Terug naar de kust

Een rondje Kanaal is de jongste fietsroute die tot stand kwam dankzij internationale samenwerking. Tijdens de Tour de Manche kun je uitrusten op de ferry.

'Sudden gunfire.' Het staat er echt, met groot uitroepteken, op het waarschuwingsbord langs de weg die door bospercelen en over golvend heideterrein naar de kust leidt. Ook dat nog. Alsof er de afgelopen dagen nog niet genoeg mogelijkheden zijn geweest voor confrontaties met krijgsgeweld.


Langs het Kanaal, zowel in Zuid-Engeland als West-Frankrijk, wemelt het van herinneringen aan wapengekletter: kasteelruïnes, monumenten, gedenknaalden, standbeelden, oorlogsgraven, musea, bunkers. Ze omspannen ruwweg de periode vanaf de schermutselingen tussen de Galliërs en de Romeinen, via de Honderdjarige Oorlog tot aan D-Day, 6 juni 1944. Maar op weg naar een natuurlijke attractie aan de kliffenkust van Dorset, de Lulworth Cove, een baai in de vorm van een nagenoeg perfect hoefijzer, hou je geen rekening meer met een actueel knetterend treffen. Even verderop wordt gewaarschuwd voor nog zwaarder kaliber: 'Tanks crossing.' Hier oefent het Britse leger.


Een statige dame die op het terrein van een tuinderij liep, enkele kilometers het binnenland in, had het ommetje warm aanbevolen. Nee, ze had werkelijk geen idee hoe de langeafstandsfietsroute verder door dit graafschap liep, waarvan de bordjes even zoek waren. Ze wist niet eens dát-ie er liep. Maar ze wees met veel overtuigingskracht op de verlokkingen verderop. 'Dit loont echt de moeite. De cove mag je eigenlijk niet missen. Weet wel dat het een verwoestende klim is als je weer naar het binnenland fietst.'


We wilden zelf ook wel weer eens terug naar de kust. Vanmorgen hadden we de zee achtergelaten - toegedekt met flarden mist. Een gestaag stijgend pad langs een autoweg vanuit de badplaats Weymouth leidde naar de pastorale stilte van de country side. Smalle weggetjes door veld en beemd en rietgedekte buurtschappen en langs boeren die hun hand opstaken als ze je tegemoet kwamen op de tractor. Maar op de Tour de Manche - een nieuwe fietsroute die de kusten van Normandië en Bretagne verbindt met die van Devon en Dorset - houd je rekening met veel zicht op branding, strand, klif en/of kiezel, en die bleven deze ochtend hardnekkig buiten beeld, achter de heuvelruggen in het zuiden.


Maar eenmaal afgedaald in het kleine, maar drukbezochte West-Lulworth ontvouwt de Jurassic Coast zich in fel en laag licht. Hier zijn fossielen aangetroffen van reusachtige zeereptielen, maar die kun je met wat fantasie ook zien in de grillige rotspartijen. Langs de kliffen buitengaats klotst de branding tot schuim, in de inham kabbelen golfjes vriendelijk tegen steigerpalen en het strand op en kleurt het water in het heldere najaarsweer zelfs mediterraan turkoois. Dit is waar je op hoopt, op de Tour de Manche. Die klim terug neem je op de koop toe. Qua zwaarte valt het nog mee ook.


Wie langs de talrijke plekken met schrammen uit het grimmige verleden fietst, gaat het zich onwillekeurig toch afvragen: bestaat er inmiddels, na twee wereldoorlogen waarin Fransen en Britten zij aan zij hebben gevochten, een gevoel van verbintenis aan weerszijden van het Kanaal? De eigenaresse van de B & B in Weymouth had die morgen gezegd dat de bewoners hier nooit erg kieskeurig zijn geweest. 'Wie aan de kust woont, staat open voor alles wat van buiten komt.'


Op Jersey zouden ze het zeker moeten weten - het nors ogende Elizabethkasteel, een vierhonderd jaar oud Engels bolwerk op een rotseilandje in de droogvallende baai van Saint Aubin, moest ooit vooral de Fransen op afstand houden. Het eiland valt onder de Britse kroon, maar ligt slechts op 22 kilometer afstand van de Normandische stranden. Tegenwoordig wordt er meer gedeeld dan bevochten. Bij het verlaten van de ferry in Sint Helier vallen onmiddellijk de verkeersborden op. Het is links rijden, maar de wegwijzers geven ook nog Toutes directions aan om het stadje te verlaten. Dan moet je wel East, West of Coast volgen. De kronkelweggetjes verderop, waar het eiland stiller wordt en meer begint te heuvelen, heten dan weer Le Chemin d'Eglise, Route du Nord, Rue de la Monnaie en Vallée des Vaux.


Arthur Lamy is ervaringsdeskundige bij uitstek. Vader was Breton, moeder Normandische, zijn vrouw heeft weer Britse wortels. De gids, die zich het liefst op de fiets verplaatst, in fel oranje jack en de helm op, zegt dat het de eilanders om het even is, Brits of Frans. Ze gaan graag een dagje naar Saint-Malo, voor de mosselen en de oesters, het is een uur varen. Maar als het Britse voetbalelftal speelt, krijgt dat meer steun dan Les Bleus.


Achter hem, aan de boulevard van Victoria Avenue, strekt zich het slik van de baai uit, doorsneden door glinsterende gorgelstroompjes; het is eb. Hij is blij met de Tour de Manche, als een verse liaison tussen beide landen. 'Het kan de toerist net dat extra zetje geven om hier naartoe te komen, ook al is het maar voor één of twee dagen.'


Er zijn speciale routes in de maak, volgers van de Tour de Manche kunnen al over een vrijliggend pad naar de westkust, waar op Corbière Point een wit vuurtorentje staat. Een Duitse bunker op een rotstong is een onvriendelijker ogende ingreep in het zeezicht, maar dat komt hier vaker voor. Er zijn stoere schattingen dat wel 10 procent van alle cement in de Atlantikwall op dit eiland in de kazematten is verwerkt - Hitler wilde dit Britse territoriumpje maar wat graag behouden.


Gids Arthur wijst op de ongemakken van vandaag: op de boulevard begint het verkeer al halverwege de middag op te stropen. 'Jersey is verslaafd aan auto's. Wist je dat hier meer auto's zijn dan inwoners?'


Dat tijdens de Tour de Manche de fietser niet louter de kliffen en de slikken scheert, wordt al gelijk duidelijk in Frankrijk, bij Cherbourg. De bordjes dirigeren oostwaarts en laten zo nogal verrassend de oude binnenstad en daarachter Cape de la Hague, de noordwestelijke punt van Normandië, rechts liggen. Door een buitenwijk van de havenstad begint de lange, maar nergens steile klim naar het achterland, vol heggen, appelboomgaarden, lichtbruine vakwerkboerderijen en stille dorpen.


Dat het Kanaal snel uit het zicht verdwijnt, heeft volgens de medewerkster van de betrokken toeristenorganisatie vooral pragmatische redenen. In het binnenland liggen voormalige spoorlijnen. Daarop is het lekker fietsen - vlak vooral. Bovendien is er aansluiting met andere routes - die tussen Parijs en Mont Saint Michel en langs de invasiestranden. Het staat natuurlijk iedereen vrij zelf een lus naar Utah Beach of Omaha Beach te maken.


Water is er toch wel. Na het moerasland van Cotentin en Bessin, met plassen vol kwettervogels, is de Vire een metgezel geworden. Een pad met donker gravel en soms wat glibberklei volgt tientallen kilometers de slingers van de bescheiden klokkende rivier in een vallei door het groene heuvelland. Soms, na het kruisen van een weg of een brug, verdwijnt de Vire uit het oog, maar na enkele honderden meters is-ie er toch weer, eerst nog even verscholen achter varens en struiken. Voor een fraai zicht op het dal is het de moeite waard even aan te zetten voor de Roches de Ham, een plateau op een hoogte van zo'n 80 meter boven de bochtige rivier.


De Bocage Normand is hier begonnen, het heggenlandschap. Alles wordt omzoomd door hagen: de kronkelweggetjes, de weilanden, de akkers, de boomgaarden. Maar zelfs over dit arcadische landschap viel de schaduw van het geweld. De geallieerden vervloekten het struikgewas. Het belemmerde zicht, schootsveld en opmars. En wat te denken van de geschiedenis van Saint-L¿, dat door de Vire wordt geschampt. De Vikingen hielden er al huis, de Engelsen en de Fransen zelf, toen de koninklijke troepen de hugenoten te lijf gingen. Door dagenlange beschietingen in juli 1944 bereikte de verwoesting een niet eerder vertoonde graad: naar schatting 95 procent van de bebouwing lag in puin. De Ierse schrijver/ dichter Samuel Beckett noemde Saint-L¿ 'the capital of the ruins'. De zwaar beschadigde Notre Dame is nooit meer volledig hersteld - als waarschuwing tegen de oorlog. Aantrekkelijker is het wat grijze stadje er niet door geworden.


Na Vire - het stadje - wordt de rivier verlaten en gaat het met pittige klimmetjes in plateaus omhoog, de vallei uit. Bij La Ferrière-Harang (300 zielen) vormt een schepping van Gustave Eiffel - die van de toren in Parijs - de attractie: vijf granieten zuilen, meer dan vijftig meter hoog, vormden ooit de pijlers onder een spoorbrug, die in 1893 in gebruik werd genomen; in 1944 was de overspanning het doelwit van Britse bommenwerpers. Nu kun je vanaf een platform bungeejumpen.


Sprookjesachtige watervalletjes in Mortain - een Grand en een Petit Cascade - illustreren nog maar eens dat dit wel degelijk een land met reliëf is; een te late afslag vanuit de dorpskern betekent een confrontatie met een hellinkje van 20 procent.


Maar het wordt zo langzamerhand wel weer tijd voor het Kanaal. Een rivier is nog even de leidsman, de Sélune, waarlangs het talud van een vroegere stoomtrein voert. Maar vanaf Avranches is de Manche weer in zicht. Eerst nog in de gedaante van een baai beneden in de verte, waarvan het slik in het licht van de lage zon zacht gaat glanzen. Op zeeniveau, als de schemering al heeft ingezet, begint op de kim een reusachtige suikertaart te glimmen: de rots vol twinkellichtjes is de Mont Saint-Michel, het Wonder van het Westen, schiereiland met abdij, waar jaarlijks 3,5 miljoen bezoekers op afkomen. De wind doet het gras ruisen en klappert ineens om de oren - dit is vlak land. De borden die de cider en de calvados aanprijzen worden schaars, die met zeefruit zetten nu de toon. 's Avonds in een brasserie in Beauvoir komen de oesters en mosselen op tafel. De volgende dag staat een bries pal tegen, langs de open baai vol schorren en slikken. Het zijn de laatste kilometers op Frans grondgebied. In Saint-Malo wacht de ferry naar Jersey.


Bij het vertrek vanuit Weymouth had de mevrouw van de B & B alvast gewaarschuwd dat het weer vandaag Brits zou zijn; van alles wat. Op de eerste kilometers drupte alleen nog herfstblad, de Lulworth Cove blikkerde in het zonlicht, maar nu, al weer enkele kilometers verder oostwaarts, op weg naar Poole voor de overtocht terug naar Cherbourg, hullen de Purbeck Hills en het kasteel van Corfe zich in dichte regensluiers. Na wat slalommen in een poging de ingang tot de ruïne te vinden, klinkt er ineens een claxon. Een moment van onachtzaamheid: de fietser rijdt zomaar rechts van de weg. Maar grimmiger dan dat nijdige toetertje zou het niet meer worden op het rondje Kanaal.


LANG OF KORT

Er zijn twee varianten van de Tour de Manche. Wie de versie van 1.200 kilometer rijdt, koerst helemaal naar het verre westen van Frankrijk om daar in Roscoff de ferry te nemen naar Plymouth. De kortere editie stuurt de fietser al bij Saint-Malo het water op om na een mogelijk oponthoud op de Kanaaleilanden Jersey of Guernsey de weg in Weymouth oostwaarts te vervolgen. Vanuit Poole, met de peperdure wijk Sandbanks, varen veren naar Cherbourg in Normandië. Dan is het rondje zo'n 450 kilometer lang. Andersom kan natuurlijk ook. Een optie is ook doorrijden tot Folkestone of Dover, voor een overtocht door de Kanaaltunnel (niet op alle treinen) of met een van de veerboten naar Calais. Dan komt er nog wel ruim 300 kilometer bij.


Nuttige sites

en.tourdemance.com


normandie-tourisme.fr


manchetourisme.com


visit-dorset.com


Voor overtochten:


condorferries.co.uk


brittannyferries.com


eurotunnel.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden