Terug naar de tijd van Belinda-sigaretten en Gerard Cox het sekssymbool

Gerard Cox in 1975. Beeld anp

Ik verwachtte weinig van Ongemakkelijke mensen. De naam van de schrijver, Elly Biesters, zei me niets. Een streekroman, vermoedde ik nuffig, die toevallig speelt in Heerewaarden, een dorp tussen de Maas en de Waal waar ik geregeld mijn vrije dagen doorbreng. Ik sloeg het boek open, en las het achter elkaar uit.

Een meisje van een jaar of 12 groeit eind jaren zeventig op in een dorp dat inderdaad grotendeels uit 'ongemakkelijke mensen' lijkt te bestaan. Opa, een boertig-patserige patriarch, rijk geworden in de (inmiddels teloorgegane) riviervisserij, die telkens dezelfde sterke vissersverhalen vertelt en zijn sloverige vrouw als stront behandelt; een voortdurend overspannen moeder met smetvrees, een 'ongelukkig' zusje, diverse rare ooms, buurvrouwen en gekke en/of zielige klasgenootjes. Ook pleegt er geregeld iemand zelfmoord; er is, zoals Gerard Reve zou zeggen, 'weer geen normaal mens bij'.

De hoofdpersoon is naamloos: ze wordt door iedereen 'derke' genoemd, streektaal voor 'meisje'. 'Derkes moeten niet in de weg lopen, niet te veel vragen, niet te veel zeggen en niet te veel zijn. Meerdere derkes bij elkaar zijn frullie en als ze wat ouder en dikker worden zijn het frammesen (dit woord kon ik na enig nadenken herleiden tot 'vrouwmensen', SW). Hele dikke, onaantrekkelijke en bazige vrouwen worden mogomma's genoemd. Het is niet best als je een mogomma bent. Maar ik ben nog maar een derke.'

Vrees niet: het boek leunt allerminst zwaar op dit curieuze dialect. Biesters' proza is kraakhelder en haar humor gortdroog. 'Toen de oude hond Loeki werd afgemaakt heeft ome Han meteen een jonge hond gekocht. Opa sloot zich urenlang op in de voorkamer om een naam te bedenken. Hij bleef maar dubben tussen Nelly of Blacky. Het leek mij niet zo moeilijk, want Nelly is best raar voor een reu.'

De soms bijna middeleeuwse boertigheid van de dorpelingen wordt extra vervreemdend door de vele 'moderne' details die iedereen van mijn generatie herkent uit zijn eigen jeugd: de Belinda-sigaretten, de Caraco-ijsjes (met het lachende Mexicaantje), de op de groei gekochte 'kojbojlaarzen' en 'zwieters', de nieuwe televisie van het merk Aristona, de jukebox met Steve Harleys Make Me Smile erop en opa die gretig naar Calimero en De Fabeltjeskrant kijkt waarbij de rest van de familie 'de moel moet haauwe'. En Gerard Cox natuurlijk, over wie het hardnekkige gerucht gaat dat hij onlangs in Heerewaarden is komen wonen. Gerard Cox! Het is bijna niet te geloven, maar die schopte het eind jaren zeventig nog (tijdelijk) tot een soort, mirabile dictu, sekssymbool.

Behalve een ijzersterk geheugen heeft Biesters ook een pijnlijk nauwkeurig opmerkingsvermogen. Een slijmdraad tussen iemands tanden, die trilt in de hitte van de kachel. Opa die met een 'oorspijker' zijn oren schoonpulkt en die vervolgens in zijn vestzak stopt. Een moeder van een klasgenootje die klontjes snot uit de wijd opengesperde neusgaten van haar kind pulkt en in haar eigen mond stopt, waarna er naadloos wordt overgegaan tot het knijpen van een 'dikke worm' mayonaise uit een tube, over een kroket.

'Als we eten bedelen de katten om voedsel door op hun achterpoten te staan en hun voorpoten op de tafelrand te leggen. Overal in het hout zitten kleine gaatjes van hun nagels, behalve op de plek aan de kopse kant waar mijn moeder zit. Daar komen de katten niet.'

Nu weet ik opeens waar Ongemakkelijke mensen me aan doet denken; aan Wolkers' Terug naar Oegstgeest.

Reageren? s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden