Terug van dertig jaar weggeweest: nivelleren

Met de inkomensafhankelijke zorgpremie verkleint het nieuwe kabinet de kloof tussen arm en rijk. Maar de inkomensverschillen zijn in Nederland toch al zo klein? En de hoge inkomens hebben toch al de hoogste lasten? Nou, niet per se.

VVD-orakel Hans Wiegel greep het regeerakkoord deze week gretig aan om zijn vroegere aartsrivaal Joop den Uyl post mortem af te schilderen als het schrikbeeld van welvarend Nederland. 'Joop, De Grote Nivelleerder, is uit zijn graf herrezen en dáár staat hij!', impliceerde hij met een priemende vinger richting partijgenoot Mark Rutte.


Rutte sputterde tegen dat hij nu eenmaal de WW wilde bekorten en de ontwikkelingshulp decimeren. De prijs die PvdA-leider Diederik Samsom hem daarvoor in rekening bracht, was inkomensnivellering. Dus zo geschiedde.


Nico Wilterdink kijkt niettemin op van de uitkomst van de paarse onderhandelingen. Wilterdink is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en heeft veel onderzoek gedaan naar inkomens- en welvaartsverschillen. 'Nivellering was in de paarse kabinetten onder Wim Kok geen doel van de PvdA, en ook Wouter Bos hoorde je er nooit over. Het is verrassend dat het thema nu weer naar voren komt en dat Samsom die nivellering heeft weten door te drukken.'


Het motto 'de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen' lag PvdA-leider Den Uyl in de mond bestorven, maar zijn opvolgers hadden daar inderdaad minder mee. Vanaf het moment dat nivelleren bij links uit de mode raakte (rechts Nederland is er nooit geporteerd van geweest) begonnen de inkomensverschillen in Nederland toe te nemen.


Net als in andere landen was de inkomensverdeling in Nederland tot aan de Tweede Wereldoorlog zeer ongelijk. Daarna begon de opbouw van de moderne verzorgingsstaat. Echte armoede werd in Nederland met behulp van de AOW en de werkloosheidsuitkeringen vrijwel uitgeroeid, en de hoge inkomensgroepen moesten veel meer belasting gaan betalen. De nivellering bereikte medio jaren zeventig haar hoogtepunt.


De tweede oliecrisis van 1979 en de daaropvolgende diepe recessie van begin jaren tachtig luidden de kentering in. Het Nederlandse bedrijfsleven wees de hoge arbeidskosten in Nederland aan als belangrijkste oorzaak van de malaise. Nederlandse bedrijven dreigden de concurrentiestrijd te verliezen met bedrijven in landen waar de sociale voorzieningen minder riant waren. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië, waar Ronald Reagan en Margaret Thatcher het marktkapitalisme omarmden en de sociale voorzieningen versoberden, wezen het CDA-VVD-kabinet Lubbers I de weg.


Wilterdink: 'De globalisering heeft de macht van de vakbonden en de politiek structureel verzwakt, ten gunste van de macht van bestuurders van multinationals. Je ziet dat terug in de salarissen van die bestuurders. De globalisering heeft de winstmogelijkheden van grote bedrijven enorm verruimd. Bestuurders van bedrijven hebben daardoor meer ruimte om zichzelf topsalarissen en bonussen toe te bedelen. Grote bedrijven kunnen zich ook steeds makkelijker onttrekken aan nationale regelgeving. Als hun iets niet zint, dreigen ze hun activiteiten naar het buitenland te verplaatsen. Hooggeschoolde beroepen hebben daar minder last van dan laaggeschoolde, omdat een bedrijf zijn onderzoeksafdeling niet zo makkelijk naar Indonesië kan verhuizen als zijn productieafdeling. Hoewel: Siemens overweegt nu uit Nederland te vertrekken omdat er hier te weinig technici van mbo-niveau zijn. Vanwege die schaarste zou je verwachten dat de salarissen van die mbo'ers enorm stijgen. Toch gebeurt dat niet: ondanks de krappe arbeidsmarkt krijgen de technici niet extra betaald. Siemens sluit liever de fabriek dan de lonen te verhogen; dat geeft aan waar de macht in het bedrijfsleven ligt.'


De pressie van ondernemers leidde in 1982 tot het Akkoord van Wassenaar, waarbij de vakbonden instemden met loonmatiging in ruil voor een kortere werkweek. De sociale uitkeringen werden tegelijkertijd bevroren. Deze besluiten troffen voornamelijk de lage inkomens en waren dus uitermate denivellerend. In 1990 deed de belastinghervorming van de commissie-Oort daar nog een schepje bovenop. Het toptarief in de inkomstenbelasting ging toen omlaag van 72 naar 60 procent. In 2001 werd het toptarief verder verlaagd naar 52 procent. Van de lange economische groeispurt tussen 1985 en 2000 hebben daarom vooral de hogere inkomens geprofiteerd, schreef het CBS in 2007 in zijn kwartaalrapportage Sociaal-Economische trends.


Welvaartsgat

Nederland staat bekend als een egalitair land, waar de inkomensverschillen relatief klein zijn. Tot halverwege de jaren tachtig was Nederland een van de egalitairste landen ter wereld, afgemeten aan de Gini-coëfficient (een internationale graadmeter voor inkomensongelijkheid). Sindsdien is Nederland opgeklommen tot een middenmoter (zie grafiek). Nederland scoort iets onder het OESO-gemiddelde, maar in België en Scandinavië is de ongelijkheid kleiner.


De denivellering in Nederland deed zich voornamelijk voor in de tweede helft van de jaren tachtig. In de jaren negentig veranderde de Gini-coëfficient nauwelijks meer. Dat geldt echter niet voor de vermogensongelijkheid. Die nam juist in de jaren negentig sterk toe, met dank aan de stijgende huizenprijzen en aandelenkoersen. Mensen met een laag inkomen wonen doorgaans in een huurhuis en hebben de vermogenswinsten die huizenbezitters overhielden aan de woningmarktbonanza (die in 1998 zijn hoogtepunt bereikte) gemist. Lage inkomens hebben meestal te weinig spaargeld om te kunnen beleggen. De beleggingswinsten van de jaren negentig kwamen dus eveneens bij het rijkere deel van de bevolking terecht.


'Vermogen werkt als het ware cumulatief', zegt Wilterdink. 'Een multimiljonair moet erg veel moeite doen om zijn vermogen niet te vermeerderen.' De beruchte statistieken over de rijkste 1 procent van de wereldbevolking bewijzen dit. De Bill Gatesen van deze wereld zijn de laatste jaren disproportioneel veel rijker geworden. Het welvaartsgat tussen de superrijken en de 99 procent minder gefortuneerden wordt steeds groter.


Uit de Nederlandse statistieken rijst dat beeld ook op. In 2011 waren er 151 duizend Nederlandse miljonairshuishoudens, twaalfduizend minder dan een jaar eerder. Maar dat kleinere aantal miljonairs was een jaar later wel een stuk rijker, aldus het Dutch Wealth Report van Van Lanschot Bankiers. In 2010 bedroeg het gezamenlijk vermogen van de Nederlandse miljonairspopulatie 269,5 miljard euro. In 2011 was dat bijna 17 miljard euro meer.


'Economen hechten over het algemeen meer belang aan inkomensverschillen dan aan vermogensverschillen', zegt Wilterdink, 'omdat die een meer directe indicatie zijn van welvaartsverschillen. Vermogen is vaak een afgeleide van inkomen. Wie veel verdient, houdt meer over en kan dus meer vermogen opbouwen dan iemand die weinig verdient.'


'Ik vind die nadruk op de inkomensverdeling niet helemaal terecht. Een erg scheve vermogensverdeling heeft een grotere sociaal-maatschappelijke impact dan een scheve inkomensverdeling. Mensen met grote vermogens kunnen zich meer permitteren dan andere mensen. Er vormt zich een elite die veel macht heeft en daar zichtbaar gebruik van maakt. Bovendien worden die privileges door vermogensvererving direct van de ene op de andere generatie overgedragen. Vermogensongelijkheid is de basis van ongelijke kansen, en daarmee van groeiende sociaal-maatschappelijke ongelijkheid.'


Soort zoekt soort

Sinds de eeuwwisseling neemt de sociale mobiliteit in Nederland af, blijkt uit analyses van de Nijmeegse socioloog Wout Ultee en de Amsterdamse demograaf Jan Latten. Het spreekwoord 'een dubbeltje wordt nooit een kwartje' vertelt steeds vaker de waarheid. In de egalitaire jaren zestig en zeventig werkten begaafde kinderen uit de arbeidersklasse zich dankzij het egalitaire onderwijssysteem op naar topfuncties, maar tegenwoordig gebeurt dat steeds minder. Dat komt volgens de onderzoekers doordat hoogopgeleiden vaker dan vroeger onder elkaar trouwen. De dokter trouwt niet meer met de verpleegster maar met een collega-arts, en de directeur legt het niet langer aan met zijn secretaresse maar met een andere topmanager.


Van oudsher beschermden rijke families hun welvaart door middel van strategische huwelijken met andere rijken, waardoor de lagere klassen minder kansen hadden om tot de toplaag door te dringen. In de vorige eeuw veranderde dat. Relaties tussen partners uit verschillende sociale klassen kwamen - alweer - het vaakst voor in de taboedoorbrekende jaren zestig en zeventig. Tegenwoordig is 'soort zoekt soort' weer het parool op de relatiemarkt. Dit fenomeen versterkt de inkomensverschillen. Na een lange periode van stabiliteit tussen 1990 en 2005 nemen die in Nederland de laatste jaren weer toe.


De structurele trend van de laatste decennia is dus denivellering. In Nederland worden grote inkomensverschillen traditioneel als ongewenst beschouwd. Het nieuwe paarse kabinet probeert nu 'tegen te sturen' met de zorgpremie als nivelleringsvehikel. Is dat verstandig?


Koen Caminada, hoogleraar sociale en fiscale regelgeving in Leiden, vindt de keuze voor nivellering een puur politieke. 'Wetenschappelijk gezien is er geen duidelijkheid over wat economisch beter is: denivellering of nivellering. De onderzoeken spreken elkaar wat dat betreft tegen. Een goed functionerende arbeidsmarkt is veel belangrijker voor economisch succes dan de inkomensverdeling in een land.


'Het grote voorbeeld is Scandinavië. Daar heb je royale sociale voorzieningen, maar krijgen werklozen ook sterke prikkels om actief te blijven. Mensen die werken, moeten daar altijd wat aan overhouden. Het regeerakkoord vergroot de marginale belastingdruk voor de middeninkomens. Dat is een politieke keuze. Ik denk dat veel vrouwen hierdoor ontmoedigd worden om meer te gaan werken. Lastenverhogingen leiden altijd tot vernietiging van banen. Het Centraal Planbureau bevestigt dat ook in zijn doorrekening van het regeerakkoord. De verhoging van de zorgpremie leidt tot extra banenverlies.'


Nico Wilterdink vindt het 'een beetje vreemd' dat het kabinet wil nivelleren via de zorgpremie. 'Het zou logischer zijn om dat via de inkomstenbelasting te doen. Maar ja, de VVD heeft zijn kiezers tijdens de campagne belastingverlaging beloofd, dus die route durfde Rutte waarschijnlijk niet te nemen. Een premie is echter altijd aan een maximum gebonden. Daardoor werkt de verhoging van de zorgpremie aan de bovenkant juist denivellerend.'


Belastingdruk

De Groningse hoogleraar overheidsfinanciën Flip de Kam en CBS-statisticus Rens Trimp betoogden vorig jaar in het tijdschrift ESB overigens dat het Nederlandse belastingstelsel minder nivellerend is dan het lijkt. De inkomstenbelasting mag dan progressief zijn (dat wil zeggen dat hoge inkomens zwaarder worden aangeslagen dan lage), indirecte belastingen (accijnzen, milieuheffingen en de btw) zijn dat niet. Integendeel: de 20 procent armste Nederlanders betaalt relatief bijna vier keer zoveel aan indirecte belastingen als de rijkste 10 procent (23,3 procent van het bruto-inkomen tegen 5,9 procent). Dat komt onder meer doordat laagopgeleiden meer roken dan hoogopgeleiden, en dus meer tabaksaccijns betalen. Ook betalen zij hetzelfde btw-tarief op voeding als de rijken, terwijl voedsel een veel groter deel van hun inkomen opsoupeert dan bij vermogende Nederlanders. De minima betalen relatief ook veel meer premies. Al met al is de marginale belastingdruk (het deel van het bruto-inkomen dat opgaat aan belastingen en premies) voor de minima vrijwel even hoog als voor de rijken, stellen De Kam en Trimp. De armste 20 procent betaalt volgens hun berekeningen relatief zelfs iets meer dan de rijkste 10 procent: 42,1 procent om 41,2 procent (zie grafiek).


Een verdere verhoging van de btw (ingevoerd) en van de accijnzen (staat in het regeerakkoord) zou volgens De Kam en Trimp het belastingstelsel dus al snel doen omslaan in een degressief stelsel, waarbij de armen relatief zwaarder worden belast dan de rijken. Desgevraagd laat De Kam per e-mail weten dat hij het regeerakkoord toch niet denivellerend vindt, omdat de btw-verhoging en de verlaging van het toptarief van de inkomstenbelasting meer dan gecompenseerd worden door andere maatregelen, waaronder de verhoging van de zorgpremie.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.