Terugkeer uit de hel

Er is een vierregelig titelloos gedicht van J. H. Leopold; het luidt zo:..

door Kees Fens

Het 'ook' wijst uit: er is eerder een ander geweest. Maar één andere dichter is teruggekomen uit de hel: Dante. Het gedicht moet ingegeven zijn door een verhaal dat een legende kan zijn (Boccaccio vertelt het in zijn biografie): Dante werd op straat nagewezen: die man is in de hel geweest. En nog een ander verhaal wil, dat zelfs zijn wat donkere uiterlijk als gevolg van de hellevaart werd verklaard. Hij moet op straat zijn opgevallen: hij had een gezicht dat een beeldensnijder had kunnen ontwerpen, misschien wel het mooiste gezicht van alle dichters, met die adelaarsneus en sterk vooruitgestoken kin, altijd strenge donkere ogen, op het hoofd de laurierkrans van de dichter, die hij draagt als een vorst een kroon. Hij zal de komende week op veel plaatsen in dit land zijn gezicht weer van ons afwenden in het portret dat Gustave Doré van hem maakte. Die heeft het gezicht nog dieper gegroefd dan de portrettraditie het wil, de neus nog meer verscherpt, de mondtrekken hangen haast verachtend naar beneden: een alleen al door hoogmoed angstaanjagend persoon, niet gemilderd door het licht van het paradijs, de vaderlijkheid van Vergilius, de goddelijke bekoorlijkheid van Beatrice. Uit de hel teruggekomen.

Ik ken de iconografie niet, maar de portretten lijken allemaal op elkaar terug te gaan, elkaar te verhevigen. Ik ken een uitzondering: het en profil getekende portret dat in een veertiende-eeuws handschrift van de Divina Commedia is opgenomen: een milde, vriendelijke man, met een mooi lang gezicht, heel licht peinzend en glimlachend voor zich uitstarend (hoe scherp de ogen ook zijn), terugdenkend of overdenkend; het haar krult onder een fraaie muts vandaan, maar de neus der onsterfelijkheid is bijna haaks.

Hoe zag Dante eruit? Zijn vroegste, kleine biografie werd door Giovanni Villani opgenomen in zijn geschiedenis van de stad Florence. Het stukje moet nog geen vijfentwintig jaar na Dantes dood zijn geschreven. De auteur heeft hem gekend. Hij prijst zijn werken, geeft een heel beknopt overzicht van zijn leven en dan aan het slot deze karakteristiek:

'Deze Dante nu was, vanwege zijn geleerdheid, nogal hoogmoedig, gereserveerd en verachtelijk en, naar het gebruik bij filosofen, slordig in zijn manieren en niet gemakkelijk in zijn gesprekken met leken. Maar om zijn verheven deugden en geleerdheid, zijn waardigheid als een zo groot burger, lijkt het passend hem in deze kroniek te herdenken, hoewel: zijn edele oeuvre, ons in zijn geschriften nagelaten, is het ware getuigenis over hem en een eervolle faam voor onze stad.'

De eerste biograaf was Boccaccio. Hij was ook de eerste publieke exegeet van de Divina Commedia. De eerste editie ervan voltooide hij in 1350 - Dante stierf in 1321. Hij geeft een precieze beschrijving van Dantes uiterlijk, zo fraai dat een wat uitvoerig citaat verdiend is: 'Onze dichter dan was van gemiddelde lengte, toen hij volgroeid was, liep hij wat gebogen, in ernstige en lichte pas en altijd zeer goed gekleed, in een mantel passend bij de jaren van zijn rijpheid. Zijn gezicht was lang, hij had een adelaarsneus, zijn ogen waren eerder groot dan klein; hij had grote kaken en zijn onderlip krulde zich over zijn bovenlip heen. Hij had een donker uiterlijk, baard en haar waren dik en krullend en zijn gezichtsuitdrukking was altijd melancholisch en bedachtzaam.'

Dan volgen de verhalen over het nawijzen van de man getekend door zijn hellevaart. Dante blijkt een nachtwerker te zijn geweest, aanvankelijk tot verdriet van zijn vrouw en gezin. Maar zij wenden eraan. Boccaccio prijst door. Dante was een groot debater, had een heel sterk geheugen. En als de dichter een heros dreigt te worden, schrijft hij: 'Hij verlangde heel hartstochtelijk naar eer en roem, wellicht meer dan bij zijn glorierijke deugdzaamheid paste.' 'Maar wat doet het ertoe!', voegt hij er meteen aan toe. En zo is de oneffenheid van de ijdelheid weggewerkt.

De humanist Leonardo Bruni viel Boccaccio aan om het portret van Dante: zo zag hij er niet uit. Bruni vindt het verhaal sentimenteel, en roept Dante op als soldaat en staatsman. Ook hij tracht hem te tekenen: 'Hij was een keurige man, van middelmatige lengte; zijn verschijning was aangenaam en ernstig. Al sprak hij langzaam en met grote tussenpozen, zijn antwoorden waren altijd uiterst precies.(....). Hij had plezier in muziek en zang en was een niet onverdienstelijk tekenaar. Hij had een volmaakt handschrift, de letters waren dun en lang en heel precies; ik heb dat in verschillende brieven van zijn hand kunnen vaststellen.'

Het kan opvallend zijn, hoe de geschilderde en geschreven portretten verschillen, de tekening uit het handschrift en Boccaccio's beschrijving van Dantes uiterlijk komen nog het meest overeen. Misschien moeten we een onderscheid maken tussen de historische figuur Dante en de figuur die door de hel, over de louteringsberg tenslotte in het paradijs komt. De beeldende kunst lijkt de laatste te hebben geschilderd.

Ik heb hem mij altijd voorgesteld als zeer ernstig, in gedachten, streng, eenzelvig ook, zeker veeleisend. (Petrarca, die met Dante, die hij niet persoonlijk heeft gekend, nogal veel moeite had, moet er lichter hebben uitgezien, wereldser.) Ik zou Dante niet graag onder ogen zijn gekomen. Wat mij treft is de vermelding van zijn voorname kleding, zijn keurigheid en zijn voortdurend benadrukte precisie. Zijn uiterlijk moet het evenwicht van zijn geest hebben verraden. En die werd weer zichtbaar in het evenwicht van zijn werk. Er is misschien geen zo doorgeconstrueerd gedicht als de Divina Commedia, maar tegelijk zo levendig, lyrisch vaak, zo beeldend en vaak onbarmhartig. De wet regeert het werk, maar het hart heerst erover. De laurierkrans waarmee hij altijd wordt afgebeeld, heeft hij nooit ontvangen. Dat had alleen in Florence kunnen gebeuren, maar hij was uit die stad verbannen. Van Augustinus hebben we een beschrijving van zijn sterfbed: hij las de boetepsalmen die op de muur tegenover zijn bed waren aangebracht.

Van Dantes dood weten we niets. Zijn dodenmasker laat een zacht gezicht zien. In zijn laatste ogenblik moet hij in de verte het licht hebben gezien dat hij in de geest al had gezien en vanuit de volheid daarvan heeft beschreven - het allergrootste uit de literatuur.

Hij had twee zonen; ze hebben beiden over het werk van hun vader geschreven: de eerste exegeten. Hij had één dochter. Zij werd non in Florence. Haar kloosternaam was Beatrice.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden