel voor bruikleengevers? Wim weet het al, want met Bernard kan hij bellen. Ook dit is zakendoen, het Rijksmuseum komt in elke zin aan bod, met wie Pijbes ook converseert. Het eten wordt zonder dralen naar binnen geschoven. Presentator Albert Verlinde roept: 'Heeft u lekker gegeten? Dan gaan we nu weer geld uitdelen.' Wim Pijbes, handenwrijvend: 'Jááááh.'

Op het moment suprême lijkt hij ineens nerveus, gespeeld of niet. Hij stelt zich in de felle lampen van toegesnelde cameramensen op met zijn naaste staf die al die tijd achter hem heeft gezeten. Handenkneepjes, knuffels en schouderklopjes over en weer. 'Voor het educatieproject van het Rijksmuseum...'

'Áchthónderdtwíntigdúzend!', jubelt Pijbes. Even later komt een geluidsman een microfoontje uit zijn borstzak vissen. Die onvervalste Veendamse uitroep zal de documentaire van Oeke Hoogendijk die op dat moment gedraaid wordt, vast halen.

Maastricht, TEFAF. 14 maart. 30 nachten tot opening

Op de TEFAF is stand 804 volgelopen als een ballenbak vol luxe, gedempte kleuren. De Rijksmuseum-machinerie draait op volle toeren. Development stelt de juiste gesprekspartners aan elkaar voor. De conservatoren vieren een aankoop, Vrienden van het Rijksmuseum worden geworven, de drie directeuren circuleren. Pijbes schuift als een verkenner in Stratego heen en weer. Wederom op zijn beetje versleten taupe suède brogues, onderscheidingsteken van een modebewuste directeur in een wereld waar de meeste herenkleding duur maar saai is. Hij, niet zo groot van stuk, luistert nooit met het hoofd opgeheven maar altijd een beetje schuin afgewend.

Wim heeft rock 'n' roll in het museum gebracht, zei persmedewerker Boris de Munnick in Londen al. Zakelijk directeur Erik van Ginkel: 'Wim is van gáán. Geen eindeloos overleg met collega's, geen 360-gradenvisie, maar dóén. Ik zorg er wel voor dat hij op de grond blijft.'

Conservator Meubelen Reinier Baarsen viert met een rode blos op de wangen de aankoop van een Franse zilveren bokaal. Hij werkt al..., nou ja, ééuwig in het Rijksmuseum. 'Wim heeft een heel enthousiaste atmosfeer gebracht', zegt hij. 'Hij maakt heel goed gebruik van zijn materiaal, van ons. Hij is niet jaloers. Héél stimulerend.' Hij weegt zijn woorden boven zijn glas. 'Hij is misschien een beetje een ongewone figuur in dit wereldje. Maar de wereld verandert.' En verstand heeft hij er heus wel van. 'Hij zegt nooit iets waarvan je denkt: oei.'

Hier, en elders waar ze samen optreden, blijkt hoe soepel de tandem van de eerste en tweede man inmiddels werkt. Pijbes (51) is al relatief jong in deze wereld, maar Taco Dibbits (44) is dat zeker. Ze zoeken elkaar op, wisselen geregeld wat uit. Een hand op de arm of een klopje op de revers - van rivaliteit is geen sprake en beiden floreren in hun rol. 'Hé lullo', zeggen ze soms tegen elkaar.

De heropening van het Rijksmuseum in 2013. Beeld anp

Amsterdam, Hortus Botanicus. 24 maart. Nog 20 nachten tot de opening

De opening van het Rijksmuseum, na tien jaar wachten, is al over drie weken als Wim Pijbes bij het televisieprogramma Buitenhof zijn maandelijkse column komt doen. Hij nam de klus vorig jaar augustus aan. Wéér een weekeinde gevuld met werk. Dat betekent: op zaterdag op de fiets naar station Rotterdam CS om de internationale kranten te kopen, die thuis doorspitten, een cultureel onderwerp kiezen, voorbereiden. Dan zondag om half tien in de taxi naar Amsterdam om die column live in de studio uit te spreken. Repetitie, uitzending, lunch. Om drie uur weer thuis. Eén keer in de week buiten hardlopen, dat is zo'n beetje hoe hij fit blijft. 'En zie je mij veel eten? Nee.'

De nieuwe directeur van het Louvre is het onderwerp. Twee kandidaten in de race, een man en een vrouw en een procedure omgeven door 'parfum de scandale', wat Pijbes prachtig vindt. Tijdens de repetitie met presentator Pieter Jan Hagens grijpt eindredacteur Corinne Hegeman in: 'Wat vind jíj interessant aan die man, Wim, dát willen we weten'. Pijbes laat zich moeiteloos bijsturen, neemt de suggestie op in zijn praatje.

Het is geen Rijksmuseumpromotie, deze column, zegt hij. Maar als hij even later kan laten vallen dat zijn museum 'het Louvre van Nederland' is, zal hij het niet laten.

Meer dan een bewaarplaats voor oude kunst

Na afloop zit hij in de stoel van de visagiste voor 'het fijnste moment van de dag: een warm lapje over je gezicht'. Hij heft zijn hoofd en doet zijn ogen dicht. Nog twintig dagen tot de opening - misschien zijn dit wel de laatste seconden dat Wim Pijbes even helemaal stil mag vallen.

Vorige maand werd bekend dat het Rijksmuseum een schilderij van Marlene Dumas als schenking heeft gekregen: Het laatste avondmaal uit 1991. De gift markeert de opvatting dat het museum meer is dan alleen een bewaarplaats voor oude kunst. Het richt zich ook op eigentijdse kunst en vormgeving. Zo ontwierp Irma Boom een nieuw logo voor het nationale kunstinstituut - RIJKS MUSEUM - met een omstreden spatiëring en eigenwijze 'ij'. In het hoofdgebouw, aan weerszijden van de Nachtwachtzaal, beschilderde de Britse kunstenaar Richard Wright het plafond van twee zalen met 47 duizend zwarte fonkelende sterren. En tekenaar Jan Rothuizen kreeg de eer om met zijn pennenstreken plattegronden te tekenen van alle verdiepingen, met de meesterwerken die voor elke bezoeker een must zijn (te zien in de museumgids en bij de trappen).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.