Terugkeer van de Schokkers

Na meer dan zestig jaar keren de skeletten van Schokland terug naar hun oorspronkelijke rustplaats. Daarmee komt een einde aan een mislukt wetenschappelijk project....

Heel gelukkig was anatoom dr. Cisca Griffioen met het telefoontje van de Schokkervereniging, vorig jaar. De nieuwe voorzitter Jan Diender vertelde de onderzoekster van de Universiteit van Amsterdam dat hij graag de resten van zijn voorouders wilde terughebben. De schedels en beenderen moesten terug naar de plek waar ze vandaan kwamen.

Woensdag 7 mei reist bottendeskundige Griffioen naar Schokland om de laatste resten te herbegraven. Het merendeel is al in december ter aarde besteld. 'Ik ben ontzettend blij dat de zaak van de botten zo goed is geregeld', zegt Griffioen. 'De botten lagen hier maar, en zomaar weggooien is uit den boze. Dit is een mooie oplossing.'

De botten liggen weer ongeveer op de plek waar ze zestig jaar geleden uit de grond zijn gehaald: Bij de zuidpunt van het voormalige eiland, bij de Enser kerk. Die kerk wordt gerestaureerd en voordat de vloer wordt geplaatst, moeten de botten weer de grond in.

In de zomer van 1940 zette op ongeveer dezelfde plek een groep studenten van de Universiteit van Amsterdam de spade in de bodem. Dat geschiedde onder leiding van dr. Arie de Froe, die het later zou schoppen tot hoogleraar Antropobiologie en Menselijke Erfelijkheidsleer, en rector magnificus van de UvA.

De Froe had grootse plannen. Binnen de UvA was veel belangstelling voor de geschiedenis van de Zuiderzee. Er was in 1936 een Stichting tot Bevordering van het Bevolkingsonderzoek in de Drooggelegde Zuiderzeepolders opgericht. 'Waarschijnlijk omdat Amsterdam aan die zee ligt', verklaart Griffioen die interesse.

De Froe redeneerde dat op Schokland het oertype van de Nederlander zou moeten wonen. Nederlanders die zuiver van ras waren, omdat ze zo bijzonder geïsoleerd woonden op het onherbergzame eiland, in de volksmond Duivelseiland, genoemd.

De bevolking op Schokland was boeiend. In het noorden woonden de katholieken, in het zuiden was een protestantse enclave. De twee groepen mengden niet. Er werd alleen binnen de groepen gehuwd (endogamie), wat samengaat met een grotere kans op inteelt. Vooral in het katholieke deel kwam onderling huwen veel voor. Rond 1850 werd voor ongeveer de helft van de huwelijken dispensatie aangevraagd op grond van nauw verwantschap.

'De Froe dacht dat de Schoklanders representanten zouden zijn van de oorspronkelijke Nederlandse bevolking. Er zou een verwantschap bestaan met de Neandertalers', haalt Griffioen terug. 'In de ogen van nu is zo'n onderzoek moeilijk voor te stellen. Er zijn op meer plekken dergelijke geïsoleerde bevolkingsgroepen te vinden. Het is alleen de vraag of je dat aan bot- en schedelkenmerken kunt vaststellen.'

Ook over de manier van opgraven en verzamelen plaatst Griffoen, met de kennis van de 21ste eeuw in haar achterhoofd, vraagtekens. Om preciezer te zijn, het verzamelen van de botten verliep klungelig.

'De schedels gingen bij de schedels, de dijbenen bij de dijbenen, enzovoort. Met de inzichten van nu is dat een wetenschappelijke doodzonde. Je moet de skeletten bij elkaar houden. Ik denk dat ze het zo deden omdat ze dachten de kenmerken van de bevolking op schedels en dijbenen zou kunnen vaststellen. Mogelijk was het ook niet eenvoudig om de skeletten op individuele basis op te graven.'

Vijf volle dozen met botten van 148 Schokkers gingen naar Amsterdam. Wat er toen is gebeurd, is onduidelijk. Griffioen haalt haar mapje Schokland te voorschijn. Die bevat grote foliovellen, waarop keurig met de vulpen ingevulde tabellen staan. 'Dit zijn de skeletten en hier staan de kenmerken die ze wilden meten.'

Het verkleurde vel is groot, maar er staan vooral streepjes op. 'Ik weet het ook niet precies. Hier staan wat getallen. Ik kan er geen goed wijs uit', geeft Griffioen eerlijk toe. 'En weet u wat ik het gênante vind van de hele affaire? Dat opgraven kan best, maar ik heb nergens een publicatie gevonden over de metingen van de botten.'

Begrijpelijk is het allemaal wel, reconstrueert ze. Eerst vijf jaar oorlog en daarna was een onderzoek naar zuivere rassen ook niet meer zo populair, gezien de praktijken in Hitler-Duitsland. De botten stonden jaren en jaren op de zolder van het Ontleedkundig Laboratorium aan de Mauritskade in Amsterdam. Niemand keek er nog naar om. De Froe verliet de universiteit tijdelijk om hoogleraar anatomie in Bagdad te worden.

In de jaren tachtig werden de universitaire medische instituten bij elkaar gehuisvest in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam-Zuidoost. Griffioen was toen in beeld. 'Tja, weggooien deden we niet, de botten gingen in winkelwagentjes van Tomado naar de kelder van het AMC.'

In dezelfde tijd kwam ook de vraag van de toen opgerichte Schokkervereniging, bestaande uit nazaten van de bevolking van het eiland. 'Geef ons onze voorouders terug', luidde het simpele verzoek.

In die tijd maakte Griffioen een boekje over wat er met de botten is gebeurd. Ze wilde het gênante een beetje wegpoetsen. De plaatjes zijn nog met de hand tussen de tekst geplakt in het met de hand uitgetypte verslag in een olijfgroen kaftje. 'Ik vond dat ik verplicht was aan de nazaten om in ieder geval iets op papier te zetten', zegt Griffioen.

In het boekje staat dat De Froe de schedels op sekse heeft ingedeeld en een schatting heeft gemaakt van de leeftijd. De meeste begraven mensen, tussen 1700 en 1850 ter aarde besteld, zouden tussen de vijftig en zestig jaar oud zijn geweest. Dat is iets aan de hoge kant, vindt Griffioen, voor een bevolking uit de 18de en begin 19de eeuw.

Ook is de standaardmeting gedaan aan schedels, zoals schedellengte, breedte en hoogte. Die cijfers zijn vergeleken met schedels uit Marken, Volendam en Friesland. Het leverde niet bijster veel op. Ook een vergelijking van de schedels met Neandertalers was teleurstellend. 'De Schokker schedels lijken op Amsterdams schedelmateriaal en ze tonen geen verwantschap met Neandertalers.'

Er zijn nog veel meer metingen mogelijk, maar dat is niet of ten dele gebeurd. 'Ik kon er in ieder geval geen wijs uit', geeft Griffioen toe.

De anatoom had geen zin om met haar studenten of zelf nog eens aan de oude Schokker resten te gaan meten. 'Dat heeft weinig zin. De kans dat er iets gevonden zou worden, is al klein en bovendien zijn de skeletten gescheiden. Je kunt er niet zoveel meer mee.'

Dus gaan de objecten van de wetenschap uit de jaren veertig terug naar Schokland. De meeste skeletten zijn in december tijdens een mooie, maar koude winterdag in grote betonnen bakken bij de kerk gestort. Eén skelet is bewaard en dat vindt woensdag zijn laatste rustplaats als officiële afsluiting van een wetenschappelijke studie die zestig jaar daarvoor is begonnen.

Eigenlijk is de wijze waarop dit is opgelost mooi, vindt Griffioen. 'Er liggen veel botten in de catacomben van het AMC. Soms kunnen ze naar een museum, maar in veel gevallen weet je het niet. En zomaar weggooien kan natuurlijk niet. Gelukkig hebben we ruimte genoeg beneden', relativeert ze.

Voorzitter Jan Diender van de Schokkervereniging was aanwezig bij de herbegrafenis in december. 'Je had toch het idee dat je je voorouders begroef. Je vraagt je af: Wie zou dit zijn? Maar het deed me geen verdriet.' De botten worden anoniem begraven, namen waren niet bekend en konden niet meer worden achterhaald. Het enige dat rest is een plaquette.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden