Terug naar de allereerste vraag

Plaats: Universiteit Twente..

'Ik ben altijd een beetje borderline 'geweest', begint prof. dr. Dick Feil.

De chemisch fysicus zit in zijn hoogleraarwoning aan de bosrijke rand van de campus van de Universiteit Twente. Hij kwam daar in 1964 tegelijk met de eerste studenten van de toenmalige technische hogeschool. 'Nee niet psychisch, maar ik heb steeds tussen twee werelden geleefd. Tussen scheikunde en natuurkunde, tussen röntgendiffractie en quantumchemie, tussen Nederland en de Derde Wereld.'

En nu houdt de wetenschapper zich bezig met natuurbehoud. Zo'n vier dagen per week strijdt hij voor het Twentse landschap.

Maar zijn passie is nog steeds de röntgendiffractie, een techniek om de structuur van moleculen op te helderen. Daarbij wordt een kristal in een röntgenbundel gehouden en uit het patroon waarin de straling worden verstrooid (de diffractie) kan de geoefende wetenschapper afleiden hoe de diverse atomen in het kristal zijn gerangschikt.

Er komt een hoop rekenwerk bij kijken. Zoveel dat eind jaren vijftig, toen Feil aan zijn promotie begon, de analyse van een enkel kristal vele maanden rekenen vergde. 'De basis van de techniek is het optellen van verschillende golven. Dat deden we door strookjes papier onder elkaar te leggen. Er was veel trial and error bij.' Maar pen en papier zijn verruild door computers en fundamentele verbeteringen brachten de kristallografie in een stroomversnelling.

'Ik was vooral geïnteresseerd in de structuur van kleine moleculen', zegt de 70-jarige Feil, die in 1998 met emeritaat ging. 'Daarvan is de fysica het interessantst. Chemie levert leuke onderzoeksonderwerpen, maar de fysica is spannend. In de kristallografie kon ik mijn passie voor beide vakgebieden combineren.'

Dus onderzocht Feil eenvoudige verbindingen als ureum en bekeek hij of de verspreiding van elektronen in hun kristallen overeen komt met de quantumchemische theorie. 'Heel boeiend, want die verdeling bepaalt het chemisch en biologisch gedrag van die moleculen', zegt de hoogleraar die er geregeld van weerhouden moet worden de finesses ervan uiteen te zetten.

'Dat gebeurde vroeger thuis aan tafel ook. Zette ik de suikerpot neer als atoomkern en de peper-en zoutvaatjes als elektronen', voegt de geboren didacticus de daad bij het woord met koffiekop en koekschaal. 'Blijkbaar heb ik iets overgebracht, want mijn beide zoons zijn in de chemie terecht gekomen.'

Hij maakt graag mensen warm voor een idee. 'In mijn eerste jaar in Utrecht kreeg ik college van Bijvoet, een groot onderzoeker. Ik begreep er weinig van, maar had wel door dat hier een groot man stond. Iemand die wist te enthousiasmeren, de grote vragen stelde.'

Daaraan ontbreekt het op de universiteit nu teveel, meent Feil. 'Ook omdat hoogleraren zelden meer college geven aan eerstejaars. Niet dat andere docenten het niet kunnen, maar hoogleraren met hun grotere ervaring in onderzoek en met hun achtergrondverhalen, zijn vaak beter in staat om het enthousiasme van de student te wekken en zicht te geven op wat er in het vak werkelijk toe doet.'

Wat Feil mist in het onderwijs is dat men na afloop van een indrukwekkende verhandeling of complexe berekening niet terugkeert naar de oorspronkelijke vragen als: waarom stort het waterstof-elektron niet op de kern of wat gebeurt er tijdens de interactie van licht met materie? 'Naast kwantitatieve relaties is ook kwalitatief begrip essentieel.'

Zijn promotieonderzoek deed Feil in Pittsburg en via een Zuid-Afrikaanse gast in het Utrechtse lab van Bijvoet kwam hij begin jaren zestig bij de universiteit van Kaapstad. 'De apartheid werd toen net in wetten vastgelegd. Zwarten mochten niet meer naar de universiteit. Daar hebben we ons wel tegen verzet. Ik heb nog een keer in de clinch gelegen met premier Verwoerd die kwam spreken. We zagen al snel dat apartheid een onhoudbare zaak was en wilden onze kinderen ook niet in zo'n systeem opvoeden. In de praktijk waren zwart en wit al lang gescheiden werelden. Geen van mijn, witte, collega's had zwarte vrienden. Ik heb één keer bij onze werkster gegeten. Die scheiding valt mij vandaag de dag in Nederland ook op tussen allochtoon en autochtoon.'

Terug in Nederland richtte Feil aan de hogeschool de commissie ontwikkelingssamenwerking op en stond hij aan de wieg van de Werkgroep Ontwikkelingstechnologie. Het ging om uitwisseling van studenten, opleiding van mensen, de oprichting van faculteiten in ontwikkelingslanden of het per brief adviseren over technische problemen.

'Ik had toen toch wel een verkeerd beeld van techniek in ontwikkelingslanden. Die moest eenvoudig zijn en gemakkelijk zelf te repareren. Maar de ”leiders” willen dat niet. Die hebben zich daar juist aan ontworsteld. Daarom moet technologie voor ontwikkelingslanden zijn als voor gebruik op de maan. Ze moet gewoon niet kapot kunnen.'

Inmiddels is de belangstelling onder studenten voor de Derde Wereld getaand. De commissie Buitenland richt zich vooral op Europese landen en de Verenigde Staten. 'Ik vind dat jammer. Wij leefden toen natuurlijk in relatieve welstand, alles kon. Nigeriaanse studenten kregen hier bijna privé-begeleiding. Dat kan nu niet meer, daar is geen tijd meer voor. Het klimaat op de universiteit is verhard. Het werd vechten voor je plaats, om geld, om promovendi. Daar krijg je stress van. De wetenschapsbeoefening zelf is dan een verademing.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden