Terugblik op Spelen: Nederlanders (iets) minder dominant op langebaan, successen in shorttrack bieden hoop

Ondanks acht gouden medailles was Nederland op de Spelen in Pyeongchang niet zo overheersend als in Sotsji in 2014. Dat kwam mede doordat Nederlandse coaches hun expertise deelden in andere landen. De successen in het shorttrack bieden een beetje hoop op de zo noodzakelijke verbreding van de basis.

Gouden medaillewinnaars Ireen Wust, Carlijn Achtereekte en Esmee Visser poseren voor de foto. Beeld anp

De dodelijke dominantie van het Nederlandse topschaatsen leek na een week olympische langebaan verzekerd. Nederland had halverwege de Winterspelen zes van de zeven gouden medailles veroverd, waarbij die ene gemiste titel, op de 10 kilometer, een prooi was voor de geboren Nederlander Ted-Jan Bloemen.

Met de zege van debutante Esmee Visser op de 5 km sloot Nederland die eerste week af met de gedachte dat er weinig veranderd was sinds het toernooi van Sotsji, vier jaar eerder. Toen won Nederland acht van de twaalf afstanden. Er waren vier 'clean sweeps': een totaal Nederlands erepodium.

Geen herhaling van Sotsji

De internationale vrees voor een herhaling van Sotsji bleek in de tweede week onnodig. De sport toonde meer veerkracht dan vier jaar geleden mogelijk leek, toen hardop werd getwijfeld of het buitenland ooit nog zou kunnen opbieden tegen het grote geld van Nederland. Ook met weinig geld, minder talent en veel overtuiging valt te winnen, bewezen de tegenstanders uit Noorwegen, Japan en Korea.

Vooral de Noren, die in Sotsji geen enkele medaille pakten, waren uit op wraak. De Noor Havard Lorentzen omschreef het mooi na zijn overwinning op de 500 meter. 'We vinden het niets dat Nederlanders zo veel winnen. Het zal niet weer gebeuren, hebben we gezworen.' Zijn coach Sondre Skarli stond er net zo in: 'Sotsji was moeilijk te accepteren. Dit was niet goed voor de sport. En ik houd van deze sport.'

Japan

Het leidde voor de Noren tot goud in de ploegachtervolging. Daar bleek het feit dat Nederlandse schaatsers tot verschillende ploegen behoren juist een belemmering om tot een harmonieuze samenwerking te komen.

Het succesvolste land van de tweede helft van de schaatstoernooi was Japan. Nao Kodaira won de 500 meter op een zondagavond en zij bracht met haar feilloze timing - daar draait het om bij de technische sport schaatsen - Nederlandse kenners in vervoering. Daarna volgden nog gouden medailles voor de ploegachtervolging en de massastart.

De Nederlandse ploeg heeft acht gouden medailles veroverd, een evenaring van het record uit Sotsji (2014). Er werden twintig medailles gepakt (8 goud, 6 zilver en 6 brons), vier minder dan het record uit Sotsji (8 goud, 7 zilver 9 brons).

Nao Kodaira won de 500 meter. Beeld afp

In beide gevallen liet de Nederlandse coach Johan de Wit zien dat export van kennis in andere landen tot succes kan leiden. Bij het Canadese goud op de 10 kilometer en het Zuid-Koreaanse goud op de massastart waren ook Nederlandse coaches betrokken. 'Maar het is niet structureel', sprak De Wit. Als hij vertrekt, voorspelde hij, dan zakt 'het kaartenhuis' in elkaar.

De Nederlanders domineerden het langebaanschaatsen door de helft van de gouden medailles te winnen: zeven van de veertien. Van de 42 medailles gingen er 16 naar Nederland: 38 procent.

Geen zenuwpees meer

Voor Nederland werden de Winterspelen in de tweede week van kleur voorzien door Kjeld Nuis, met zijn tweede afstandszege, en door Suzanne Schulting, de shorttracker die op een wilde donderdagavond drie perfecte races afleverde. Alle twee vielen op door hun mentale balans.

Nuis veranderde van een zenuwpees in een kampioen met behulp van een vrouwelijke sportpsycholoog wier naam hij buiten de publiciteit houdt. Hij heeft het kopmanschap van coach Jac Orie's topteam afgepakt van Sven Kramer, die over twee jaar zal afzwaaien. De drie jaar jongere Nuis zal zijn titels vrijwel zeker gaan verdedigen in 2022.

Kjeld Nuis won twee gouden medailles. Beeld afp

Shorttrack

Van shorttracker Schulting was niet meer bekend dan dat zij in haar emotionele beleving van sport alle kanten opschiet. Wie haar in Dresden bij de Europese titelstrijd van januari meemaakte, zal weinig vertrouwen hebben gehad in de olympische perspectieven van deze stuiterbal. Tranen en lach volgden elkaar in hoog tempo op.

Maar na een wisselvallig begin van haar toernooi reed de 20-jarige Schulting op de 1.000 meter drie ritten uit het boekje. Niet de gedoodverfde favoriet Sjinkie Knegt maar zij zette de kroon op het shorttracktoernooi door als eerste Nederlandse vrouw in die betrekkelijke jonge ijssport (olympisch sinds 1992) goud te veroveren. Het was de vierde medaille voor de shorttrackers. Niet eerder pakte Nederland buiten het schaatsen zoveel plakken.

In vier van de vijftien wintersporten was een land nog dominanter dan Nederland in het schaatsen. Duitsland won alle gouden medailles (3) in de Noorse combinatie (langlaufen en skispringen), in het bobsleeën (3, waarvan een gedeeld met Canada), en drie van vier gouden medailles in het rodelen. Noorwegen won in het langlaufen zeven van de twaalf hoofdprijzen.

Smalle basis voor succes

Dankzij de vier medailles in het shorttrack eindigde de nationale ploeg opnieuw hoog op de medaillespiegel. Nederland werd uiteindelijk, net als in Sotsji, vijfde met twintig plakken (8 goud, 6 zilver en 6 brons: vier medailles minder dan in Sotsji). Het bleef grote wintersportlanden als Zweden, Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland opnieuw voor.

Nederland was in het langebaanschaatsen niet zo dominant als in Sotsji (waar 23 van de 36 medailles werden gepakt), maar zeker zo overheersend: met 7 van de 14 gouden medailles (en 16 van de 42 plakken).

Of dat zo blijft? Met het afhaken van de unieke talenten Sven Kramer en Ireen Wüst is de vraag of de stevige positie aan de wereldtop wordt gehandhaafd. Terwijl de andere landen in de topvijf van de medaillespiegel in negen tot elf sportdisciplines medailles behaalden, blinkt Nederland slechts uit in twee sporten: schaatsen en shorttrack. De basis voor het succes blijft dus tamelijk smal, al is die door de doorbraak van de shorttrackers wel breder dan vier jaar geleden.

Met 39 medailles, waarvan 14 gouden, was Noorwegen het succesvolste land aller tijden op de Winterspelen. Het verbeterde het oude record van Amerika uit 2010 met twee medailles. Gemiddeld wonnen de Noren een medaille per 136.000 inwoners van Noorwegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden