Ter bedevaart per fiets

Struikrovers, pelgrims, relieken, missen in de open lucht. In Laren mag, als enige plaats benoorden de rivieren, een openbare processie worden gehouden, zo bepaalden de Fransen....

De Sint-Jansbasiliek in Laren is uitstekend geschikt om 95 stellingen tegenaan te slaan. In zijn nieuwe boek Bedevaartenroute - op de fiets van Egmond naar Echternach herinnert wereldtrapper Bert Sitters aan de augustijner monnik Maarten Luther die in 1517 op het roomse bastion van Wittenburg zijn afkeer van een aantal praktijken in de katholieke kerk kenbaar maakte.

Anno 2002 had Luther ook de basiliek in Laren tot mikpunt van zijn woede kunnen maken. Op een zondag in juni is deze kerk nog altijd het startpunt van de Sint-Jansprocessie waarvan het ontstaan in tegenstelling tot de met legendevorming omgeven verering van de heilige niet in nevelen is gehuld.

De legendes zijn te smakelijk om achteloos aan voorbij te gaan. De auteur van historische pelgrimstochten in Nederland, België en Luxemburg schrijft in de etappe van Amsterdam naar Rhenen zijn fietsende volgelingen naar de basiliek toe en laat hen in Laren een groot deel van de processieroute afleggen. Dan hebben ze ook recht om te weten waarom ze naar het Sint-Janskerkhof en de Sint-Jansstraat worden geleid. Sitters geeft hun die uitleg.

Laren, althans de streek waarin de legendes zijn gesitueerd, was geen beste plek om doorheen te trekken. Struikrovers vermoordden in de negende eeuw een pelgrim die uit het Heilige Land met de relieken van Sint Jan was teruggekeerd. Een schaapherder vond het lijk en de relikwieën en kwam er snel achter dat met de relieken iets mis was. Muurvast in de grond zaten ze. Totdat iemand op het idee kwam ter plekke een mis op te dragen. De relieken schoten los en de pelgrim, per slot van rekening het slachtoffer, werd op een nieuw kerkhof begraven. Zo ging dat in die tijd.

Naast de kleine kapel van het Sint-Janskerkhof in Laren staat een beeld van een fors heerschap: Sint Jan zelf, schaap aan zijn voeten, een staf in zijn rechterhand en boven zijn hoofd een afdakje in de vorm van een schelp. Door de gebrandschilderde ramen werpt de zon een mystiek licht op de heilige die, schamel gekleed, enigszins hulpeloos op de graven neerkijkt.

Via een tunneltje en de Hilversumse weg bereikt de fietsende volgeling van Sitters de Sint-Jansstraat, onderdeel van de historische processieroute die stamt uit de Franse tijd en die voldoet aan artikel 167 uit de grondwet van 1848 waardoor Laren de enige plaats boven de grote rivieren is waar de openbare weg voor een processie mag worden gebruikt. (Laren kende al stille omgangen in de zeventiende en achttiende eeuw; tijdens de reformatie is dit deel van het Gooi katholiek gebleven)

Tegenwoordig is de Sint-Jansstraat een lang lint van eigentijds woongenot die naar de basiliek aan de mondaine Brink leidt, waar meer dan voldoende kapitaal rondrijdt om een oude roomskatholieke praktijk nieuw leven in te blazen: het afkopen van aflaten die onder andere met een bedevaart waren te verdienen. Met die aflaten kon de wachttijd voor opname in het paradijs worden bekort. Luther gruwde ervan en kwam in opstand. Met de basiliek in Laren had hij ook wel raad geweten.

De keuze voor de tweede - lengte 94,2 kilometer - van de negen etappes uit Bedevaartroute is niet toevallig, zoals ook de selectie van Weesp op vijftien kilometer van Amsterdam een bewuste is. Midden-Nederland is karig bedeeld met oude bedevaartroutes en het station van Weesp is voor een fietser die Amsterdam wil mijden een uitstekend vertrekpunt. Na een paar honderd meter duikt hij via de dubbele ophaalbrug over de Vecht de stilte in, althans als het loeien van een krachtige zuidwester ook als een vorm van het voor pelgrims devoter klinkende silentium mag worden beschouwd.

Enkele kilometers verder, in het natuurgebied Naardermeer, breekt Radio 10 door de zuidwester. Nederlands popgeweld begeleidt herstelwerkzaamheden aan een ophaalbrug, tot genoegen van vijf scholieren die rood aangelopen tegen de wind in stoempen. Voorbij landgoed Bantam waarvan de naam doet denken aan de Verenigde Oostindische Compagnie voldoet één cijfer van een paddestoel niet aan de routebeschrijving van Sitters. Het zou het enige foutje blijken op een traject van ruim tachtig kilometer.

Bos en hei wisselen elkaar af tot Amersfoort. Op dit gedeelte van de route wemelt het van uitspanningen, waarvan Pannenkoekenrestaurant Bosrand in Lage Vuursche voor een doordeweekse dag in dit jaargetijde een opmerkelijke hoge bezettingsgraad kent.

'Politiehondendressuurvereniging Ons Genoegen' geeft niet thuis. Fietsers en opvallend veel trimmers hebben ook niets te duchten van overvliegende golfballen aangezien er geen golfer is te bekennen op het schitterende terrein aan weerszijden van het fietspad. Een onooglijk bruggetje herinnert aan 'G.S. van Voorst, bestuurslid Gooi- en Eemland 1931 - 1974'.

In Amersfoort slaat de twijfel toe. Moet voldoende tijd worden uitgetrokken voor een rondgang door een van de mooiste binnensteden van Nederland of volgen we de aanwijzingen van Sitters en beperken we ons tot de Onze-Lieve-Vrouwetoren en enkele andere gebouwen die van belang waren voor vroegere bedevaartgangers? De kerk die ooit fungeerde als munitieopslagplaats en vervolgens explodeerde houdt ons op de route.

Vijf kilometer later, op het Jaagpad langs het Valleikanaal, wordt duidelijk dat voor Amersfoort meer tijd had moeten worden uitgetrokken. De dertien kilometer lange tocht langs een belangrijk deel van de Grebbelinie biedt indrukwekkende schootsvelden, maar die blijken bij storm tegen minder leuk. Voorrangskruisingen en bunkers onderbreken de eentonigheid. De bossen bij Amerongen brengen beschutting en voor je het weet, fiets je op het tracé van de vroegere Cuneraprocessie vanuit Rhenen.

Cunera, zo wil het verhaal, was een prinses van de Orkney Eilanden. Als enige van liefst elfduizend (!) maagden overleefde zij rond 400 op de terugweg van een pelgrimage naar Rome ter hoogte van Rhenen een bloedbad van Rijnpiraten. Koning Radbout van Rhenen nam haar liefdevol op, tot ongenoegen van zijn echtenote die met hulp van haar kamenierster de populaire Cunera wurgde. In de veertiende eeuw beleefde de Cuneraverening haar hoogtepunt.

Bij de Cunera(toren)kerk eindigt de etappe. Vanaf de Nederrijn domineert de 84 meter hoge toren de omgeving, maar in de stilte-enclave achter de belangrijkste winkelstraat van Rhenen lijkt hij in zijn isolement te verschrompelen. Schuin onder de beeltenis van de heilige Cunera hangt een bord van de 'Hervormde gemeente - wijkdeel rond de Cunera'. Oecumenische ironie die pas vele eeuwen na Luther zijn intrede deed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden