Terreurdienst verlaagt dreigingsniveau in België, militairen uit straatbeeld

De Belgische antiterreurdienst OCAD heeft maandag beslist het algemene dreigingsniveau in België te verlagen van niveau 3 ('ernstig') naar 2 ('gemiddeld'). Daarmee komt er een eind aan ruim twee jaar aanwezigheid van militairen in het Belgische straatbeeld. 'Operatie Homeland', zoals de binnenlandse opdracht wordt genoemd, kostte België 140 miljoen euro en kreeg gemengde reacties.

Een Belgische militair in Brussel. Foto anp

Het OCAD (Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse) verlaagde het dreigingsniveau omdat het de kans op een aanslag 'weinig waarschijnlijk' acht. Dat komt door de implosie van terreurorganisatie IS in Irak en Syrië, en door het uitblijven van de massale terugkeer van Syriëstrijders. De afgelopen jaren kregen de Belgische politie en justitie bovendien meer middelen om terreur te voorkomen.

Uit het straatbeeld

Op specifieke plaatsen, zoals de Amerikaanse ambassade in Brussel of joodse wijken in Antwerpen, blijft dreigingsniveau 3 voorlopig wel van kracht. Ook houden bepaalde bedrijven, zoals de Brusselse metro, zelf extra veiligheidsmaatregelen aan. Maar de meeste militairen verdwijnen uit het straatbeeld, net als de extra bewaking bij politiekantoren en controles bij grote evenementen.

Niveau 3, het op een na hoogste dreigingsniveau, was in België onafgebroken van kracht sinds de aanslagen in Parijs van november 2015. Ook begin 2015, na het oprollen van een terreurcel in Verviers, gold maandenlang niveau 3. Na de aanslagen in Brussel van maart 2016 werd zelfs even niveau 4 ingevoerd. Met niveau 2 keert België nu terug naar de toestand sinds de aanslagen van 11 september 2001.

Saai werk

De ontplooiing van zwaarbewapende soldaten in Belgische straten en openbare gebouwen stootte aanvankelijk op veel scepsis, maar is na ruim twee jaar aanvaard onder een meerderheid van de Belgen. Eind 2017 gaf 64 procent van de Vlamingen aan de militaire patrouilles te willen behouden, aldus een peiling van De Standaard en VRT.

Maar binnen het leger zelf groeide de onvrede over de lange duur van de binnenlandse operatie. Ondanks flinke premies klaagden veel soldaten over het saaie werk en de verminderde trainingsuren voor vaardigheden voor buitenlandse missies. 'We hebben voor het leger gekozen voor het avontuur, niet om in het station het informatiepunt te vervangen', aldus een militair in Het Nieuwsblad.

Hoge kosten

Ook gemeentebesturen en organisatoren van evenementen morden af en toe over het hoge kostplaatje van de extra veiligheidsmaatregelen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken benadrukte al die tijd dat het OCAD een onafhankelijke inschatting maakt over de terreurdreiging, los van financiële overwegingen.

Veel veiligheidsspecialisten vragen zich af of de binnenlandse legerinzet enig nut heeft gehad. De militairen op straat konden de aanslag van maart 2016 niet verhinderen. In juni 2017 schakelden soldaten in station Brussel-Centraal wel een aanslagpleger uit, maar pas nadat zijn bom ontplofte. Volgens sommige onderzoekers hebben de militairen een ontradend effect op potentiële aanvallers, maar volgens anderen zijn er vooral voor de perceptie.

Foto anp