Terug naar Stevie Wonder

Sinds vorig jaar is Stevie Wonder weer op tournee. Hij laat zijn beste werk horen, dat stamt uit de jaren zeventig, toen hij met behulp van de synthesizer klassiekers maakte als Superstition en You Are The Sunshine Of My Life....

Misschien zou er helemaal geen sprake zijn van een optreden van Stevie Wonder, op 14 en 15 september aanstaande in Ahoy, als zijn moeder niet in 2006 was doodgegaan. Door haar overlijden herontdekte Wonder de helende kracht van muziek, zo vertelde hij in november 2007 aan zijn publiek in de Madison Square Garden in New York.

Lulu Mae Hardaway overleed op 6 mei 2006, en dat was de ‘worst day of my life’, bekende Wonder aan de 20 duizend concertbezoekers. Hij viel door het overlijden in een diep zwart gat, ging lusteloos door het leven, maar werd uiteindelijk gered door zijn muziek, die grote helende krachten bleek te bezitten. ‘Ik belde mijn manager en zei: ik wil weer gaan spelen, en wel meteen.’

Zo snel gaat dat niet, maar in de zomer van 2007 treedt Wonder dertien keer op onder de noemer A Wonder Summer’s Night Tour, zijn eerste tournee in twaalf jaar. Het is deze tour waarmee hij nu Europa aandoet.

Wat in New York vooral opvalt, is hoe fris en opwindend juist de liedjes als Too High, Superstition, Higher Ground en Living For The City nu klinken. Ze komen van zijn beste platen, Talking Book en Innervisions, platen die hij maakte toen hij 22 was. Wonder heeft dan net een revolutionaire stap in de soulmuziek gezet door de orkestrale arrangementen, in die tijd gebruikelijk, te vervangen door elektronische geluiden uit de synthesizer. Het is dit geluid waarmee Wonder zich in de jaren zeventig onderscheidt, en het lijkt wel alsof hij meer dan drie decennia later pas inziet hoe tijdloos juist dit repertoire gebleven is.

Die magnifieke platen uit de jaren zeventig ontstaan niet bij toeval, en Wonder maakt ze niet alleen. Veel eer komt toe aan het duo Robert Margouleff en Malcolm Cecil, zonder wie de twee meesterwerken nooit tot stand waren gekomen. Hun rol is altijd wat onderbelicht is gebleven.

Stevie Wonder is net een week 21, en dus officieel volwassen, als hij in mei 1971 zijn intrek neemt in een Holiday Inn hotel op Manhattan. Bijna direct zoekt hij Margouleff en Cecil op. Hij heeft er dan al een jaar of tien opzitten bij Motown Records van Berry Gordy in Detroit en er vanaf zijn 12de een flink stel hits voor gescoord. Maar de als Steveland Judkins geboren blinde soulster wil meer dan een rader zijn in de hitfabriek uit Detroit. Hij wil complete artistieke controle over zijn eigen werk, zelf zijn liedjes componeren en zijn platen produceren.

Gordy heeft eerder dat jaar de teugels al laten vieren en Wonder zelf een album met eigen liedjes laten produceren: Where I’m Coming From, maar deze plaat leverde Wonder en dus Gordy nauwelijks grote hits op. Ondertussen heeft Wonder veel liedjes gecomponeerd die hij pas op plaat wil zetten wanneer Gordy niet meer over zijn schouder meekijkt. En dat moment dient zich aan op 13 mei 1971. Wonder is volwassen, krijgt een flinke zak met geld mee aan royalties die Gordy voor zijn minderjarige artiest heeft bewaard, en dwingt een nieuw contract af waarin hem volledige artistieke vrijheid wordt gegarandeerd.

Een vrijheid die hem in staat stelt nieuwe wegen in te slaan, en die hem in New York brengt bij de Media Sound studio waar Bob Margouleff en Malcolm Cecil werken aan tv-commercials. Het duo had Wonders interesse gewekt met hun zelf gebouwde elektronisch instrumentarium, een tot huiskamer formaat uitgebouwde Moog synthesizer, die door het duo TONTO (The Original New Timbral Orchestra) is gedoopt.

Wonder is gegrepen door het geluid dat het duo produceerde op het als eerste synthesizer-elpee geboekstaafde Zerotime (1969) en wil wel eens weten of die weelde aan klanken werkelijk maar uit één instrument komt.

Of de heren ook een piano en een drumstel hebben, wil Wonder nog even weten, en vervolgens gaan ze aan de slag. Wonder heeft bij Cecil en Margouleff het juiste geluid gevonden voor de talloze composities die zich tot dan toe alleen in zijn hoofd bevinden. Voor hem geen grote orkesten en begeleidingsbands meer. Hij speelt zelf de piano- en drumpartijen en Cecil en Margouleff programmeren hun TONTO.

Het blijkt een gouden combinatie. In maart 1972, tien maanden na hun kennismaking, verschijnt het toepasselijk getitelde Music Of My Mind, zeven maanden later gevolgd door Talking Book met de wereldhit Superstition. In augustus 1973 brengt Wonder zijn misschien wel meest evenwichtige album Innervisions uit, maar twee dagen na de release wordt een zwaar auto-ongeluk Wonder bijna fataal.

Hij raakt in coma, herstelt op wonderbaarlijke wijze en heeft nog genoeg liedjes klaar voor alweer een succesalbum: Fulfillingness’ First Finale. In augustus 1974 markeert de productie het einde van de samenwerking tussen Wonder en het elektronische duo Margouleff en Cecil.

In nog geen tweeënhalf jaar heeft Wonder met zijn vier platen niet alleen de soul-, maar de complete popmuziek een nieuw geluid gegeven. Hij heeft een reeks popliedjes gemaakt die tot de dag van vandaag niets aan kracht hebben ingeboet. Superstition, You Are The Sunshine Of My Life, Higher Ground, Livin’ For The City, Don’t You Worry ’Bout A Thing en You Haven’t Done Nothing kenmerken zich nog altijd door een warm geluid waarin hoekige funky ritmes alle ruimte krijgen. Hoewel gebaseerd op het geluid van analoge synthesizers, klinken de Stevie Wonder-platen uit die jaren vooral organisch en absoluut niet kil of clean.

Zijn muziek staat volledig op zichzelf en hij krijgt het als geen andere zwarte muzikant voor elkaar een brug te slaan naar de (blanke) mainstream in de popindustrie.

Hij wint in die jaren bijna alles wat er aan grammy’s te winnen valt. In 1976 zal Paul Simon bij de bekroning van zijn album Still Crazy After All These Years verzuchten blij te zijn dat Stevie Wonder dat jaar eindelijk eens geen plaat heeft uitgebracht.

Nee, Stevie neemt twee jaar de tijd voor wat uiteindelijk zal worden gezien als zijn magnum opus Songs In The Key Of Life.

Wonder, die pesterig poseert met een T-shirt met de woorden We Are Almost Finished, sleutelt maar door aan zijn nieuwe plaat, die uiteindelijk eind 1976 zal verschijnen. De omvang, een dubbel-lp met een single met nog eens vier nummers, is ongekend. Maar de ontvangst ook. Ook het blanke rockpubliek dat in de jaren zeventig de meeste omzet in de muziekbranche genereert, valt wereldwijd als een blok voor de muzikale rijkdom van Songs In The Key Of Life.

Wonder bezingt dezelfde onderwerpen als voorheen (liefde, klassenverschillen en raciale verhoudingen), maar het geluid is dankzij veel gastbijdragen veel voller en minder gestoeld op elektronica. Bob Margouleff en Malcolm Cecil zijn geruisloos van het toneel verdwenen, de synthesizers bestuurt Wonder nu vooral zelf.

Wonder is dan pas 26, en hij heeft de toppen van zijn artistieke kunnen bereikt. De stelling is zelfs verdedigbaar dat die al een paar jaar achter hem liggen, want anders dan op Innervisions, waar werkelijk geen noot te veel of een maat te lang wordt gespeeld, gaan veel nummers op Songs In The Key Of Life al snel een minuut of twee te lang door, terwijl hij tekstueel nog wel eens op het randje van sentimenteel balanceert.

Maar vergeleken bij alles wat Wonder na dit magnum opus zou uitbrengen, mag het nog altijd een meesterwerk heten. Zijn goeddeels instrumentale soundtrack Journey Through The Secret Life Of Plants flopt drie jaar na Songs In The Key Of Life genadeloos. Een gedeeltelijke artistieke opleving met Hotter Than July een jaar later levert hem vooral commercieel grote successen op met hits als Master Blaster en Happy Birthday, en het lijkt alsof Wonder de weg van gemakkelijk scoren wel goed bevalt.

Uitgerekend met de meest sentimentele ballad uit zijn oeuvre – I Just Called To Say I Love You – heeft hij in 1984 zijn allergrootste hit. In zijn muziek klinkt wellicht daarom in de jaren tachtig geen enkele artistieke uitdaging meer door.

In spaarzame interviews wekt hij in de jaren negentig ook steeds minder de indruk dat er voor hem nog iets op het spel staat. Liever geeft hij een lucratief showtje voor genodigden uit de internationale jetset dan dat hij echt op tournee gaat. Wonder geniet van zijn status als superster, en voelt geen enkele behoefte meer opnieuw zijn bakens te verzetten. Zijn laatste optreden in Nederland, in 1995 op Maaspop, wordt weliswaar goed ontvangen, maar het lijkt alsof draaien op routine het beste is wat er van Wonder verwacht mag worden. Hij klinkt dan al jaren als iemand die graag Stevie Wonder nadoet.

De ommekeer vindt plaats op 6 mei 2006. Hoe dramatisch de gebeurtenis van het overlijden van zijn moeder in Wonders leven ook is, het mag een zegen voor de liefhebbers van zijn klassieke werk heten. Hij speelt nu vooral de liedjes uit de periode dat hij voelde dat hij nog iets te bewijzen had, en lijkt zich met zijn spel bijna te verontschuldigen voor het dertig jaar genieten van zijn status als superster die er op volgde. Zo is zijn huidige show ook een ode aan de jaren dat hij met Cecil en Margouleff op zoek ging naar nieuwe klanken en nieuwe middelen om de muziek in zijn gedachten te vertolken. Wonder zingt zo krachtig en laat zijn hart zo ongegeneerd huilen, dat het bijwonen van een concert van hem voelt als een loutering.

Marvin Gaye, James Brown, Curtis Mayfield en Isaac Hayes waren in de jaren zeventig de grote vernieuwers van de soulmuziek. Zij zijn ons ontvallen. De allergrootste vernieuwer heet Stevie Wonder, hij leeft nog en speelt weer alsof hij iets te bewijzen heeft. Zelfs als hij op 14 en 15 september in Ahoy half zo goed op dreef is als vorig jaar in New York, dan nog worden het onvergetelijke concerten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden