Terug naar de slagroomklopper in de blues

Bill Wyman groette niet elke dag de dingen, hij hield ze liever nauwgezet bij op papier. Die eigenschap trad onbarmhartig aan het licht in zijn autobiografie Stone Alone en degradeerde hem even tot een soort veredelde boekhouder....

Adriaan de Boer

Wyman deed ook een beroep op oude en ervaren muziekvrienden en formeerde met hen The Rhythm Kings, een twaalfmansformatie in wisselende samenstelling, om te kunnen terugkeren naar oude liefdes als rock, blues en rhythm-and-blues. De band heeft een aantal cd's gemaakt, treedt geregeld ook in Europa op en de voorman is - anders dan in zijn Stones-tijd - zelfs vocaal heel af en toe actief.

Tussentijds wijdde hij een fotoboek aan Chagall en nu is hij de samensteller van een aantrekkelijk vormgegeven, magistraal geïllustreerd naslagwerk, Bill Wyman's Blues Odyssey - A Journey to Music's Heart & Soul (Dorling Kindersley, import Penguin Benelux; fl 82,45), dat op zijn beurt de spin-off is van een tv-serie over zijn zoektocht naar de bronnen van de blues en het erfgoed van de artiesten die ook zijn voorbeelden waren.

Op 10 augustus 1920 nam Mamie Smith met The Jazz Hounds in New York de song Crazy Blues op. Als zangeres kwam ze uit een andere hoek, ze deed vaudevilleshows, maar ze schreef toevallig geschiedenis: de opname geldt als de allereerste bluesplaat. Niemand legde zich nog volop toe op de blues, maar dat begon te veranderen. En het waren vooral zwarte vrouwen die overstapten naar het genre: Lucille Hegamin met The Jazz Me Blues, Mary Stafford met Royal Garden Blues en Ethel Waters - op de affiches 'Sweet Mama Stringbean' - van wie Down Home Blues uitkwam.

Ze hoefden niet per se de studio in, de platenmaatschappij, in dit geval OKeh Records, kwam ook wel naar ze toe. In Atlanta werd de microfoon neergezet voor Lucille Bogan (Pawn Shop Blues) en Fannie May Goosby (Grievous Blues). Steeds minder verkapt - voor de goede verstaander - werd in de teksten en titels verwezen naar de geneugten van de Daad of juist de schier onhoudbare ontberingen: I'm a Mighty Tight Woman, Crazy 'Bout My Lollipop, Ain't Got Nobody (To Grind My Coffee), Whip It To A Jelly, Sam The Hot Dog Man, My Stove's In Good Condition, My Man of War ('All night long he's drilling me'), enzovoort.

Opgeruimd neemt de energieke schatgraver Wyman je mee op zijn boeiende odyssee, die hem uiteindelijk via de skiffle onvermijdelijk zal voeren naar de roemruchte Britse bluesgroepen uit de jaren zestig: de enige echte Fleetwood Mac (met Peter Green), John Mayall, Yardbirds en een handvol andere, waaronder uiteraard The Stones. Cirkel voorlopig gesloten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden