Terrorisme neemt toe. Hoe komt dit en wat doen we ertegen?

Wat wetenschappers ons kunnen vertellen over aanslagen

Terrorisme neemt toe en: er weinig tegen te doen is. Is dat zo? Antwoorden uit de wetenschap op deze en andere prangende vragen.

'Terroristen beginnen met romantische ideeën over heldendom en ontdekken vroeger of later dat het allemaal niet zo mooi is.' Foto Getty Images

Neemt het terrorisme toe?

Ja, maar niet overal in dezelfde mate.

Wereldwijd is het aantal terroristische aanslagen en het aantal dodelijke slachtoffers als gevolg daarvan de laatste jaren fors toegenomen. Vergeleken met andere vormen van geweld blijft de mortaliteit van terrorisme bescheiden: 'gewone' moorden eisten in 2012 wereldwijd 40 keer meer levens dan terrorisme.

Volgens de Global Terrorism Index van de internationale en onafhankelijke denktank Institute for Economics and Peace (IEP) gaf het jaar 2013 een sterk verhoogde activiteit van terroristen te zien in vergelijking tot het jaar daarvoor. Cijfers over 2014 heeft het IEP nog niet, maar deskundigen verwachten dat de opwaartse trend in de statistieken zich ook dat jaar voortzet. Het aantal dodelijke slachtoffers liep van 11.133 in 2012 op naar 17.958 in 2013. Een toename van 61 procent. Het aantal landen dat te maken kreeg met terreurdaden die meer dan 50 levens eisten, steeg van 15 naar 24.

Als we naar een langere periode kijken is de opmars van het terrorisme nog duidelijker zichtbaar: het aantal doden was in 2013 vervijfvoudigd ten opzichte van het jaar 2000. De stijgende lijn werd na 2007 enkele jaren onderbroken, maar zette zich in versterkte mate voort na het uitbreken van de oorlog in Syrië in 2011.

Verreweg de meeste slachtoffers van terrorisme - 82 procent - vielen in vijf landen: Irak, Afghanistan, Pakistan, Nigeria en Syrië. Vergeleken met deze landen eisen aanslagen in Europa en Amerika weinig slachtoffers. Interpol meldt dat in 2013 in vijf EU-landen 152 terroristische aanslagen werden gepleegd, waarbij zeven doden vielen. De aanslagen in Kopenhagen (2 doden), op het tijdschrift Charlie Hebdo (12 doden) en op de joodse supermarkt in Parijs (4 doden) en de aanval op het Joods Museum in Brussel (mei 2014, 4 doden) moeten nog worden opgenomen in de Interpol-statistieken.

Foto EPA
Satellietfoto's van het Nigeriaanse dorp Doro Baga tonen de verwoesting die terreurbeweging Boko Haram er heeft aangericht. Het rood op de bovenste foto (2 januari) markeert goede landbouwgrond. Op de foto rechts, gemaakt op 7 januari, is er bijna niets meer van over. Ook de bebouwing is grotendeels verdwenen. De foto is verspreid door Amnesty International. Foto EPA

Zijn de meeste terroristen moslims?

Ja. Sinds 2000 is religie een belangrijker drijfveer geworden voor terroristische activiteit dan in de decennia daarvoor. De Global Terrorism Index vermeldt dat in 2013 tweederde van alle terreurslachtoffers viel bij aanslagen die werden opgeëist door vier organisaties die zich beroepen op extreme interpretaties van de islam: Islamitische Staat, Taliban, Boko Haram en Al Qaida. Terroristen in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Zuid-Azië opereren uit naam van de islam, terwijl bewegingen in de rest van de wereld overwegend nationalistische en separatistische doelen nastreven.

Terreur van moslims maakte ook in 2014 de meeste slachtoffers - vooral onder moslims, zegt Bibi van Ginkel, terrorisme-expert van instituut Clingendael. Ze onderstreept dat niet alle terroristen moslim zijn en wijst onder meer op de bloedige activiteiten van maoïstische rebellen in India en communistische opstandelingen in de Filippijnen. De Amerikaanse hoogleraar Gary Lafree, terrorisme-onderzoeker bij de Universiteit van Maryland, bevestigt dat de meeste terroristen in de wereld moslim zijn.

Religieus extremisme speelde een rol bij minstens twee van de zeven dodelijke aanslagen die in 2013 in Europa werden gepleegd, aldus Interpol. De meest spraakmakende in dat jaar was de moord op een Britse soldaat, die in Londen met een hakmes om het leven werd gebracht door twee mannen die Allah aanriepen. Recentere aanslagen zoals die in Kopenhagen, Parijs en Brussel waren ook het werk van radicale moslims.

Wat is de voornaamste voedingsbodem voor terrorisme?

Deskundigen verschillen van mening of leggen verschillende accenten. Op individueel niveau speelt volgens Van Ginkel 'een cocktail' van factoren een rol bij radicalisering. Die mix bestaat uit persoonlijke ervaringen en geloofsbeleving in de directe omgeving, sociaal-economische omstandigheden en betrokkenheid bij conflicten elders in de wereld. 'Jongeren met een lage opleiding in een sloppenwijk, die geen uitzicht hebben op een baan en leven te midden van corruptie kunnen ontvankelijk zijn voor verhalen van iemand die zegt dat ze een toekomst hebben als ze zich aansluiten bij extremisten. Terreurbewegingen zoeken plekken waar de bevolking de minste weerstand biedt, waar een zwakke overheid weinig doet voor de bevolking.'

Het Institute for Economics and Peace ontdekte in de zogeheten Global Terrorism Database geen sterk statistisch verband tussen armoede en terrorisme. Veel personen - cijfers ontbreken - die zich aansluiten bij terreurgroepen in welvarende landen zijn behoorlijk opgeleid en komen uit middenklasse-gezinnen, aldus het IEP.

Volgens het IEP moet de opkomst van terreurgroepen eerder verklaard worden uit de zwakte van politieke systemen dan uit economische achterstelling. Landen die worden geplaagd door terrorisme hebben vaak te kampen met etnische en religieuze spanningen, mensenrechtenschendingen al of niet van overheidswege en een algeheel hoog geweldsniveau, door politiek, crimineel en/of staatsgeweld.

Dat het Westen met zijn goed functionerende politieke systemen ook te maken heeft met gewelddadig extremisme toont aan dat het moeilijk is causale verbanden te leggen, stelt Van Ginkel. 'De verklaring voor terrorisme moet altijd worden gezocht in een combinatie van factoren, die afhankelijk van de situatie een andere rol spelen.'

Kunnen terroristische aanslagen worden voorspeld?

Nee. Tijd, plaats en aard van aanslagen kunnen niet worden voorspeld. Maar volgens Aaron Clauset, computerdeskundige bij de Universiteit van Colorado, vertellen statistische gegevens wel iets over de kans op een volgende grote aanslag. Hij ontdekte in de statistieken een patroon achter de frequentie en omvang van terreurdaden. Dat patroon vertoont volgens hem overeenkomsten met dat van andere ingrijpende gebeurtenissen als aardbevingen.

Clauset constateerde dat een reeks voorvallen van beperkte omvang vroeger of later wordt gevolgd door een zeldzame gebeurtenis met grote gevolgen. Net als aardbevingen volgen terroristische aanslagen de statistische verdeling van de zogeheten machtsfunctie (power law). Een groot aantal kleine gebeurtenissen, enkele middelgrote en een of twee extreem grote gebeurtenissen volgen elkaar op.

Clauset ontdekte de power law in de aanloop naar 11 september. Er waren veel kleine aanslagen, waarbij een of twee doden vielen. Er waren enkele zware aanslagen, zoals de aanslagen van Lockerbie (1988 - 254 doden) en Oklahoma (1995 - 168 doden). En er was die hele grote klap: de verwoesting van de WTC-torens die bijna 3.000 levens eiste.

Volgens Clauset is er op basis van de statistieken een kans van ten minste 30 procent dat de komende tien jaar ergens in de wereld een aanslag wordt gepleegd die zich laat vergelijken met 11 september. 'Ik doe geen concrete voorspelling', onderstreept Clauset telefonisch. 'Dit is een verwachting.'

Het verleden wijst uit dat terrorisme na verloop van tijd in een bepaalde regio afneemt en elders opduikt, al of niet in een andere gedaante. De jaren zeventig waren de jaren van links terrorisme in Europa (RAF, Rode Brigades, IRA), de jaren tachtig en negentig van linkse terreur in Latijns-Amerika (FARC, Sendero Luminoso). In 2000 begon de huidige golf die gedomineerd wordt door groepen in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Zuid-Azië. LaFree: 'Uiteindelijk worden ook terroristen moe van het geweld. Ze beginnen met romantische ideeën over heldendom en ontdekken vroeger of later dat het allemaal niet zo mooi is.'

Een aangeslagen man voor het cultureel centrum Krudttønden te Kopenhagen, waar een van de aanslagen op 15 februari plaatsvond. Foto ANP

Ook Van Ginkel verwacht verplaatsing van het terrorisme. Zij denkt dat jihadisten op zoek gaan naar een ander gebied als de oorlog in Syrië eenmaal voorbij is. Volgens haar is de Kaukasus, waar islamitisch extremisme steeds meer voet aan de grond krijgt, een potentieel nieuw domein voor terroristen.

Wat kunnen overheden doen om terrorisme tegen te gaan?

Terreurbestrijding door inlichtingendiensten, politie en justitie is van essentieel belang voor het voorkomen van aanslagen. Maar er moet ook naar de langere termijn worden gekeken, stelt het IEP. Overheden dienen aandacht te hebben voor de grieven van groepen die ontvankelijk zijn voor terroristische ideologieën, moeten een eind maken aan mensenrechtenschendingen en moeten ervoor zorgen dat de rechtsstaat behoorlijk functioneert.

Er bestaan geen eenvoudige recepten, zegt socioloog Laura Dugan van de Universiteit van Maryland. Wat volgens haar in elk geval niet werkt: vergeldingsmaatregelen tegen bevolkingsgroepen waaruit terroristische organisaties voortkomen. 'Dat leidt meestal alleen maar tot meer terrorisme. Repressie is soms nodig en kan tot op zekere hoogte effectief zijn, maar het straffen van gewone burgers schrikt terroristen niet af.'

Dugan deed tijdens de eerste (1987 - 1993) en de tweede intifada (2000 - 2005) onderzoek naar de Israëlische reacties op Palestijnse aanslagen. Ze stelde vast dat vergelding niet leidde tot een afname van het aantal Palestijnse aanslagen. Verzoenende maatregelen, zoals vredesbesprekingen en het opheffen van sancties, hadden wel een gunstig effect, maar alleen als er sprake was van een langdurig en consistent beleid van verzoening. Na een beperkt aantal handreikingen nam het aantal aanslagen juist toe.

Overheden dienen de juiste verhouding zien te vinden tussen repressie en langetermijnmaatregelen ter voorkoming van radicalisering, stellen Van Ginkel en LaFree. Van Ginkel: 'Repressief optreden kan kwaad bloed zetten bij de bevolking en averechts werken.' LaFree: 'Je moet voorkomen dat individuen vervreemden van de samenleving en je moet contact houden met de omgeving van potentiële terroristen.' Van Ginkel vindt dat overheden altijd moeten proberen te praten met terreurgroepen, al of niet via tussenpersonen. 'Het is belangrijk dat de deur niet om principiële redenen wordt dichtgegooid.'

Loont terrorisme?

Aanhoudende terroristische aanvallen kunnen regeringen dwingen tot concessies, zegt Jakana Thomas, universitair docent bij de Michigan State University. Bijvoorbeeld: de IRA, de ETA en FARC hebben onderhandelingen afgedwongen. Hamas (door de VS, Israël, EU, Canada en Japan bestempeld tot een terroristische organisatie) kreeg in 2012 van Israël een uitnodiging om over een staakt-het-vuren te onderhandelen na een reeks raketaanvallen op Israëlisch grondgebied.

Dat mag zo zijn, reageert Gary LaFree, deze organisaties hebben hun doelen - territoriale aanspraken - niet bereikt. 'Geweld heeft de meeste groepen weinig of niets opgeleverd. Ook als ze zijn toegetreden tot het politieke proces, hoe ver zijn ze gekomen met hun streven naar afscheiding van een eigen gebied?'

Terrorisme-expert Max Abrahms van de Northeastern University in Boston, is ervan overtuigd dat terrorisme niet loont. Diverse studies die sinds 9/11 zijn gedaan wijzen er volgens hem op dat terreur de terroristen niet heeft geholpen hun doelstellingen te bereiken. Abrahms onderzocht zelf in 2006 een reeks groeperingen die op de Amerikaanse lijst van terroristische organisaties staan, waaronder Al Qaida, de PKK en Lichtend Pad in Peru. Terreur leidde volgens Abrahms niet tot wezenlijke toezeggingen van regeringen. Landen die doelwit waren zetten juist de hakken in het zand als terroristen het geweldsniveau opvoerden.

Het belangrijkste doel van groepen als IS, Al Qaida en Boko Haram - een heilige oorlog tegen iedereen die zij niet als ware moslims beschouwen - is alleen in de ogen van de terroristen zelf realistisch. Van Ginkel: 'Zij vieren elke aanslag, elke dode als een overwinning, als een bewijs dat ze zich niet neerleggen bij wat zij zien als overheersing.'

Een van hun successen is dat ze polarisatie laten ontstaan in maatschappijen, ook in westerse, aldus Van Ginkel. Hun gruweldaden trekken wereldwijd aandacht en kunnen radicale moslims inspireren. Met hun propaganda weten ze de aanhang te vergroten.

Ze slagen er bovendien in gebieden te beheersen: IS in Syrië en Irak, Al Qaida in Jemen en Boko Haram in Nigeria. Of ze die lang weten te behouden is niet te voorspellen, maar de geschiedenis leert dat het moeilijk is dergelijke groepen met militaire middelen te verslaan.

Intussen wijst niets erop dat IS, Al Qaida en Boko Haram geïnteresseerd zijn in vredesbesprekingen of dat regeringen bereid zijn tot onderhandelingen. 'Bij de oplossing van deze conflicten zullen onderhandelingen naar verwachting geen rol spelen', zegt Jakana Thomas. Gary LaFree: 'Zeg nooit nooit.'

(Dit artikel verscheen op 21 februari 2015 in de Volkskrant)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.