TERUG NAAR DE NATUUR

De directeur van Artis heeft een vreemde carrière achter de rug. Haig Balian (50) koos eerst voor de filmwereld. 'Artis was mijn kennismaking met de natuur.'..

Als de vraag ter sprake komt of een dierentuin midden in in de stad nog bestaansrecht heeft anno 2005, veert de directeur van Artis op uit zijn stoel. De opvattingen over dierenwelzijn zijn veranderd, die over het opsluiten van dieren ook, en hij heeft juist betoogd dat dierentuinen daar op moeten inspelen. 'Maar waar moet je dan naartoe? Naar de Flevopolder?! We willen een dierentuin om mensen iets te vertellen. En waar zitten die mensen? In de stad. We hebben hier in Artis lesgegeven aan 45 duizend schoolkinderen, we brengen ze interesse bij voor de natuur. Het Naardermeer, een prachtig natuurmonument, ligt hier vlakbij, maar hoeveel mensen gaan daar nou eigenlijk heen?!

'Als je in de stad opgroeit en geen dierentuin hebt, zijn er weinig andere plaatsen om iets over de natuur te leren. In Nederland staan koeien in de wei omdat de weilanden er anders zo leeg uitzien, maar voor de productie kunnen ze beter in de stal blijven. Het zijn ambassadeurs. Dat zijn onze dieren in feite ook.'

Je zult ze de kost moeten geven, de stadskinderen die geen merel van een spreeuw kunnen onderscheiden, zegt Artis-directeur Haig Balian. Of neem hemzelf. 'Artis was mijn eerste kennismaking met de natuur. Ik kwam er heel vaak als kind, was ook thuis altijd bezig met dieren. Ik ben intussen de hele wereld rond geweest, heb overal gewerkt, geld verdiend, van alles gedaan, maar uiteindelijk is de interesse voor de natuur mijn leven lang blijven hangen. Wie geen natuurbewustzijn ontwikkelt, zal in zijn latere leven ook nooit iets doen aan natuurbehoud.'

Ooit kwam het zo ter sprake bij Jan Wolkers op Texel. 'Dat was in de tijd dat ik nog filmproducent was en met Theo van Gogh en Chris Brouwer Terug naar Oegstgeest maakte. We zaten bij Wolkers thuis - hij had toen net die tweeling - en we kregen het erover hoe belangrijk het is dat kinderen natuur ervaren. Wolkers zei: 'Het universum van een kind hoeft maar honderd vierkante meter groot te zijn, maar dan wel honderd vierkante meter waarop hij met z'n handen in de grond kan wroeten om de wurmen er uit te trekken.' Dat is het, dacht ik. Mijn kinderen waren klein en ik ben op zoek gegaan naar een huis met een tuin. Ik vond er een hier net om de hoek bij Artis.'

Haig Balian, voormalig filmdistributeur en filmproducent, is op zijn vijftigste wat hij noemt 'terug bij de oorsprong van de cirkel': sinds twee jaar is hij directeur van Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra, de oudste dierentuin in Nederland. Hij vertelt, afwisselend gemoedelijk en bevlogen, over 'zijn' Artis. De rommelige burelen zeggen met hun bestofte kantoorplanten dat het budget van de dierentuin niet wordt besteed aan fancy kantoordesign.

'Terug bij de oorsprong, maar in een andere vorm. Ik wilde ooit zoöloog worden, maar daar ben ik behoorlijk van afgedwaald.' Wat heet, na twee jaar biologie en zoölogie in Lausanne hield hij het voor gezien. Hij had voor een Zwitserse universiteit gekozen omdat hij tweetalig was opgevoed - zijn Armeense vader en zijn Nederlandse moeder spraken Frans met elkaar - en omdat hij een tijdje weg wilde uit Nederland, met als niet te verwaarlozen voordeel dat hij zodoende aan de militaire dienst ontsnapte. Maar ja: 'Geen studiehoofd hè, ik was nog jong, 18, te onrustig, had geen zin meer, dus dat liep slecht af met die studie.'

Eenmaal weer in Nederland rolde hij via z'n vader in de filmwereld, maakte in de loop der jaren carrière als distributeur en producent en maakte twee jaar geleden een opmerkelijke switch van de film-naar de dierenwereld.

Die overstap begon feitelijk op een Zwitserse luchthaven in de winter van 2001. 'Ik ging met mijn kinderen op wintersport en kwam op het vliegveld toevallig een oude kennis tegen. Hij bleek interimmanager te zijn bij Artis. Ik geloof dat ik toen heb gemompeld: 'Oh, Artis, als kind wilde ik al directeur van Artis worden', maar ik zei het meer tegen mezelf dan tegen hem.'

Terwijl zijn kinderen de volgende dag op de ski's stonden, nam Balian een dag de tijd 'om even in te zakken en te ontspannen', maar het idee had zich in zijn hoofd genesteld.

'Ik heb die hele dag zitten denken: stel nou eens dat ik directeur van Artis kon worden. Ik wist nog helemaal niet dat de toenmalige directeur, Maarten Frankenhuis, een paar jaar later met pensioen zou gaan. We hadden vroeger thuis in Hilversum een enorm garagehek, daar stond ik als kleine jongen wel eens achter en stelde me dan voor dat dit het hek was van mijn eigen dierentuin. Die wintersportvakantie ben ik serieus gaan nadenken over Artis. Ik heb er ongeveer een jaar mee rondgelopen.'

Hij verdiepte zich in het dierentuinwezen, las er alles over wat los en vast zat en waagde een gok. Met succes, hoewel hij nog een lijntje heeft met de filmwereld. Vorig jaar werd hij benoemd in het bestuur van het Nederlands Fonds voor de Film, daarnaast is hij mede-eigenaar van een bioscoopgroep.

Levende inhoud

Artis haalde hem binnen als cultureel ondernemer. 'Bioscopen en dierentuinen hebben wel wat overeenkomsten. Voor allebei moet je een kaartje kopen. Nee, serieus: je hebt in beide gevallen met publiek te maken en ze hebben allebei een kwetsbare inhoud. Je maakt films met schrijvers, met regisseurs, met acteurs en noem maar op -dat is één ding, maar er komt een moment dat je hem moet laten zien aan het publiek. In een dierentuin heb je dat ook: je bent er voor het publiek, alleen heb je hier met een levende inhoud te maken, met levende wezens, en die inhoud moet je zo goed mogelijk presenteren.'

De overstap kostte hem geen noemenswaardige moeite. 'Door mijn achtergrond, mijn culturele bagage en mijn tweetalige opvoeding kan ik snel omschakelen als ik in een andere omgeving kom.' Heeft hij van z'n vader, een Armeense goudhandelaar uit Egypte die met een Nederlandse trouwde en hier een filmdistributiebedrijf kocht toen dat toevallig op z'n pad kwam.

In het vrijgevochten ondernemersgezin te Hilversum had de Armeense warmbloedigheid het gewonnen van de formele stijfheid die eind jaren vijftig het Nederlandse gezinsleven beheerste. 'Bij ons was het gewoon dat mannen elkaar kusten ter begroeting en dat er wijn werd gedronken. Mijn vader kookte wel eens en we zeiden je en jij tegen onze ouders. Bij mijn vriendjes thuis ging het er indertijd veel formeler en zuiniger aan toe.

'Mijn vader was zeer Armeens in zijn doen en denken, zonder religieus of nationalistisch te zijn. Het is een bepaalde manier van in het leven staan. Extreem gastvrij, maar altijd met een zekere trots. En er was altijd het gevoel los te staan van alles. Armeniërs hebben geen oorsprongsland waarnaar ze terug kunnen - ze hebben een geschiedenis van verdreven zijn, van genocide, ze zijn gewend altijd weer wat op te bouwen in wat men noemt gastlanden, waar ze dan wél weer deel worden van de maatschappij. Dat geeft een zekere losheid.

'Als kind heb ik me altijd anders gevoeld , een buitenstaander, maar niet in negatieve zin. Je leert flexibel te zijn, waar je ook wordt gedropt. Een heel bruikbare eigenschap in het leven.'

Hoewel zijn vader geen bijzondere nadruk legde op de Armeense wortels van zijn zoon, ging Haig in zijn tienerjaren op zoek naar z'n achtergrond. 'Ik was een jaar of zeventien, de leeftijd waarop je je een aantal dingen gaat afvragen over je seksualiteit en je oorsprong. Waar hoor je bij? Wat is je identiteit? Ik heb me toen enige tijd ingezet voor Armeense vluchtelingen. Met wat vrienden heb ik een stichting opgezet om taallessen te geven aan kinderen van Armeense vluchtelingen uit Turkije, zodat ze makkelijker konden integreren.'

Formeel is hij een allochtoon, maar wel eentje die zeer Nederlands is opgevoed. De vraag waar hij bijhoort, beantwoordt hij nu met een citaat van de komiek Groucho Marx: I would not join any club that would have someone like me for a member. Dat klopt natuurlijk niet helemaal voor mij, maar mijn vader zei altijd: je moet nooit bij een groep willen horen. Daarin had hij gelijk. Ik ben natuurlijk Nederlands, dat Armeense heb ik er bijgekregen, maar eigenlijk wilde ik al op jonge leeftijd Europeaan zijn. Ik realiseerde me dat ik anders was, maar ook dat er heel veel mensen anders zijn, en of dat nu door hun volkenkundige, raciale of culturele achtergrond is: je vindt ze overal. Het is juist dat veelvoud dat ik interessant vind. Daarom kan ik niet tegen totale verzuiling, tegen nationalisme en het niet-accepteren van mensen die anders zijn.'

De gesjeesde zoölogie-student werd manusje-van-alles in het bedrijf van zijn vader en rolde verder de filmwereld in. Geen spijt van de opgegeven studie: 'Ik ben een bevlogen mens, altijd geweest, geobsedeerd door de dingen waar ik op dat moment mee bezig ben. Je doet de dingen voluit of je doet ze niet, dat is de enige manier om succes te hebben.'

Met partner Chris Brouwer bouwde hij Movies Film Productions op, een distributie-en productiebedrijf. 'Zeker in het begin heb ik leren omgaan met m'n angsten. Er zijn jaren geweest dat ik iedere dag dacht: we kunnen morgen failliet zijn. Maar als ik 's avonds ging slapen was mijn hoofd leeg. Ik leerde hoe je moet omgaan met heel grote druk. Moest ook wel, anders was ik gek geworden. Ik ben opgevoed in een veilige, beschermde omgeving, de filmwereld is knalhard.

'Als distributeur ben ik in het begin wel eens ergens huilend vandaan gekomen toen ik een film probeerde te verkopen. Ik was helemaal niet gewend dat mensen zo hard konden zijn. Het heeft me gepokt en gemazeld.'

Succes bleef niet uit: Het meisje met het rode haar, Schatjes, Terug naar Oegstgeest en Mama is boos. Het bedrijf ging het ook op de videomarkt voor de wind. 'Op een gegeven moment hadden we Schatjes gemaakt, een groot succes, allemaal fantastisch. Toen vroegen we ons af: What's next? De stap naar Amerika lag voor de hand.'

Het werd een financieel fiasco. 'Dat had te maken met het cultuurverschil. We denken dat we dicht bij de Amerikanen staan, maar in wezen staan ze cultureel ver van ons af. Daarbij kwam dat de filmwereld heel erg opportunistisch is. Je hebt kapitaal nodig, maar er is ook makkelijk geld te verdienen. Dat trekt een bepaald soort types aan en niet altijd de meest betrouwbare soort.'

Na enkele jaren avonturieren in Amerika besloten ze in Nederland verder te gaan. 'Een van de eerste films die ik toen hierheen haalde als distributeur was Dances with Wolves. Had weer te maken met mijn eigen fascinatie voor dieren, want niemand wilde dat ding in eerste instantie hebben. Maar ik dacht: drieduizend bizons die door het beeld denderen: waaw, geweldig!'

Toen Balian en zijn zakenpartner Europese plannen gingen ontwikkelen, kwam Polygram langs met hetzelfde idee. 'Toen hebben we het bedrijf verkocht.' Balian trad in dienst van Polygram voor de opbouw van een Europese filmdivisie, vanuit Hamburg. Daarna werkte hij nog vier jaar in Berlijn als adviseur van Canal+.

'Van privé-ondernemer naar de corporate wereld was een grote stap. Mijn vrienden dachten dat het niks voor mij was, maar ik vond het heerlijk. Als zelfstandig ondernemer ben je verantwoordelijk voor alles, de financiën, de juridische dingen, maar nu was ik niet meer automatisch voor alles de klos. De ervaring om in zo'n groot bedrijf te werken komt me nu bij Artis goed van pas. De economische aspecten van het werk zijn zelfs relatief eenvoudig voor iemand met mijn ervaring.'

Leeuwengebrul

Tegenwoordig beginnen zijn ochtenden met leeuwengebrul of met de herrie van de reigerfamilie die zich tegenover zijn slaapkamerraam heeft genesteld; de traditie wil dat de baas van Artis de directeurswoning in de dierentuin betrekt. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij zich nog wel eens omdraait bij het allervroegste krieken van de dag.

Hij heeft een maatschappelijke functie meent hij, en dat schept verplichtingen: 'Artis is een maatschappelijke organisatie, ooit opgezet om mensen wat te leren. Het is ook een mensentuin. Je hebt hier veel sociale cohesie. Je vindt er jong en oud, arm en rijk, autochtonen en allochtonen en die moet je allemaal zien te bereiken.

'Voor grote groepen allochtonen in Nederland dienen dieren uitsluitend tot voedsel. Ze vinden het vaak belachelijk om naar dieren in een hokje te gaan kijken en er nog voor te moeten betalen ook. Maar ook hen moeten we natuurbewustzijn bijbrengen. Wat ik heb geleerd toen ik actief was voor die Armeense vluchtelingen is dat je je vooral op de jongere generaties moet richten. Die ouderen komen uit een heel andere omgeving, ze zijn hier gedropt en zijn moeilijk te bereiken. Onze taak ligt bij de nieuwe generaties.'

Zijn toekomstvisie grijpt terug op de oorspronkelijke functie van de dierentuin uit 1838, educatie, hoewel er in dat prille begin niet meer te zien was dan wat papegaaien, een paar apen en een Surinaamse boskat.

De ondernemer in hem ziet samenwerkingsverbanden in het verschiet, met natuurorganisaties, universiteiten, andere educatieve instellingen, de overheid en het bedrijfsleven. Artis als platform, een bundeling van kennis. 'Hier heb je een plek waar je dingen in een breder verband kunt tonen aan het publiek. Universiteiten bijvoorbeeld kunnen slecht vertellen, omdat ze niet op een groter publiek zijn gericht.'

Een van de educatieve elementen die hij wil toevoegen is een micro-zoo. Bacteriën en microben ter leering ende vermaeck? 'Tijdens die ski-vakantie dacht ik: hoe krijg ik mijn kinderen, pubers toen, weer naar de dierentuin? Eerst dacht ik - dat is mijn commerciële instinct - ik moet een nieuwe diersoort ontwerpen, maar ja, daar kleven wat praktische bezwaren aan. Daarna kwam ik op het idee iets te doen met bacteriën. Met bacteriën is het net als met computers. Er gebeurt van alles, maar niemand heeft het ooit gezien. Ik dacht: je hebt tweehonderd soorten bacteriën in je mond, als je bijvoorbeeld eens zou laten zien wat er gebeurt bij een tongzoen! Het is in feite de vertaling van de oude dierentuinfunctie naar het heden. Je doet tenslotte hetzelfde met exotische dieren.'

Bovendien sluit het aan bij de verplichtingen, zegt hij, die zijn maatschappelijke functie hem stelt: 'Vorig jaar hebben maar vijf studenten ingetekend voor de studie micro-biologie aan de Vrije Universiteit. Vijf! In een land als Nederland, waar productie van goederen te duur wordt, zullen we het moeten hebben van kennis en diensten. Enkele terreinen die voor ons liggen zijn microbiologie, ziektes en voeding. Daarmee kun je ook in een dierentuin wat doen.' Het bedrijfsleven zou daarbij best eens te hulp kunnen schieten, meent hij. 'Waarom zou je bijvoorbeeld de farmaceutische industrie niet kunnen betrekken bij een micro-biologieproject waaraan ook universiteiten meewerken?!'

Komt bij dat er veel geld nodig is voor de vernieuwing van de tuin (zie kader) en dat kan voor een deel komen van sponsors, meent hij. Heel voorzichtig is hij de markt aan het aftasten.

De vaste Artis-bezoeker hoeft echter niet te vrezen over enkele jaren een lila koe van een bepaald chocolademerk aan te treffen tussen de wisenten. 'Je kunt hier natuurlijk geen groot bord met een merknaam boven de leeuwen hangen. Er zijn bedrijven die zeggen: Artis is een maatschappelijke organisatie, niet high brow, er komt een dwarsdoorsnede van de bevolking - daar willen we ons wel mee verbinden. Ze kunnen dan aan hun klanten laten zien dat ze de gedachte van natuurbehoud omhelzen.

Artis is totaal bekend als merknaam, het is een begrip, net als Ajax, maar dat is toch meer een mannenwereld. Artis is breder, van jong tot oud.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden