Terug naar de heilgymnastiek

De fysiotherapie gaat terug naar haar roots. Bewegen en kneden staan weer voorop, bij voorkeur volgens de nieuwste wetenschappelijk inzichten....

Zelfs op de Katholieke Universiteit Nijmegen, waar prof. dr. Rob Oostendorp deeltijdhoogleraar paramedische zorg is, laten sommige geleerde collega's op de medische faculteit zich onbegrijpend uit: ''Fysiotherapie, dat helpt toch niet'', krijgt hij te horen.

Zelfs daar zijn de vooroordelen over het masseren van de spieren en het oefenen van de gewrichten nog niet geheel verdwenen. 'Maar anderen laten zich positief uit over de ontwikkelingen in het vakgebied', zegt Oostendorp.

'Soms zou ik twintig jaar uit de geschiedenis van de fysiotherapie willen schrappen', verzucht Oostendorp, die ook directeur is van het Nederlands Paramedisch Instituut in Amersfoort. 'Dan doel ik op de jaren tussen 1970 en 1990, toen het vakgebied dreigde te ontsporen.'

Fysiotherapie, zegt hij, komt voort uit de heilgymnastiek. Heel eenvoudig, gymnastiek voor het heil van iemand, bewegen om gezond en fit te blijven. 'Alles volgens het oerprincipe: rust roest', zegt Oostendorp.

Achteraf bezien, ging het begin jaren zeventig fout. De apparaten kwamen in zwang. De praktijk van de gemiddelde fysiotherapeut kwam vol te staan met machines die geluidstrillingen gaven, infrarood licht uitstraalden of elektromagnetische straling opwekten.

Al die apparaten doen iets met de spieren of gewrichten. Ze laten die trillen bijvoorbeeld, of ze maken warm. De achterliggende gedachte is dat zo de bloedsomloop wordt gestimuleerd en daardoor het herstel wordt bespoedigd. In feite doen massage en oefening hetzelfde. Het geloof in de apparaten was groot. De fysiotherapeut zette een patiënt met een tijdschrift onder een warme lamp en hielp tegelijkertijd een andere klant.

'De meeste apparaten moet je niet meer gebruiken', zegt Oostendorp eerlijk. 'Ze geven nauwelijks tot geen verlichting.' Maar het kwaad is geschied. 'De beeldvorming over de fysiotherapie wordt heden ten dage voor een gedeelte door die periode bepaald.'

Oostendorp, zelf in de jaren zestig opgeleid tot heilgymnast, weet niet goed waarom de apparaten zo populair zijn geworden. 'Er waren positieve ervaringen, maar door de wetenschappelijke ogen van nu bezien is de doelmatigheid onbewezen. Maar de apparaten werden op de markt gezet en het gevolg was dat de bewegingstherapie naar de achtergrond verdween.'

De weg terug werd deels gewezen door het ministerie van Volksgezondheid, dat paal en perk stelde aan het onbeperkt vergoeden van behandelingen waarvan het nut niet eens vaststond. Vroeger werden alle zittingen bij de fysiotherapeut door de zorgverzekeraars betaald, maar via een aantal stappen is het aantal behandelingen dat een patiënt in de basisverzekering vergoed krijgt, gedaald naar negen.

'Ik herinner me de eerste beperking in 1980 nog goed', zegt Oostendorp. 'Paniek in de fysiotherapie. Hoe moeten we overleven? Voor mij was dit moment de aanzet om me wetenschappelijk te scholen in de fysiotherapie.'

De heilgymnast promoveerde in 1988 en werd vorig jaar benoemd tot bijzonder hoogleraar paramedische zorg in Nijmegen. Hij staat symbool voor de verwetenschappelijking van deze paramedische discipline. Maar de weg is nog lang.

'Er zijn op dit moment twee hoogleraren paramedische zorg en een hoogleraar fysiotherapie', somt Oostendorp op. 'En we hebben niet eens allemaal een volledige baan op de universiteit.'

Het verschil met de andere geneeskundige vakken is gigantisch. Daar zijn honderden hoogleraren werkzaam die onderzoek doen. De fysiotherapeuten werden ook overvraagd, vind ik. Ze waren niet opgeleid om wetenschappelijke vragen te beantwoorden. Dat is veranderd en er zijn inmiddels een kleine honderd fysiotherapeuten gepromoveerd.'

Snel proberen de fysiotherapeuten de achterstand in te lopen. De huisartsgeneeskunde hebben ze als voorbeeld genomen. In die beroepsgroep zijn standaarden, richtlijnen opgesteld, waarin de meest ideale behandeling is geformuleerd. Dit alles volgens de nieuwste wetenschappelijke inzichten.

Inmiddels zijn er door het Nederlands Paramedisch Instituut een tiental richtlijnen voor de fysiotherapie opgesteld, zoals voor lage-rugpijn, whiplash, hartrevalidatie, acuut enkel- en knieletsel, urine-incontinentie en botontkalking. In voorbereiding zijn richtlijnen voor RSI, bekkenpijn en aspecifieke nekpijn. 'Het opstellen is veel werk, per richtlijn gaat er anderhalf tot twee jaar overheen.'

In de nieuwe richtlijnen gaat de fysiotherapie grotendeels terug naar het aloude uitgangspunt van de heilgymnastiek. Dat wil zeggen: het op verantwoorde manier laten bewegen van de mens die problemen heeft met bewegen. Massage om de bloedsomloop te bevorderen mag, maar de apparaten kunnen, op een enkele uitzondering na, de kast in.

De nadruk op bewegen leidt ertoe dat de fysiotherapie en de sportschool steeds meer op elkaar gaan lijken. Oostendorp: 'De mensen komen vanuit een verschillend uitgangspunt, maar op een gegeven moment doen beide groepen hetzelfde. Ze bewegen. En dat is het belangrijkst. Rust roest.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden