Terug naar kleinschalige mbo's

Mbo's zijn leerfabrieken geworden die terug moeten naar de menselijke maat. Zegt de minister. Wij hebben juist oog voor kleinschaligheid, zeggen de mbo's zelf. Hoe nu verder?

Praktijkles zorg en welzijn aan het Amsterdamse roc Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Waar zijn de studenten op het middelbaar beroepsonderwijs het meest bij gebaat? Bij grote onderwijsinstellingen die elkaar beconcurreren? Of bij kleinschalige scholen die samenwerken? De afgelopen decennia heeft het mbo alle uitersten beproefd, telkens aangejaagd en weer teruggefloten door de politiek.

Nu moet het weer kleiner. Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) wil korte metten maken met wat zij 'te ver doorgeschoten schaalvergroting' noemt. Aan de Tweede Kamer schreef ze eind november over 'het onbehagen van studenten, ouders, docenten en bedrijfsleven over grote mbo-scholen, de 'leerfabrieken'.'

Die 'leerfabrieken' - die toen vanzelfsprekend niet zo werden genoemd - zijn in de loop van de decennia gegroeid.

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Beeld anp

Het aantal mbo-studenten steeg tussen 1960 en 1980 van 150 duizend tot 350 duizend. Momenteel volgt een half miljoen aanstaande kappers, goudsmeden, banketbakkers, elektriciens en automonteurs een mbo-opleiding.

Om versnippering tegen te gaan en de groei op te vangen, werd gestreefd naar minder, maar grotere mbo-instellingen. Twintig jaar geleden ontstonden de regionale opleidingscentra (roc's). Elk roc verzorgt tientallen, zo niet honderden opleidingen in de zorg, economie en techniek. De besturen hebben veel verantwoordelijkheid: voor de opleidingen, de kwaliteit van onderwijs en examinering, de financiën en het vastgoed.

Keerzijde schaalvergroting

Met het verstrijken van de jaren begonnen critici de keerzijde van de schaalvergroting te benadrukken. Al die fusies beperkten de keuzevrijheid voor ouders en leerlingen. Bestuurders zouden maar in hun ivoren toren zitten en amper weten wat er leeft onder docenten en leerlingen. Roc's zetten gehaast nieuwe opleidingen in elkaar in de hoop concurrenten de loef af te steken. In 2008 riep de Tweede Kamer het kabinet op tot meer 'menselijke maat' op middelbare scholen, mbo's en hbo's. Een fusietoets moest voorkomen dat er al te grote kolossen zouden ontstaan.

In 2012 bleek waartoe schaalvergroting kon leiden: de scholengroep Amarantis ging ten onder aan financieel wanbeheer. Ook hogeschool Inholland en ROC Leiden raakten in de problemen.

Maar de fusietoets bracht het mbo nog niet in rustig vaarwater. De sector kampt met een hardnekkig imagoprobleem. Veel vmbo'ers gaan na hun eindexamen liever niet naar een roc - 'naar de havo mág je, naar het mbo móét je'. Jongeren kiezen eerder voor een opleiding die status biedt, dan een opleiding die aansluit bij hun talent of interesse.

Stille revolutie

De afgelopen jaren maakte het mbo een stille revolutie door. Opleidingen zijn verkort van vier naar drie jaar, terwijl het aantal lesuren stijgt van 850 naar 1.000 per schooljaar. Het niveau moet omhoog en er komt meer differentiatie. Voor jongeren zonder vooropleiding is er een aparte 'entreeopleiding' (niveau 1), de praktijkgerichte niveaus 2 en 3 ontwikkelen zich tot 'middelbaar vakonderwijs'. Niveau 4, dat ook toegang biedt tot het hbo, behoudt de noemer 'middelbaar beroepsonderwijs'.

Nu moet ook de 'governance' op de schop, vindt Bussemaker. De minister kondigt een nieuw bestuurlijk model aan waar de menselijke maat zichtbaar zou worden. Ze wil dat roc's met meer dan 5.000 studenten zich omvormen tot gemeenschappen van mbo-colleges.

Zo valt een grote instelling bijvoorbeeld uiteen in een zorgcollege, een techniekcollege en een economiecollege - elk met een eigen collegedirecteur die de praktijk van het lesgeven en de arbeidsmarkt goed kent en wettelijk verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het onderwijs. Die verschillende mbo-colleges staan vervolgens onder leiding van één overkoepelend college van bestuur.

Rotterdamse roc's

Die formule werd ook bedacht voor de Rotterdamse roc's Zadkine en Albeda College, opgeteld goed voor 40 duizend leerlingen. Ze wilden in 2013 samen opgaan in vijf tot acht gespecialiseerde mbo-colleges: kleinere vakscholen, herkenbaar voor studenten, docenten en bedrijfsleven. Maar Bussemaker wilde geen vijf afzonderlijke colleges van bestuur die elkaar weer zouden gaan beconcurreren. In plaats daarvan bepleittte ze de gemeenschap van mbo-colleges: een paraplu voor de vakscholen.

Het plan van Albeda en Zadkine is mislukt, maar het bestuurlijke model is wel blijven rondzingen. Bussemaker denkt zo de voordelen van kleinschaligheid te combineren met de voordelen van grootschaligheid. Enerzijds zijn er dan overzichtelijke colleges met een paar opleidingen voor hooguit een paar duizend studenten, anderzijds is daar dat overkoepelende bestuur dat de continuïteit van de hele instelling in het oog houdt.

Is dat dan de oplossing waarnaar iedereen zo heeft gesmacht? Kan het middelbaar beroepsonderwijs hiermee de komende jaren voort? Dat is de vraag, want sinds Bussemaker haar plan presenteerde, hangt de gehele mbo-sector in de gordijnen.

De MBO Raad, alle roc's, studentenorganisaties en vakbonden sturen vandaag een brandbrief naar de minister waarin ze hun 'verbijstering' uiten over het dwingende karakter van de bestuursvorm. Mbo's zijn geen onpersoonlijke leerfabrieken, schrijven ze. Wij zijn al bezig het onderwijs kleinschalig te organiseren, daarvoor zijn geen nieuwe Haagse regels nodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden