Column

Terloops vermeldt Sacks een 35-jarig celibaat

Oliver Sacks.Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

Ik was 20, een luie, arme, cynische student, de belichaming van wat later zo treffend 'de zesjescultuur' zou gaan heten, toen een even merkwaardig als briljant boek mij op de gedachte bracht dat het bedrijven van wetenschap ook léúk kon zijn. Dat boek was The man who mistook his wife for a hat.

Oliver Sacks, inmiddels niet alleen wereldberoemd maar ook dood, beschreef de heerlijkste case histories van neuropathologische patiënten: mensen met ingewikkelde tics en dwangneuroses, mensen die nog wel meesterlijk konden schaken maar hun vrouw niet herkenden, of het gevoel hadden dat hun linkerbeen iemand ánders toebehoorde, mensen die in het dagelijks leven als diep achterlijk werden bestempeld maar wél uit hun hoofd meticuleus een hele stad konden natekenen of alle priemgetallen omgekeerd opzeggen, mensen die na toediening van een wonderbaarlijk maar gevaarlijk paardenmiddel (L-dopa) uit een halve eeuw post-encefalitische bezwijming ontwaakten, en hoe.

Sacks schreef die, stuk voor stuk bijna ongelooflijke, verhalen in elegant, helder proza; ja, het was aapjes kijken, maar wél aapjes kijken voor nette mensen. Wees eerlijk, wie is er nou niet gefascineerd door het syndroom van Gilles de la Tourette? Hij verdiepte zich bovendien werkelijk in zijn patiënten, niet alleen in het ziektebeeld, maar ook in hun vaak gecompliceerde en fascinerende achtergronden.

Net als bij Freud (met zijn krankzinnige droomduidingen, 'gehn Italien', 'a-liquis', dat werk) kreeg ik bij hem wel vaak het gevoel dat hij de feiten hier en daar naar zijn hand zette, maar net als bij Freud kon me dat niets schelen. Je moet een goed verhaal niet kapot checken, wel? En evengoed liep het meestal tragisch af, dat was natuurlijk mooi meegenomen.

Sacks leek me een aardige, geheel vergeestelijkte man. Hij zag eruit als een goedhartige rabbi, met zijn vriendelijk toegeknepen oogjes en zijn baard, en uit zijn verhalen kwam hij zelf - op bescheiden wijze - tevoorschijn als iemand met een mild hart. Van enig persoonlijk leven, liefde en zo, leek geen sprake, alles draaide voor hem om de wetenschap, zoals dat hoort bij échte geleerden, net als bijvoorbeeld Professor Zonnebloem.

Maar toen Sacks al bijna dood was, schreef hij een héél ander boek, een autobiografie, On the move. Alleen al de foto op het omslag deed mijn onderkaak op tafel zakken: een jonge, knappe, ja, we kunnen gerust zeggen geile jongen in leer en spijkergoed op een ook al zo opwindende motorfiets. Dat was een jeugdfoto van hemzelf!

Beeld .

Met rode oortjes begon ik te lezen. Nee, een vrolijk verhaal was het niet. Een combinatie van verlegenheid en rusteloze energie geeft een hoop gedoe, vooral gecombineerd met een liefde voor snelle voertuigen en de 'lege extase' van amfetaminen.

'Was je maar nooit geboren', zegt Sacks' moeder als hij zijn homoseksualiteit opbiecht. Zijn iets (maar niet veel) begripvollere broer stuurt hem naar een prostituee die meteen doorheeft wat voor vlees ze in de kuip heeft: in plaats van neuken wordt het thee drinken, met petitfourtjes erbij. Later, in Amsterdam nota bene, zal Sacks stomdronken seks hebben met een wildvreemde man, maar ook dat levert niet de gehoopte doorbraak op. Bijna terloops vermeldt hij in het boek een 35-jarig celibaat. Arme, brave Sacks. Pas op zijn oude dag wordt het nog wat met de liefde. Maar wat geeft het? Er zijn een heleboel fijne boeken van gekomen, en daar gaat het toch maar om.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden