Terreurkaart komt goed uit in strijd tegen activisme

Anti-terreurwetten maken van milieuactivisten 'ecoterroristen' en van burgerrechtenbetogers staatsgevaarlijke spionnen. Het is een trend die mensenrechten- en milieuorganisaties noopt tot een noodkreet: hun activiteiten staan in tientallen landen gevaarlijk onder druk.

Beeld epa

Wereldwijd worden mensenrechten- en milieuorganisaties gedwarsboomd met wetten en regels die hun bewegingsvrijheid inperken en die hen afsnijden van buitenlands geld. De angst voor terreuraanslagen, volksopstanden en radicalisering is een belangrijke drijfveer van overheden om meer drempels op te werpen voor het maatschappelijk middenveld.

De inperking van burgerrechten vindt plaats van landen als Zuid-Soedan en India tot aan 'volwassen democratieën' als Australië, Israël of Canada.

Civicus, een internationale koepelorganisatie van 2.000 organisaties uit 170 landen die zich bezighouden met de versterking van burgerrechten en het maatschappelijk middenveld, waarschuwt voor de nieuwe tendens. Ze wordt onderschreven door Nederlandse ontwikkelingsorganisaties als Hivos, Cordaid en Oxfam Novib.

Beperkende ngo-wetgeving

Ook het ministerie van Buitenlandse Zaken deelt de zorgen. 'Vooral de ontwikkelingen in Oost-Afrika, de Kaukasus en delen van Azië zijn verontrustend', aldus een woordvoerder. 'Zo heeft Nederland onlangs in Kenia gesprekken gevoerd om beperkende ngo-wetgeving aan te passen.' Buitenlandse Zaken steunt Civicus de komende vijf jaar met tien miljoen euro subsidie.

Volgens Civicus wordt in ten minste 96 landen één van de burgervrijheden bedreigd. Organisaties hebben vooral last van beperkingen op internet, het verbod op demonstratie of vergadering en het opwerpen van praktische obstakels om burgers te organiseren of te mobiliseren. Onder het mom van 'nationale veiligheid' worden steeds meer van deze belemmeringen opgeworpen.

'Overal ter wereld spelen overheden de terreurkaart als troef om onwelgevallige elementen in hun samenleving de mond te snoeren', zegt Danny Sriskandarajah, secretaris-generaal van Civicus.

'Milieuterrorisme' in Canada na nieuwe wet

Milieuorganisaties in Canada lopen aan tegen beperkingen door de verscherpte anti-terreurwet C-51, ingevoerd door de vorige conservatieve regering na de aanslag op het parlement in 2014. Deze wet, die in Canada spottend de 'anti-petroleumterroristenwet' wordt genoemd, geeft ruimere bevoegdheden aan politie- en inlichtingendiensten, maakt het mogelijk gegevensbestanden van burgers te koppelen en biedt ruimte vanwege staatsveiligheid 'verdachte praktijken' te criminaliseren. Zo kon het gebeuren dat samenwerkende milieuorganisaties die zich verzetten tegen de zeer vervuilend teerolieproductie en -transport vanuit Alberta, vorig jaar werden verdacht van 'spionagepraktijken tegen de Canadese overheid'. De nieuwe premier Justin Trudeau toont zich gevoelig voor de aanhoudende protesten van de milieubeweging en heeft beloofd de wet te herzien.

Staatsgevaarlijk

Vooral milieu- en dierenactivisten hebben last van strengere anti-terreurwetgeving. Niet alleen gangbare praktijken als het saboteren van oliepijpleidingen, het vernielen van dierenhokken of het vastketenen aan bedrijfseigendommen, maar ook het bekritiseren van regeringsbeleid door activisme en lobbywerk kunnen onder de nieuwe wetten als 'staatsondermijnende activiteit' worden beschouwd. 'Lobbyisten worden navenant als 'terroristen' vervolgd en bestraft. Zelfs in landen als de VS en het Verenigd Koninkrijk dreigt 'eco- terrorisme' zo de grootste binnenlandse dreiging te worden', waarschuwt Donald Pols, directeur van Milieudefensie.

In landen als India of Ethiopië worden burgerprotesten met harde hand neergeslagen. Maar vaak vindt tegenwerking door de regering subtieler plaats. Zo worden medewerkers van maatschappelijke organisaties bijvoorbeeld gedwarsboomd door hen visa te weigeren of door ze te intimideren. Een veelvoorkomende tactiek is het opwerpen van administratieve verplichtingen en het opleggen van disproportionele straffen als organisaties zich daar niet aan houden.

'Vrijwel overal ter wereld worden protestorganisaties monddood gemaakt door hen te overladen met zo veel registratie- en verantwoordingsverplichtingen dat zij niet meer toekomen aan hun missie', zegt Sriskandarajah. 'Dat gebeurt wereldwijd: in India, Zuid-Amerika, maar zelfs ook in een land als Canada bij de protesten tegen oliebedrijven.' In de wereldwijde jacht om grond- en delfstoffen zie je overal dat het tegengeluid van burgers wordt 'uitgeschakeld' als het zakelijke of politieke belangen in de weg staat, constateert hij.

In fragiele staten als Zuid-Soedan, Somalië en de Democratische Republiek Congo lopen organisaties aan tegen nieuwe wetgeving die hun recht tot vereniging beperkt of hen afsnijdt van financiële steun van partner- of donororganisaties.

Ook in Rusland, China, India en Ethiopië wordt de geldkraan gebruikt om het maatschappelijk middenveld uit te schakelen. Het aannemen van buitenlands kapitaal wordt gezien als landverraad of als ongewenste neokoloniale inmenging in staatszaken.

Ethiopië

Milieuorganisaties in Canada lopen aan tegen beperkingen door de verscherpte anti-terreurwet C-51, ingevoerd door de vorige conservatieve regering na de aanslag op het parlement in 2014. Deze wet, die in Canada spottend de 'anti-petroleumterroristenwet' wordt genoemd, geeft ruimere bevoegdheden aan politie- en inlichtingendiensten, maakt het mogelijk gegevensbestanden van burgers te koppelen en biedt ruimte vanwege staatsveiligheid 'verdachte praktijken' te criminaliseren. Zo kon het gebeuren dat samenwerkende milieuorganisaties die zich verzetten tegen de zeer vervuilend teerolieproductie en -transport vanuit Alberta, vorig jaar werden verdacht van 'spionagepraktijken tegen de Canadese overheid'. De nieuwe premier Justin Trudeau toont zich gevoelig voor de aanhoudende protesten van de milieubeweging en heeft beloofd de wet te herzien.

Activiteiten staken

Om die reden lukte het de Nederlandse mensenrechtenorganisatie Hivos afgelopen jaar niet een bankrekening te openen voor een filiaal in India. 'Na jarenlange investeringen was dit een teleurstelling', vertelt woordvoerder Roman Baatenburg. 'We hebben in India een gedegen trackrecord opgebouwd op het gebied van de versterking van rechten voor vrouwen en boeren. Nu moeten we al onze activiteiten in dit land staken.'

Human Rights Watch bracht vorige maand een alarmerend rapport uit - 'Politics of Fear' threatens Rights - , waarin het dezelfde trend signaleert. 'Autoritaire landen zijn bang geworden na de volksopstanden in de Arabische wereld, het paraplu-protest in Hongkong of de opstand in Oekraïne en willen voorkomen dat mensen samenscholen en hun mening naar buiten brengen', schreef directeur Kenneth Roth.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Het 'paraplu-protest' in Hongkong, najaar 2014. Beeld epa

Van een obscuur zaaltje naar volksoproer

Na de Arabische Lente is de geest uit de fles, denkt Sriskandarajah. 'Dankzij sociale media is het nog nooit zo makkelijk geweest om mensen te organiseren en te mobiliseren. Vroeger moest je activisten in een obscuur zaaltje achter in een café bijeen zien te brengen. Nu zien mensen wat ze voor elkaar kunnen krijgen. Denk bijvoorbeeld aan het volksoproer in Istanbul dat ontstond nadat een groepje activisten zich had verzet tegen bebouwing in het Gezi-park. Die burgersuccessen vormen tevens het gevaar waartegen overheden zich willen beveiligen. Voor je het weet heb je immers een revolutie.'

'Het aanpakken van terreur, opstand en radicalisering wordt een vrijbrief om de vrijheid van meningsuiting of van vergadering in te perken', zegt Peter van Sluijs van Cordaid. 'Juist in zwakke staten als Zuid-Soedan die zich al moeilijk verhouden tot het maatschappelijk middenveld, is dit gevaarlijk. Je hebt de dialoog met het middenveld juist nodig om je als land te kunnen ontwikkelen tot een stabiele staat. Doe je dat niet dan bekruipt het gevoel dat de politieke machthebber een deel van de burgers de mond wil snoeren.'

In Israël is activist een buitenlandse spion

Zijn vader werd als kritische studentenleider in Polen ten tijde van het communistische bewind zwart gemaakt als buitenlandse agent. Hetzelfde dreigt nu Michael Sfard te overkomen in Israël, dat zich graag afficheert als de enige democratie en rechtsstaat in de wijde omgeving.

'Het is vernederend', zegt de mensenrechtenadvocaat Sfard over de strenge wetgeving die in de maak is. De organisaties voor wie hij werkt, worden door de regering-Netanyahu aangeduid als 'agenten van buitenlandse regeringen'. Sfard: 'Alsof we aan de leiband lopen van vreemde mogendheden. In feite zegt de regering: jullie zijn landverraders.'

De wet verplicht Israëlische mensenrechten- en vredesorganisaties in elke publicatie en in contacten met overheidsfunctionarissen kenbaar te maken van welke landen ze geld ontvangen. Particuliere donaties vanuit het buitenland blijven buiten beeld. Zo kunnen organisaties van kolonisten privaat geld ontvangen - wat vaak gebeurt - zonder zich te verantwoorden.

'Immorele bezetting'

Sfard is juridische adviseur van organisaties als Breaking the Silence, die onder meer Nederlands overheidsgeld ontvangen. Breaking the Silence bestaat uit voormalige gevechtssoldaten die zich keren tegen de in hun ogen 'immorele bezetting' van de Palestijnse gebieden. Volgens mede-oprichter Yehuda Shaul is de wet een voorwendsel 'om ons voortbestaan onmogelijk te maken'.

Organisaties als de zijne moeten onder de huidige wetgeving al uitgebreid verantwoording afleggen aan de Israëlische overheid over hun inkomsten. Shaul: 'Het wetgevingsproces gaat gepaard met een lastercampagne tegen ons die tot in de hoogste politieke regionen wordt gevoerd.'

Minister van Onderwijs Naftali Bennett, lid van de ultranationalistische partij Joods Huis, heeft scholen gemaand geen leden van Breaking the Silence meer uit te nodiging voor lezingen, discussies of bezoeken aan de Palestijnse gebieden. 'Hij raakt daarmee de kern van ons werk. We krijgen jaarlijks honderden uitnodigingen. Gelukkig komen die nog steeds binnen.'

Archieffoto van de constructie van Modiin Illit, een joodse nederzetting op de West Bank (2011). Beeld ap

Ontmaskerd

Al dan niet op instigatie van de overheid hebben infiltranten geprobeerd zich in Breaking the Silence te nestelen. Enkelen zijn ontmaskerd. 'Ze wilden valse getuigenissen afleggen om ons in diskrediet te brengen.' Met geheime camera's werden bijeenkomsten van Breaking the Silence vastgelegd, in de hoop dat illegale activiteiten aan het licht zouden komen.

Shaul spreekt over Stasi-praktijken - een verwijzing naar de geheime dienst van de vroegere DDR. 'Het doel is ons angst in te boezemen en onderling wantrouwen te creëren.' De VS en de EU hebben zich negatief uitgelaten over de 'transparantiewetgeving' die in eerste aanleg al door de Knesset, het parlement, is aanvaard. De Amerikaanse ambassadeur in Tel Aviv, Daniel Shapiro, zette de diplomatiek ongebruikelijk stap om een kritische verklaring uit te geven. Daarin pleitte hij voor bescherming van de vrijheid van meningsuiting.

Volgens Sfard en Shaul gaat het, ondanks de internationale kritiek, van kwaad tot erger. Mensenrechtenadvocaat Sfard is ervan overtuigd dat de omstreden wetgeving slechts 'een eerste stap is'. Hij verwijst naar Rusland waar organisaties als buitenlandse agenten werden gebrandmerkt, waarna hun geldstromen opdroogden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.