Hoe zit het met?Terrorisme in de Sahel

Terrorisme in de Sahel: hoe het oprukte vanuit Mali naar Niger en Burkina Faso en verder West-Afrika in

Terreuraanslagen in grote delen van Mali en Burkina Faso en het westen van Niger hebben alleen al vorig jaar 7.000 dodelijke slachtoffers veroorzaakt. Miljoenen burgers zijn op de vlucht geslagen en leven in bittere armoede. Wat is er aan de hand in de Sahel?

Carlijne Vos
Inwoners van Barsalogho vluchten met hun eigendommen uit hun dorp in Burkina Faso. Beeld AFP
Inwoners van Barsalogho vluchten met hun eigendommen uit hun dorp in Burkina Faso.Beeld AFP

Wat is de situatie in de Sahel?

Grote delen van Mali en Burkina Faso en het grensgebied in het zuiden en westen van Niger worden geteisterd door terreuraanslagen. De aanslagen zijn het werk van islamitische terreurorganisaties gelieerd aan Al Qaida en Islamitische Staat (IS) of van gewapende criminele bendes die zo proberen de bevolking of het gebied onder controle te krijgen.

Grote gebieden langs de grenzen zijn inmiddels vrijwel volledig ontvolkt. Politieposten, scholen en klinieken zijn verlaten. Omdat het gezag van de centrale overheid compleet is weggevallen, overheerst wetteloosheid. In dit ‘wilde westen’ van de woestijn vormen smokkel van drugs, wapens, migranten of goud over de oude karavaanroutes, die de nomaden op hun duimpje kennen, de ideale inkomstenbron voor de jihad, waarmee ook weer nieuwe strijders kunnen worden gerekruteerd.

De terreurgolf die in 2012 begon in Mali en in 2017 oversloeg naar Niger en Burkina Faso, rukt steeds verder op richting West-Afrika: naar het noorden van Nigeria, Togo, Benin, Ghana en Ivoorkust. Gevreesd wordt dat de terreurorganisaties uit zijn op toegang tot de havens aan de Golf van Guinee van deze landen waarmee ze hun (smokkel-) inkomsten kunnen vergroten.

Hoe is het zo ver gekomen?

De chaos begon in 2012 in Mali toen aan Al Qaida-gelieerde islamitische fundamentalisten kortstondig een kalifaat stichtten. De islamisten kregen aanvankelijk hulp van etnische Toearegrebellen die al sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk strijden voor hun eigen onafhankelijke gebied ‘Azawad’. Maar al snel kregen de islamisten de overhand, gesteund door gewapende huurlingen uit onder meer Libië en Tsjaad. Ze namen de noordelijke steden Kidal, Gao en Timboektoe in, waar ze een waar schrikbewind voerden. In het kalifaat moesten vrouwen zich volledig bedekken, werden handen afgehakt en was muziek verboden.

In 2013 schoot oud-kolonisator Frankrijk Mali te hulp om de jihadisten te verdrijven, met succes. Anno 2021 zijn nog steeds zo’n 5.000 militairen van de Franse operatie ‘Barkhane’ en zo’n 12 duizend VN-blauwhelmen in Mali gestationeerd om de wankele vrede te handhaven, met weinig tastbaar resultaat voor de bevolking. Integendeel eigenlijk; burgers worden vaak slachtoffer van antiterreur operaties en voelen zich nauwelijks beschermd door het leger of de buitenlandse troepenmacht. Als gevolg zoeken etnische groeperingen steun bij de islamitische terreurorganisaties of richten zelfverdedigingslegers op, waarmee de geweldsspiraal verder wordt aangewakkerd.

null Beeld

Waarom slaat de terreur over naar buurlanden?

Landsgrenzen in de Sahel zijn op papier getrokken. Voor de verschillende etnische bevolkingsgroepen in de regio zoals de Fulani-herders in de Sahel of de Kanuri rond het Tsjaadmeer betekent nationaliteit minder dan etnische verwantschap. De problemen waar deze volkeren mee kampen zijn overal dezelfde: armoede, gebrek aan werkgelegenheid, een afwezige overheid en druk op vruchtbare grond vanwege de fatale combinatie van bevolkingsgroei en klimaatverandering. De overwegend jonge bevolking voelt zich achtergesteld door hun regering in de hoofdstad en ziet geen toekomst voor zichzelf. Dit onbehagen is een dankbare voedingsbodem voor jihadisme. Zij lokken jonge strijders met de belofte op een eigen islamitische staat, waar ze vrouwen krijgen, wapens, motoren en een salaris. De overheid wordt als vijand afgeschilderd en veiligheidstroepen tot doelwit verklaard.

Na de Arabische Lente en de val van de Libische leider Khadafi in 2011 raakte de Sahel bovendien overspoeld met wapens, gewapende huurlingen en vanaf 2016 ook met dolende IS-strijders uit de verslagen kalifaten in Libië, Syrië en Irak.

Naast de terreurhaard rond Mali rukken ook terreurgroepen op vanuit het noorden van Nigeria. Vanaf 2009 is hier de islamitische terreurorganisatie Boko Haram actief die gruwelijke terreurdaden pleegde in het vierlandenpunt rond het Tsjaadmeer. Na de dood van de wrede leider Abubakar Shekau in mei van dit jaar is die organisatie vrijwel verslagen en is de macht overgenomen door Islamitische Staat in de West-Afrikaanse Provincie (ISWAP) die aanslagen pleegt tot ver in Niger en Nigeria.

Wie zijn de terroristen?

De islamitische terreurorganisaties in de Sahel-landen zijn grofweg te scheiden in JNIM (Jama’at Nasr al-Islam wal Muslimin , een paraplu-organisatie van aan Al Qaida gelieerde groeperingen en ISGS (Islamitische Staat in de Grotere Sahara). In het grensgebied tussen Mali en Burkina Faso opereren vooral Ansar Dine en Ansarul Islam, maar namen en allianties veranderen met grote regelmaat. Daarnaast bestaat er een waaier aan zelfverdedigingsgroepen die zich vaak noodgedwongen aansluiten bij terreurorganisaties.

Tussen de diverse etnische bevolkingsgroepen in Mali en buurlanden bestaan eeuwenoude vetes over het gebruik van vruchtbaar land voor veeteelt of landbouw. Door de bevolkingsgroei en de verwoestijning komen nomadische herders met hun vee steeds vaker in botsing met gesettelde boeren. Deze conflicten nemen in de hele Sahel toe en raken in toenemende mate verweven met terreur. Terreurorganisaties wakkeren de etnische vetes aan om zo strijders te rekruteren, die dan oude vetes wreken met terreuraanslagen. In Nigeria wordt dit conflict nog extra opgestookt langs religieuze lijnen: de herders zijn meestal Islamitisch en de boeren christelijk.

Wat drijft de terroristen?

In deze ingewikkelde geweldsspiraal is het vaak moeilijk te begrijpen wat de drijfveren voor terroristische aanslagen zijn. Soms zijn het wraakacties of pure intimidaties, vaak gaat het om toegang tot vruchtbare grond of goudmijnen, dan weer om ordinaire criminaliteit. Terreurorganisaties worden namelijk ook ingeschakeld om smokkelroutes door de woestijn te verdedigen. Met religie heeft het volgens deskundigen vaak weinig te maken, hoewel er in sommige delen van Mali en rond het Tsjaadmeer wel kleine kalifaatjes bestaan waar de sharia wordt nageleefd en burgers in relatieve rust leven omdat de lokale terreurgroep in ruil voor belasting ook publieke diensten levert.

Militairen bij het presidentiële paleis in Bamako, Mali. Beeld AFP
Militairen bij het presidentiële paleis in Bamako, Mali.Beeld AFP

De jihad wordt vooral gebruikt als narratief om strijders te rekruteren, ze tegen de overheid op te zetten en met aanslagen chaos te laten creëren om grotere economische of (geo-)politieke belangen te dienen. In de woestijn worden miljarden verdiend aan de toegang tot lucratieve mijnen of aan illegale handel: van migranten, tot medicijnen, sigaretten, drugs en wapens.

Veel lokale politici en bestuurders spinnen ook garen bij deze activiteiten dankzij smeergeld. Deskundigen spreken wel over ‘gelegenheidsjihadisme’; jongeren laten zich de ene keer betalen voor een terroristische aanval op een militair konvooi, de volgende dag om een smokkelkonvooi te begeleiden en de derde dag pakken ze de wapens op om een aanslag op hun dorp te wreken.

Kan de internationale gemeenschap nog ingrijpen?

Dat is de grote vraag. Het besef is er dat de terreur alleen maar toeneemt en dat er grote belangen mee zijn gediend. Terreurorganisaties hebben in de Sahel een geweldige inkomstenbron gevonden aan illegale smokkel- en grondstoffenwinning. Ook aan de smokkel van migranten richting Europa is miljarden verdiend die regelrecht in de financiering en bewapening van de ‘jihad’ is gestoken. Tegelijkertijd remt de belabberde veiligheidssituatie economische ontwikkeling in de regio, wat leidt tot nog meer armoede, ontwrichting en migratie. Voor Westerse bedrijven gaat zo bovendien een lucratieve potentiële afzetmarkt verloren.

De middelen om in te grijpen zijn beperkt. Het militair ingrijpen door Frankrijk en de VN met de vredesmissie Minusma heeft de veiligheidssituatie voor burgers niet verbeterd. Burgers ervaren de buitenlandse troepen in hun bepantserde voertuigen en legerbases vooral als indringer. Het gevoel overheerst dat de buitenlanders er zijn voor hun eigen economische belangen (Frankrijk is voor zijn energie sterk afhankelijk van uranium uit de woestijn van Niger bijvoorbeeld) en niet om hen te beschermen.

Buitenlandse interventie dreigt zo averechts uit te pakken. Burgers keren zich uit onmacht tegen hun overheid en worden vatbaar voor radicalisering. Na het interventie-debacle in Afghanistan hameren deskundigen op een beter begrip van de sociaaleconomische context waarin burgers vatbaar worden voor radicaal gedachtegoed. De oplossing ligt dan meer in de richting van het versterken van de overheid, de rechtsstaat en de publieke sector om bevolkingsgroepen niet langer het gevoel van uitsluiting te geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden