Tentoonstelling Willem van Althuis' serie Laaxum

Bij de kleurrijk grijze vishokjes uit Laaxum van Willem van Althuis zie je ineens Morandi opdoemen.

In 2009 maakte de Werkgroep Cultuurhistorisch Erfgoed Warns Skarl Laaxum bekend dat met spoed moet worden begonnen aan de restauratie van de meer dan 90 jaar oude visafslag van Laaxum, een buurtschap aan de oever van het IJsselmeer in het zuidwesten van Friesland. De zoutloods annex visafslag, beter bekend als de Hang, is in verval. Met de opknapbeurt is ruim 100 duizend euro gemoeid. De schuur moet een visserij- en streekmuseum worden.

De burgemeester van het nabijgelegen Warns was in 2009 blij met de inspanningen voor het behoud van het vishok.

Ik ging naar Laaxum om de Hang te zien. Het was op een vrijdagavond. Laaxum bestaat uit een boerenhuisje of tien. Friesland kent nog lege plekken; misschien is het in Laaxum wel het leegst. Het vishokje lijkt er te zijn weggemoffeld. De schuur is voorzien van stutbalken die op hun beurt ook hun beste tijd lijken te hebben gehad. De dakpannen, nog te zien op foto's uit 2009, zijn verdwenen. Al met al een klein wonder dat het nog niet is ingestort.

Een belangrijk argument voor het behoud van het vishokje bleef door de Werkgroep ongenoemd. Het is vele malen geschilderd door de Friese grootmeester Willem van Althuis (1926-2005), in schilderijen van telkens hetzelfde formaat, 24 bij 30 centimeter. Veertien schilderijen van Laaxum zijn nu te zien op de oeuvre-tentoonstelling van Van Althuis in Museum Belvédère in Heerenveen. Ze hangen op rij in het linker uiteinde van de grijze, gestrenge rechthoek die Belvédère is. Als de Werkgroep uit Laaxum geen resultaat boekt en wanneer het zieltogende gebouwtje tegen de vlakte gaat, knapt de streng tussen Van Althuis' Laaxumreeks en de Friese werkelijkheid die de grondstof vormde voor het figuratieve deel van zijn oeuvre. Dan worden de Laaxum-doeken historiestukken.

Bij het zien van die veertien Laaxum werken was het alsof twee kunstenaars ineenschoven: Morandi en Van Althuis.

Kort tevoren had ik 'Morandi. Retrospectieve' gezien in Bozar in Brussel. Giorgio Morandi begon zijn carrière met een zelfportret, schilderde enige tijd sober ogende landschappen niet ver van de plek - Bologna - waar hij woonde en ging vervolgens voor de rest van zijn leven zijn atelier in waar hij op een kleine tafel kannen, kruiken, doosjes en potjes groepeerde en hergroepeerde en in de loop van enkele decennia een reeks op het eerste gezicht vrijwel identieke stillevens maakte, in een vage, 'mistig' te noemen tonaliteit.

De stillevenschilder Morandi had zijn vazen en kruiken, de horizon- en leegteschilder Willem van Althuis had Laaxum. Of de veenmoerassen van De Deelen. Of het bruggetje over de Linde. Of een kleine groep bomen, in de mist. Of het station in Dronrijp. Of een zuurkoolpakhuis.

Deze opsomming klinkt weidser dan de opsomming van de flesjes en kruiken in het atelier van Morandi, maar in essentie stemt de blik van beide kunstenaars overeen: zij keken naar datgene waar de meesten onder ons misschien in het voorbijgaan even de blik aan zouden hechten, terwijl deze beide kunstenaars zich, met een niet af te buigen volharding, op juist díé elementen uit de werkelijkheid die weinig langdurige blikken op zich weten gevestigd. Bij Morandi: de textuur van de voorwerpen op het stilleven. De naar binnen gerichte spanning van de bijna-identieke ordeningen. Als op die tafel die potten en flesjes slechts minimale veranderingen ondergaan na een nét even andere opstelling, dan heeft dat binnen het oeuvre van Morandi een aardschok tot gevolg. Morandi registreerde deze aardschokken - de aardschok die plaatsvindt aan de binnenkant der dingen zodra er van buitenaf een bijna onmerkbare verandering wordt aangebracht.

Van Althuis registreerde, in zijn portrettering van het vishokje van Laaxum, een ander soort aardschok: die van het nauwelijks merkbaar verschieten van neveltinten. Op ieder schilderij van het vishuisje staat het gebouwtje te trillen in het niets, soms verschietend van in zichzelf gekeerd grijs naar een dauwig blauw, soms in schijnbare winterkleuren van pasgevallen sneeuw - maar altijd baadt het huisje, even fier als teer vanwege het totale isolement, in een gedempt licht dat wordt verspreid door allesverwarmend grijs. Warm, want Van Althuis behoorde tot het soort kunstenaar dat grijs als warmtebron op het doek kan krijgen.

Dat komt door het bij uitstek kleurrijke grijs. Letterijk kleurrijk, want in de begeleidende monografie over Van Althuis, secuur geschreven door Belvédère-curator Susan van den Berg, kon ik terugvinden met wat voor sóórt grijs Van Althuis werkte. Zeker niet het ongemengde grijs, dat was taboe. Evenmin door zwart en wit te mengen - zo eenvoudig mocht het niet van de kunstenaar. Het grijs bij Van Althuis onstond door het mengen van primaire kleuren, in het bijzonder kraplak rood, ultramarijn blauw en okergeel en dat dan in schier oneindig gevarieerde doseringen van die kleuren, want ja, het schemerlicht rondom het huisje in Laaxum kende tenslotte ook oneindig veel grijsvariaties.

Wie denkt dat grijs de afwezigheid van kleur belichaamt, de niet-kleur in persona, moet dit idee bijstellen na het zien van het oeuvre van Van Althuis. Het grijs, als lichtkoepel boven het Friese landschap, toont zich aan ons in talloos veel facetten. Geen nevel is dezelfde; altijd creëert het naar binnen gekeerde licht een net weer even andere tint die het Friese landschap overhuift.

Naast Morandi schiet bij het zien van De Laaxum-reeks de naam van Edward Hopper te binnen. Na de Tweede Wereldoorlog vertrok Van Althuis voor een tijdje naar de VS, om er in New Jersey te werken in de landbouw. Hij voelde zich er ontheemd en keerde terug, per boot, dat was betaalbaar, maar de boottocht duurde wel enkele weken. Je zou willen dat Van Althuis in latere jaren, toen zijn kunstenaarschap eenmaal tot wasdom was gekomen, nog eens terug had kunnen keren naar de VS, om daar Laaxumachtige plekken te bezoeken in Maine, plekken waar Edward Hopper zijn woonhuizen met veranda's vond, waarin hij vervolgens altijd wel een fiere, maar desolate vrouw neerzette. Het is een verleidelijke fantasie: Van Althuis die ooit een tijdreis had kunnen maken naar de landschappen van Hopper. Daar stapt de zwijgzame Friese kunstenaar Hoppers decor van grasland en white fences in. Een vrouw bevindt zich inderdaad op een veranda van een melkwit houten huis. Edward Hopper plaatst de vrouw in een strook hard en streng zonlicht. Hopper en het model schuiven langzaam buiten beeld zodat alleen zo'n huis resteert. De avond valt. Dan durft Van Althuis naderbij te komen. Uit zijn reistas haalt hij nevel uit Friesland tevoorschijn. Zonder problemen meegenomen van huis. Geen invoerrechten betaald - dat hoefde niet. Van Althuis laat de nevel vrij en het huis wordt prompt het zijne. Laaxum heeft ineens een dependance in Maine. Van Althuis ziet het aan, blijft lang dralen, keert ten langen leste terug naar huis . Aan het werk.

In zijn recensie in de Volkskrant van het retrospectief van Morandi in Brussel maakte recensent Stefan Kuiper een treffend onderscheid tussen 'vossen' en 'egels' onder kunstenaars. Wie zijn de vossen? Picasso, Matisse, Toorop, Richter. Ze stropen de wereld af, snuffelen hier en daar, pikken van alles mee. De egels zijn bijvoorbeeld Cézanne, Bonnard, Rothko. Gedreven, monomaan, eenkennig vaak. De egel kent een graad van perfectie die de vos nooit bereikt, aldus Kuiper.

Tot welke categorie zou Van Althuis behoren? De egel natuurlijk, net als Morandi. Hoewel... Een egel kan op verkenningstocht gaan. Je ziet Van Althuis nu en dan uit zijn biotoop stappen. De wereld in. Die wereld was niet groot - het Friese land was zijn wereld - maar tegelijk kantelde binnen dat landschap het hele universum dwars naar binnen. Van Althuis is de egel die nu en dan de stekels introk en voorzichtig, in broze vermomming van de vos, uit snuffelen ging. Helemaal naar Laaxum dat overval ver vandaan ligt, ook als je in Heerenveen woont. Daar draalde de kunstenaar bij de Hang, peilend, wachtend op iets wat wij zelden te zien krijgen, maar wél op de Laaxumdoeken: Van Althuis toont de binnenkant van nevel. Je moet tijdelijk vos én egel in je verenigen om die binnenkant op doek te kunnen krijgen.

Joost Zwagerman

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden