Terroristen gijzelen Palestijnen

Hamas en andere extremistische bewegingen moeten worden losgeweekt van het Palestijnse gezag. Alleen door een verbond van anti-terroristische partijen kan de terreur in Israël stoppen, meent Eran Nagan....

Eran Nagan

Nederlandse media berichten sinds enige tijd over Hamas, Islamitische Jihad en de Al Aqsa brigades als 'radicale organisaties' of 'militante groeperingen' (bijvoorbeeld de Volkskrant van 5 september in het artikel 'Abbas eist steun voor Israël-beleid'). Werd er enkele jaren geleden nog gesproken over terroristen, of extremisten, later verschoof dit tot militanten of zelfs activisten, alsof het leden van Greenpeace zou betreffen. Deze terminologie is misleidend. De drie genoemde groeperingen streven met geweld tegen burgers politieke en religieuze doelen na. Hamas is een fundamentalistische groepering, die streeft naar het vernietigen van de staat Israël, het verdrijven van de joden en het stichten van een islamitisch-fundamentalistisch Palestina. Dit zijn geen paranoïde gedachten van een staat die zich decennia in zijn bestaan bedreigd voelt; deze boodschap staat in het handvest van Hamas.

Die verhullende terminologie verbaast des te meer omdat sinds december 2001 de militaire arm van deze groepering officieel door de EU op de lijst van terroristische organisaties is gezet. Het is hoogst eigenaardig dat in de publieke opinie langzamerhand een wazig beeld ontstaat over de aard van Hamas, terwijl hierover wel politieke overeenstemming bestaat.

Een conflict tussen twee partijen, waarbij er één deels wordt gevormd door terroristische organisaties, kan slechts worden opgelost als het element van terreur wordt blootgelegd, en onvoorwaardelijk en voorgoed wordt uitgeschakeld. Die voorwaarde wordt ook gesteld door de roadmap. Hamas en Islamitische Jihad hadden een eenzijdig staakt-het-vuren afgekondigd op 26 juni. Sinds die tijd zijn, gedurende de zogenaamde hudna (tijdelijke wapenstilstand), enkele tientallen zelfmoordaanslagen verhinderd door het Israëlische leger. Blijkbaar werd met de afkondiging van de hudna slechts een vermindering in intensiteit van aanslagen bedoeld. Volgens de Israëlische regering is de hudna bovendien gebruikt door de terreurbewegingen om op krachten te komen.

De strijd tussen Israël en Palestijnse terreurbewegingen mag dan wel een ongelijke strijd lijken - inderdaad is het militaire overwicht van Israël groot -, in werkelijkheid is de strijd tegen een terroristische organisatie vrijwel onmogelijk. Een terroristische organisatie heeft in een oorlog met een democratische staat een groot tactisch voordeel. Terreur is ongedifferentieerd, niets ontziend geweld tegen onschuldige burgers die buiten het conflict staan. Een democratische staat kan zich dat niet veroorloven. De Israëlische reacties die volgen op Palestijnse aanslagen zijn doelgerichte afrekeningen met de direct verantwoordelijken. Dat is niet hetzelfde als het doelbewust opblazen van willekeurige burgers.

Gerichte afrekeningen met terroristen, politiële acties en opsporingsmethodes vormen op zich geen garantie voor succes in de strijd tegen terreur. Toch is niet reageren evenmin een optie. De ontwrichting van een samenleving en de verspreiding van angst door terrorisme is zo ingrijpend dat een reactie onvermijdelijk is. Niet alleen dienen de terroristen te weten dat hun bloedige strijd hen niet dichter bij hun doelen zal brengen, ook de eigen bevolking eist ferm optreden tegen terreur. Bovendien is het wel goed mogelijk cellen, onderdelen of individuele leden van terreurbewegingen onschadelijk te maken.

De enige methode om het aanhoudende geweld duurzaam te beëindigen is door het verenigen van de anti-terroristische partijen in het conflict. Dit betekent dat de Israëlische regering en de Palestijnse Autoriteit (PA) daadwerkelijk gezamenlijk moeten opereren in hun strijd tegen geweld, door een complex aan militaire, politieke en sociale maatregelen te treffen. Tot nog toe is de PA - zelf voortgekomen uit een terreurbeweging - dubbelzinnig geweest in zijn optreden tegen terroristische organisaties. Verklaringen van goede wil, halfzachte veroordelingen en incidentele acties van de PA tegen extremistische organisaties zijn onvoldoende. De Palestijnse regering moet met overtuiging en volharding strijden tegen terrorisme uit eigen kring.

De strijd tegen terreur omvat naast een militaire en politieke component een zeer belangrijke sociale dimensie. Maatschappelijke steun voor terroristische organisaties moet worden afgebroken. De Palestijnse media en scholen zullen hun berichtgeving en onderwijs moeten aanpassen. Expliciete steun aan terreurbewegingen en het scheppen van een vijandbeeld over Israëli's dienen te verdwijnen. Natuurlijk heeft Israël zelf daar ook een verantwoordelijkheid. Israël dient duidelijk te maken dat het strijdt tegen Palestijnse terreurbewegingen, en niet tegen het Palestijnse volk.

De kunst is nu de Palestijnse regering los te weken van de extremistische organisaties. Israël moet bij de opvolger van Abbas aandringen op een gezamenlijke strategie tegen terreur. Pas dan maakt vrede in het Midden-Oosten een kans. De oplossing voor de terreur zal uiteindelijk voornamelijk in Palestijnse kring gevonden moeten worden. Het is te hopen dat daar de moed wordt gevonden om met steun van de VS en Europa effectief tegen de extremisten op te treden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden