Terug naar de schatkamer, weg van de kansel!

Ooit ben ik gevraagd voor Zomergasten. Het was in de tijd dat Peter van Ingen het programma presenteerde. Ik heb nog altijd spijt dat ik toen, na enige bedenktijd, nee heb gezegd....

Direct na die telefonische uitnodiging van de VPRO sloeg ik voortvarend aan het verzamelen. Ik dook diep in de krochten van de jaren zeventig, op zoek naar beeldmateriaal uit die tijd. Verder sprokkelde ik tv-portretten bijeen van dierbare schrijvers, beeldend kunstenaars en popmuzikanten en legde een waslijst aan van filmfragmenten. Taxi Driver, De Noorderlingen, Annie Hall, Manhattan, Una Giornata Particolare, en Dangerous Liaisons stonden onder meer op mijn lijst. Ik pleegde een sentimentele archeologie naar de helden uit mijn vroege jeugd: Floris, Q en Q, Hamelen, The Thunderbirds. En dan was ik nog niet eens toegekomen aan de journaalbeelden die een bres hadden geslagen in mijn middelbareschooltijd: de gijzelingen in Beilen en Wijster; de toespraak van Den Uyl met de uitvaardiging van de autoloze zondagen (eigenlijk was het in de jaren zeventig altijd zondag en altijd autoloos); de kroningsrellen van 1980.

Ik wilde uiteindelijk een autobiografie in beelden samenstellen waarbij ikzelf steeds meer uit het 'verhaal' zou verdwijnen ten gunste van een informele geschiedschrijving van mijn generatie: de kinderen die waren geboren in de enerverende jaren zestig, opgroeiden in de matte jaren zeventig en volwassen werden (en hun illusies verloren) in de geyuppificeerde jaren tachtig.

Mijn 'beeldarchief' bezweek al snel onder een uitdijend teveel. Er was een Fundgrube, een overdaad, een schatkamer aan dierbare beelden en momenten. Maar ik kon én wilde niet verder selecteren. Iedere verdere selectie zou namelijk een verarming en vertekening betekenen van het tijdsbeeld dat ik in gedachten had.

Maar ik vond inmiddels dat het een kwestie was van alles of niets. Alles kon natuurlijk niet. Je kunt moeilijk bij de VPRO een marathonuitzending van 24 uur claimen. En dus werd het niets. Ik zegde af. Spijt, als haren op mijn hoofd, nog steeds. Achteraf niet eens omdat ik de kans tot een generatieportret had laten schieten, die ambitie kon je tenslotte ook kwijt in literatuur, maar omdat ik door die zelf opgelegde criteria mij toevallig wél een weerzien met Pipo de Clown, Johnny Rotten, Joop den Uyl, Debbie Harry, de demonische Richard Nixon en Gerard Reve had ontzegd.

Terugdenkend aan die pogingen van toen om een schatkamer te ontsluiten bekruipt mij enig onbehagen na het zien van de twee eerste afleveringen van Zomergasten van dit jaar. Kristien Hemmerechts en Geert Mak hadden allebei de kans om hun ideale tv-avond samen te stellen. En wat deden ze? Ze lieten meer dan eens zien waar ze niét van houden en wat ze afkeuren. Zowel Hemmerechts en Mak had een fragment gekozen waar ze met zichtbare afschuw naar keken, maar dat ze aan den volke wilden tonen met de bedoeling iets te beweren over morele verloedering. Bij Hemmerechts was het een scène uit de onschuldig fetisjistische pornofilm Monsterfotzen. Met die kermisfilm kun je niet aannemelijk maken dat porno niet deugt, aangezien dat ene fragment volstrekt atypisch is voor het genre. Wie het fenomeen talkshow alleen beoordeelt op grond van Jerry Springer en niet ook B & W en Het blauwe licht in zijn beoordeling betrekt, geeft blijk van een beperkte blik.

Geert Mak koos voor een item uit VPRO's Waskracht over twee verwende etters uit de Amsterdamse grachtengordel die op vakantie in Thailand waren en die in een tenenkrommend bastaard-Engels spraken over vrijheid en toekomst, fun en opvoeding. Hij liet dit fragment voorafgaan door een scène uit A Cry From The Grave over de massaslachting in en rond Srebrenica. De boodschap van Mak: in vergelijking met de rest van de wereld, waar ellende en onrecht het leven fnuiken, zijn wij Nederlanders zorgeloos en bevoorrecht. Maar wij zijn inmiddels te geblaseerd geraakt om nog met goed fatsoen invulling te geven aan die bevoorrechting.

Die klakkeloze koppeling van oorlogsterreur uit de Balkan en hedonisme uit de grachtengordel is een beetje goedkoop. Het doet denken aan al die moeders uit de jaren zeventig die hun kroost een collectief schuldgevoel aan wisten te praten als ze zaten te kniezen boven hun draadjesvlees met spruiten: 'Eet op, joh. De kindertjes in Afrika snakken ernaar.' Ik herinner mij mijn ontregeling als kind door die pedagogische blufpoker. Dat er dáár dus kinderen stierven stond in direct verband met míjn gebrek aan eetlust. Het was natuurlijk intimiderende domineesretoriek waar je de hongerende Afrikanen geen dienst mee bewees, en waarmee je het westerse schoolkind opzadelde met een vals geprojecteerde erfzonde. Hoe verwarrend en misleidend die retoriek echter kan zijn, bewees afgelopen zondag de reactie van Adriaan van Dis op het fragment over de twee Amsterdamse tienerhuftertjes in Thailand. Van Dis zag maar één methode om die twee weer in het gareel te krijgen: 'Een pak rammel is het wat ze verdienen!'

En dat uit de mond van de man die in zijn autobiografische roman Indische Duinen met niet mis te verstane literaire middelen de angst en woede evoceert van de ik-figuur die van zijn vader regelmatig een pak slaag ontving. Dezelfde aframmelingen die de auteur tekenden voor het leven ziet hij voor enkele doorgeschoten afgezanten van een nieuwe generatie als een passende remedie tegen blaaskakerij en stupiditeit. Sla nooit je kind - behalve als Srebrenica hen koud laat. Het is een nieuw moralistische variant van de slogan 'schop de burger een geweten'. In de tussentijd wordt het tijd om de Zomergasten een tikje terug te geven - terug naar hun schatkamers, en weg van de kansel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden