Terrasje

De Nederlandse horeca, je went er aan. Zo ga ik bijvoorbeeld nooit met een lege maag naar een restaurant. Regelmatig hoor ik mezelf tegen mijn kinderen zeggen: 'Jongens! We gaan zo uit eten! Neem even snel een boterham!'

Het heeft ook voordelen, die trage bediening. Zo is het bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk om je te bezatten of te overeten op een grootsteeds terras. Inderdaad, Amsterdammers zien er door dit afknijpbeleid een stuk slanker en aantrekkelijker uit dan bijvoorbeeld de meeste Amerikanen. Niet alleen vanwege de geringe toevoer van spijs en drank, maar ook door de bijkomende lichaamsbeweging. Probeer eerst maar eens een leeg tafeltje te vinden. Drentel zenuwachtig rond bij een gezelschap dat lang aan de koffie zit, tot ze opsodemieteren. Ga zitten, en wring vervolgens langdurig het bovenlichaam in ingewikkelde bochten bij het speuren naar een ober. Dan volgt het zwaaien met één arm. Zwaaien met béide armen. Opstaan en achter de ober aanrennen, die in de spelonken van het betreffende etablissement een goed heenkomen zoekt. Druk ten slotte de spartelende ober tegen de grond en houd hem met het hele gezin stevig vast tot hij de bestelling heeft opgeschreven. Herhaal dit alles nog een paar keer: bij het bestellen van een extra glas wijn, vragen waar het eten blijft, klagen dat het verkéérde gebracht is, en het betalen van de rekening. Ja, het went, en als doorgewinterde horecaganger heb ik altijd een flesje wijn en wat kaas gereed staan, om na thuiskomst het uitgeputte lichaam nog wat bij te voeden.

Niks aan de hand dus, maar voor toeristen ligt dat anders. Vrijwel dagelijks zie ik die stakkers de mist in gaan. Gisteren zat ik op een niet nader te noemen terras in het park naast twee Franse oude meisjes: sjieke, tengere wezens, met van die korte kapsels die alleen een Parisienne goed staan. 'We gaan lekker iets eten', zei de een vergenoegd tegen de ander. En ja, daar kwam al een jongeman de lege glazen van hun voorgangers weghalen. De dames bestelden terloops soep. 'Nee, ik maak alleen de tafels schoon', zei hij. Een kwartier later kwam een meisje mijn (lauwe) koffie brengen. De dames probeerden het andermaal, nu wat dringender, maar nee: 'Ik breng alleen de bestellingen, mijn collega komt zo bij u'. Een derde ober, véél later, sprak de legendarische woorden: 'Het is te vroeg voor soep.'

Sprakeloos keken de dames elkaar aan, stonden op, en vertrokken in de richting van dat ándere cafe in het park. Daar, weet ik uit ondervinding, krijg je alléén iets te drinken als je bereid bent twee steile trappen naar boven te lopen en in een oververhitte gelagkamer langdurig in de rij te staan. Eten krijg je er al helemáál niet. Arme Françaises. Weer een half uur later zag ik ze tegenover het terras onwennig in het gras gaan zitten, op hun uitgespreide vestjes. Met kennelijke afkeer knabbelden ze aan een hotdog. Zo'n vieze, dure, kleffe hotdog van een oplichterskraampje. Ze voerden een drukke conversatie met veel verontwaardigde handgebaren. Gelukkig kon ik het niet verstaan.

Ik ging naar huis, om te lunchen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden