Terreurbestendig economisch beleid (2)

Vermeends gelijk...

Frank Kalshoven

'Het is irritant dat de discussie wordt vervuild met deze nietszeggende cijfers. We hebben onze looneis van maximaal 4 procent voor 2002 gebaseerd op de Miljoenennota en daar blijven we bij totdat er nieuwe CPB-cijfers zijn.'

Aldus een zegsman van de vakcentrale FNV wiens ergernis werd opgewekt door een notitie van minister van Sociale Zaken Willem Vermeend over de zorgelijke ontwikkelingen in de Nederlandse economie sinds begin augustus. Vermeend voorziet een conjuncturele dip en stelt voor 'de remweg van de economie te bekorten' door de lonen te matigen. Maar de FNV verkeert nog in de ontkenningsfase. Als we de eerste journalistieke analyses moeten geloven, is dat maar goed ook. 'Vermeend heeft op eigen houtje een beetje zitten spelen met de cijfers', lazen de klanten van NRC Handelsblad in een badinerend artikel. Volgens de Volkskrant was Vermeend 'aan het hobbyen geslagen met een rekenmachine'. Vakbondsleiders en journalisten wachten eendrachtig op 'echte, harde berekeningen, liefst van het CPB'. Deze reacties getuigen zowel van een te groot vertrouwen in de hardheid van berekeningen van het CPB als van een te gering vertrouwen in eigen denkwerk. De achterkant van een sigarenkistje is vaak groot genoeg voor het noteren van de hoofdlijnen van een probleem. De kern bestaat uit twee vragen. Eén: duikelt de economische groei in Nederland omlaag en zal de werkloosheid oplopen? Antwoord: ja. Twee: is het verstandig om lonen te matigen? Antwoord: andermaal ja. Vermeend is in zijn notitie, geschreven voor overleg met vakcentrales en werkgeversclubs, nog wel iets specifieker. Terwijl het Centraal Planbureau in zijn op Prinsjesdag gepubliceerde Macro Economische Verkenningen uitkomt op 2 procent economische groei dit én volgend jaar, beredeneert Vermeend een groeiverwachting van 1,7 procent dit jaar, en rond de 1 procent volgend jaar.

Dat gaat zo.

Het econometrisch model van het CPB beschrijft op hoofdlijnen de verbanden in de Nederlandse economie in hun onderlinge samenhang. Hoe een toename in het inkomen de consumptie beïnvloedt. Hoe een afname van de werkgelegenheid de overheidsuitgaven doet stijgen. Hoe een toename van de wereldhandel de bedrijvigheid in Nederland stimuleert. Enzovoort. Al deze verbanden, én hun onderlinge samenhang, staan beschreven in een stelsel wiskundige vergelijkingen, waarbij de parameters zijn afgeleid uit de ontwikkeling die de Nederlandse economie de afgelopen decennia feitelijk heeft doorgemaakt. Met zo'n model kun je twee aardige dingen doen. Ten eerste kun je er de toekomst mee inkijken. De toekomstvoorspeller van dienst begint met het maken van veronderstellingen over de ontwikkeling van grootheden die zich buiten het model afspelen. Denk aan de olieprijs, de koers van de dollar, de groei van de wereldhandel. Gegeven deze veronderstellingen, spuugt het model voorspellingen uit voor zaken als de economische groei, de werkgelegenheid, de inflatie. Deze voorspellingen zijn uiteraard omgeven door onzekerheid, zowel omdat het model niet perfect is als omdat de omgevingsfactoren zich anders kunnen ontwikkelen dan werd verondersteld.

De 'echte, harde' berekeningen waarom nu door journalisten en de FNV wordt gevraagd, bestaan uit het invoeren van nieuwe omgevingsfactoren en het eventueel, indachtig het oude adagium dat modelmakers beter voorspellen dan modellen, handmatig bijstellen van de uitkomsten.

Vermeend heeft gebruik gemaakt van de tweede aardige eigenschap van econometrische modellen. Je kunt er 'spoorboekjes' mee maken. Dat doe je zo. Stap één: kies een verzameling aannemelijke omgevingsgetallen. Stap twee: laat het model uitrekenen hoe hoog de economische groei dan is, de werkloosheid, enzovoort. Stap drie: verander één omgevingsgetal, laat bijvoorbeeld de olieprijs met 10 procent dalen. Stap 4: zet het model andermaal aan het werk. Stap vijf: vergelijk de uitkomsten. Het verschil is niets anders dan het geïsoleerde effect van een olieprijsdaling met 10 procent op de Nederlandse economie. Stap zes: herhaal stap 3 tot en met stap 5 met steeds een andere omgevingsfactor. Stap zeven: zet de uitkomsten op eén A4-tje en verspreid dit voortaan niet alleen onder beleidsambtenaren, maar ook onder vakbondslieden en journalisten. Want je kunt met deze spoorboekjes in tijden van nood lekker snel inzicht krijgen in de orde van grootte van economische effecten.

Vermeend doet in zijn notitie weinig anders dan het laten rijden van drie treintjes vanuit het station van de Macro Economische Verkenningen (MEV). Treintje 1 (lagere groei in de Verenigde Staten) leidt in 2002 tot een daling van de economische groei met 0,4 procent ten opzichte van de MEV. Treintje 2 (daling beurskoersen) knijpt 0,3 procent af van de groei. Treintje 3 (lagere dollarkoers) nog eens 0,2 procent. Opgeteld: 2 procent minus 0,9 procent is 1,1 procent groei in 2002. De werkloosheid neemt ten opzichte van de MEV toe met dertigduizend mensen, waardoor het totaal uitkomt op zeventigduizend.

En de enige vragen die hierover te stellen zijn luiden: is het aannemelijk dat deze treinen gaan rijden? Antwoord: ja. En: mogen de effecten in dit geval domweg bij elkaar worden opgeteld. Antwoord: praktisch gezien wel hoor. En omdat Vermeend een aantal negatieve effecten buiten beschouwing heeft gelaten (vernietiging van pensioenvermogen; het dichtdraaien door de banken van de hypotheekkraan) vrees ik dat de groei nog wel verder kan wegzakken.

'Nietszeggende cijfers', vindt de FNV-woordvoerder.

Als FNV-baas Lodewijk de Waal zijn kop nou even uit het zand haalt, kan ik volgende week een poging doen hem uit te leggen waarom hij zijn looneisen matigen moet. Het praat zo ongemakkelijk tegen een struisvogelkont.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden