InterviewKasim Tekin

Ten onrechte bestempeld als ‘salafistische aanjager’: ‘Wie iets met de islam doet, komt ooit op een verkeerd lijstje’

Kasim Tekin: ‘Toen ik bij het Haga Lyceum ging werken, dacht ik al dat ik als steunbewijs zou worden gebruikt als ze de school ooit in een kwaad daglicht zouden willen stellen.’ Beeld Sébastien Van Malleghem
Kasim Tekin: ‘Toen ik bij het Haga Lyceum ging werken, dacht ik al dat ik als steunbewijs zou worden gebruikt als ze de school ooit in een kwaad daglicht zouden willen stellen.’Beeld Sébastien Van Malleghem

Hoe is het om op basis van een wankel dossier te worden bestempeld als ‘salafistische aanjager’? Geschiedenisdocent Kasim Tekin van het Cornelius Haga Lyceum vertelt erover.

Opgelucht? Ja, opgelucht was Kasim Tekin wel toen hij op 20 januari 2020 de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank las. Daarin stond dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) ‘persoon 1’ ten onrechte had bestempeld als ‘salafistische aanjager’.

‘De analyse over persoon 1’, zo schreven de rechters nadat ze geheime profielen en onderliggende stukken hadden doorgespit, ‘bevat een onvoldoende feitelijke en kenbare onderbouwing voor de conclusie dat persoon 1 antidemocratisch en anti-integratief gedachtengoed uitdraagt.’

En persoon 1, dat was hij.

Kasim Tekin: zoon van een Turks-Koerdische vader en een Nederlandse moeder, geboren in Amsterdam, opgegroeid in Almere, afgestudeerd als historicus, vrijwilliger bij Moslimjongeren Almere en thans werkzaam als geschiedenisleraar bij het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.

Opgelucht dus. Maar blij? Misschien even. Want kort daarna dacht hij: was dit nou allemaal nodig?

Anderhalf jaar verstreken. En nu is de gerechtelijke uitspraak over het dossier dat de NCTV over Tekin aanlegde opnieuw actueel. Want na onthullende stukken van NRC Handelsblad ligt de werkwijze van de dienst onder het vergrootglas.

NRC concludeerde onlangs dat de NCTV in strijd met de wet jarenlang privacygevoelige informatie over burgers heeft verzameld en verspreid. Ook worden belangrijke analyses vaak door slechts één of enkele medewerkers gemaakt. De salafisme-analist en de Turkije-analist zouden volgens bronnen van NRC ‘achter iedere boom een ondermijnende salafist’ zien. Soms trok de salafisme-expert, die het salafisme ‘een levensgevaarlijke bedreiging voor Nederland’ vindt, citaten uit hun context, waardoor ze dreigender klinken.

Tekin (29) sprak er de afgelopen weken over met andere moslims die de NCTV in het vizier nam. Sommigen ondervinden tot op de dag van vandaag problemen en eisen inzage en rectificatie van de profielen die de NCTV over hen verspreidde. ‘Ze hebben op hoog niveau gestudeerd, maar komen moeilijk aan een baan. Ik ken iemand die nu pakketbezorger is. En alleen omdat hij een tussenmanager kende – ook een moslim – die wist dat hij te vertrouwen is.’

Daarom wil Tekin zijn verhaal doen. Hij vindt dat hij moet vertellen wat het voor hemzelf en die anderen betekent om van de ene op de andere dag als ‘salafistische aanjager’ door het leven te gaan.

Maar zin in zo’n interview heeft hij niet. Tot het laatst twijfelde hij of hij moest meewerken. ‘Sta ik wéér met mijn naam in de krant’, zegt hij. ‘En niet omdat ik een lintje heb gekregen, maar vanwege allemaal dingen waarmee ik ten onrechte in verband wordt gebracht. Dat snijdt.’

Het gesprek vindt plaats op een bedrijventerrein in Almere, waar de islamitische jongerenstichting waarvoor Tekin werkzaam is een verdieping huurt. Er staan tientallen stoelen en tafeltjes in corona-opstelling, voor de lessen Arabisch en de koranlessen die ze er geven. In de zithoek serveert Tekin koffie met Turkse zoetigheid, die hij zelf vanwege de ramadan laat staan.

Na een lang gesprek met zijn moeder heeft hij besloten toch uitgebreid met de Volkskrant te praten. ‘De media kunnen kwetsbare mensen helpen wanneer zij tegenover het gezag komen te staan. En dat gebeurt hier. Zijn wij moslim? Ja. Houden we van de Koran? Ja. Maar dat is toch geen reden om mij zo aan te pakken, als een enge man neer te zetten?’

‘Richtinggevende personen’

Voor Kasim Tekin begon alle ellende op 7 maart 2019. Die dag werd directeur Soner Atasoy van het Cornelius Haga Lyceum door de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema op het stadhuis ontboden.

Tekin, werkzaam als geschiedenisdocent op de islamitische school, wachtte met een paar andere docenten en wat ouders in de gebedsruimte van de school op wat komen ging. ‘Nog voordat Atasoy bij zijn auto was’, zegt Tekin, ‘lekte het nieuws uit via de media.’

Hij las op zijn telefoon dat de NCTV de gemeente Amsterdam had gewaarschuwd over het onderwijs op het Haga Lyceum, dat al jaren met de overheid in de clinch lag. ‘Richtinggevende personen’ op de school zouden onder meer onder invloed staan van ‘salafistische aanjagers’, stelden ze in alarmerende brieven.

‘We begonnen te speculeren’, zegt Tekin. ‘Iemand zei: het gaat vast over mij. Iemand anders: jij bent het sowieso. En jij misschien.’

Dat zeiden jullie tegen elkaar?

‘Natuurlijk. We weten dat ze ons in de gaten houden en doen er onderling lacherig over. Zo houden we ons sterk.’

Dus dit kwam niet onverwacht?

‘Iedereen op school had verwacht dat deze kaart een keer zou worden getrokken. Daarom had het ook geen effect op de achterban van het Haga Lyceum. De ouders van onze leerlingen vertrouwen de NCTV en de veiligheidsdienst AIVD niet.’

Waarom niet?

‘Iedereen heeft wel een aardige neef of nicht voor wie de diensten hebben gewaarschuwd, in het openbaar of bij bestuurlijke instanties. We wisten dat dat bij het Haga Lyceum ook een keer zou gebeuren. Want dit is wat ze doen als moslims populair of invloedrijk zijn. Dan volgt wat knip- en plakwerk. En dan trekken ze de terrorismekaart.’

Twee weken na de eerste waarschuwing over het Haga Lyceum kwam NRC Handelsblad met nieuwe informatie. De krant citeerde uit een geheim ambtsbericht dat de AIVD op 15 januari 2019 had opgesteld. Vanwege dat ambtsbericht, dat ook naar de Onderwijsinspectie was gegaan, hadden de gemeente Amsterdam en de NCTV alarm geslagen.

De ‘richtinggevende personen’ bleken directeur-bestuurder Soner Atasoy en zijn broer Son Tekin Atasoy te zijn, die als beleidsmedewerker op de school werkte. De ‘salafistische aanjagers’ waren de omstreden Britse shariageleerde Haitham al-Haddad, twee mannen van wie later bleek dat ze weinig met de school te maken hadden en geschiedenisdocent Kasim Tekin.

Volgens het ambtsbericht was Tekin verbonden aan een ‘salafistische jongerenorganisatie’ en had hij contact met Al-Haddad, die aanwezig was geweest op ‘meerdere heimelijke bijeenkomsten op het Haga Lyceum’. Ook fungeerde Tekin volgens de AIVD ‘als tussenpersoon richting de Nederlandse vertegenwoordiging van Al-Haddad’.

Hoe hoorde u dat u een van de aanjagers was?

‘Ik moest het in NRC lezen.’

Wat dacht u?

‘Het maakte me moedeloos. Alle media schreven erover. Overal stond mijn naam. Het was een zware tijd. Mijn ouders en mijn familie maakten zich zorgen. Mijn gezin leed eronder. We moesten ons verweren tegen alle aantijgingen van de NCTV, die het hele land tegen ons aan het opstoken was. We moesten rechtszaken voorbereiden. En meewerken met de inspectie, die de school binnenstebuiten keerde. We waren aan het opboksen tegen een fout circus.

‘En weet je wat het erge is? Dit is precies waarvoor mijn ouders zo bang waren toen ik me bekeerde tot de islam. Hun grootste zorg was: wat gaat de samenleving zeggen?’

Kasim Tekin werd in 1992 geboren in Amsterdam, als zoon van twee geloven. Zijn moeder groeide in de Achterhoek op als katholiek meisje, en liep op vakantie in Turkije tegen haar grote liefde aan. Eenmaal thuis worstelde ze met haar verliefdheid, vertelt ze. ‘Iedereen zei: een moslim, dat gaat toch niet.’ Behalve haar Indische stiefvader, die in zijn leven al de nodige vooroordelen en discriminatie was tegengekomen. ‘Hij zei: je moet niet naar iemands geloof kijken, je moet naar de mens kijken. Toen ben ik naar de vader van Kasim teruggegaan en we zijn nog steeds samen.’

Toen Kasim jong was, woonde het gezin een paar jaar in de Turkse badplaats Marmaris. Maar na een aardbeving verhuisden ze naar Almere. Zijn vader was een gelovige moslim, maar niet zo’n strenge. Het was vooral zijn moeder die de kinderen wat over haar religie bijbracht. ‘Ik las Kasim als kleine jongen altijd uit de kinderbijbel voor’, zegt ze. ‘Dat vond hij prachtig, ik ook trouwens.’ Maar naar de kerk of moskee gingen ze niet. ‘Wij hebben ze vooral opgevoed met het idee dat je goed moet zijn voor anderen, ze moet behandelen zoals je zelf ook wilt worden behandeld.’

Dat haar zoon door de NCTV is neergezet als iemand die polariseert, gaat haar zeer aan het hart. ‘Hij is zo door het slijk gehaald. Terwijl, als er iemand zachtaardig en tolerant is, is hij het. Kasim accepteert alles en iedereen. Het enige wat hij wil is zijn geloof uitdragen, in de hoop dat iemand er iets aan heeft.’

Hoewel Tekin op de basisschool nog zei dat hij ‘half moslim, half katholiek’ was, deelde de buitenwereld hem geregeld bij de moslims in. Rond zijn 15de begon hij zich pas echt in religie te verdiepen. Toen wilde hij weten of Jezus de zoon van God was, zoals de christenen geloven, of juist niet, zoals de islam zegt. ‘Want één ding wilde ik niet’, zegt hij. ‘naar de hel gaan.’

Wacht. U gelooft dus dat of uw moeder of uw vader naar de hel zal gaan.

‘Ja. Daar maakte mijn vader vroeger nog weleens grappen over. Dat hij na de dood eindelijk rust zou hebben. Maar verder houden ze heel veel van elkaar hoor.’

Wat deed u om die vraag over Jezus te beantwoorden?

‘Bijna een jaar lang las ik de Bijbel en analyses van geleerden die de islam en het christendom vergeleken. Toen ben ik tot de conclusie gekomen dat ik, om volgeling van Jezus te worden, moslim moet worden.’

Een heel rationele zoektocht.

‘Mijn profielwerkstuk voor het vak geschiedenis ging hier ook over. Ik kreeg er een 10 voor. En ik bekeerde me tot de islam. Mijn vier broers zijn me later gevolgd.’

Hoe reageerde uw moeder?

‘Nu steunt ze ons, maar in het begin was het lastig voor haar. Ze heeft thuis de broek aan, dus het was even wennen dat we niet meer luisterden als iets wat ze zei indruiste tegen de islam. En al die regels. Kwam ze thuis met een kip, vonden wij het niet de goede kip, omdat die niet halal was geslacht. En ze vroeg zich af: ben ik slecht, vinden jullie me een slet, omdat ik me niet bedek?

En wat vond uw vader?

‘Die maakte zich ook grote zorgen. Met zo’n baard kun je geen werk vinden, zei hij. Je bent zo slim, je zou dokter kunnen worden. Je hebt allemaal dromen, maar de islam gaat je tegenhouden.’

Daar heeft hij nu dus wel gelijk in gekregen.

‘Ja, maar dat hadden wij als broers al veel eerder door, al lieten we dat nooit merken. Op school en bij sollicitaties ondervonden we problemen. Zeiden ze letterlijk dat ze die baard niet wilden. Of dat we niet konden bidden.’

Ging het ook verder dan dat, dat mensen u als gevaar begonnen te zien?

‘De eerste keer dat ik dat merkte, was toen ik begin 20 was en met de islamitische jongeren in Almere een imam had uitgenodigd, waarover de PVV vragen stelde in de gemeenteraad. We moesten langskomen bij de toenmalige burgemeester, Annemarie Jorritsma.’

Om wat voor sprekers ging het?

‘Verschillende sprekers. Nederlandse, maar ook buitenlandse imams die door het land toerden. Ik ga geen namen noemen.’

Die angst voor vreemde predikers is toch wel te begrijpen? Er waren aanslagen en later uitreizigers. De autoriteiten moesten alert zijn.

‘Natuurlijk. Maar weet je waarop ze gingen letten? Of iemand ineens vaker ging bidden. Of ging meedoen aan de ramadan. Dat zijn gewone dingen die gewone moslims overal ter wereld doen. En die worden dan opeens in een gevaarlijk hoekje geduwd. Dat is zorgwekkend. Vooral bij jongeren die op zoek zijn naar hun eigen identiteit.’

Hoe was dat bij jullie?

‘Ik liep stage op een middelbare school. Na een van de lessen bleek ik 22 oproepen van mijn moeder te hebben gemist. Ik belde haar, ze was hysterisch. Er was politie aan de deur geweest om te vragen waarom al haar zonen met de islam bezig waren. Dat is toch wat? Mijn ouders hebben vijf zonen met een goede opleiding. Best een succesverhaal. Maar ja, ze zijn alle vijf bezig met de islam, dus krijgen mijn ouders geen complimenten, maar politie aan de deur.’

Hoe zouden de autoriteiten het wel moeten aanpakken?

‘Ik zeg niet dat ik precies weet hoe je dat moet doen. Ik heb er wel veel ideeën over, maar dat is een artikel op zich. Het begint ermee dat je islam en moslims niet zo algemeen als probleem moet zien.’

Hij raakte al eerder in opspraak. Eind 2015, in het midden van de vluchtelingencrisis, stuitte GeenStijl op een artikel dat Tekin had geschreven voor een islamitisch blog. Daarin opperde hij dat ‘de verplaatsing van grote groepen moslims (of anderen)’ ook positieve gevolgen kan hebben. Hij verwees naar de vlucht van moslims van Mekka naar Medina, ‘wat uitmondde in de eerste moslimstaat’.

Ook stelde hij zich voor hoe verbaasd moslims in de nadagen van het Ottomaanse Rijk zouden zijn als ze hadden geweten dat ‘de machtscentra van ‘grote vijanden’ van het moslimrijk, hoofdsteden als Amsterdam, Londen, Parijs en Berlijn zouden worden versierd met de honderden, al dan niet duizenden moskeeën, gebedshuizen en stichtingen waar Allah wordt aanbeden’.

‘Zeg ouders’, schreef GeenStijl, ‘willen jullie dit subversieve tuig voor de klas hebben staan?’

Wat bedoelde u met die tekst?

‘Dat we door de economische vluchtelingen die in tweede helft van de vorige eeuw naar Europa kwamen, de gastarbeiders, de islam nu ook hier kunnen belijden. Ik ben moslim. Vanuit mijn perspectief is dat vooruitgang.’

U verdiept zich in de geschiedenis van de islam. Dat slaat aan in de moslimgemeenschap. Waarom?

‘Vooral omdat de geschiedenislessen die ze op school krijgen niet aansluiten bij hun belevingswereld. Die lessen zijn vaak heel eurocentrisch, het gaat in grote lijnen nog over het succesverhaal van Europa, waarbij andere delen van de wereld als minderwaardig worden gezien.

‘Ik zet daar een ander verhaal naast. Geen anti-Europees verhaal, een eigen verhaal. Daar is onder moslims in Nederland veel behoefte aan, net als onder de nazaten van de tot slaaf gemaakten behoefte is om hun geschiedenis te horen. Je kunt alleen een kritische burger worden als je weet waar je vandaan komt.’

Wat gebeurde er na dat stuk op GeenStijl?

‘Joram van Klaveren van de PVV stelde vragen over mij in de Tweede Kamer. Die is nu overigens bekeerd tot de islam, maar dat terzijde. Hoe het kon dat ik nog les mocht geven? Voor mij was dat een grote teleurstelling. Ik wilde groot worden als historicus, haalde prachtige cijfers, volgde versnellingstrajecten voor goede studenten. En nu hing mijn carrière aan een zijden draadje door zo’n onschuldig blogje.’

Kreeg de AIVD u hierdoor in het vizier?

‘Misschien. Toen ik bij het Cornelius Haga Lyceum ging werken, vermoedde ik dat ze ermee aan de haal konden gaan. Dat ik als steunbewijs zou worden gebruikt als ze de school ooit in een kwaad daglicht zouden willen stellen.’

Is het zo simpel?

‘Iedereen die iets doet met moslims of islam, komt vroeg of laat op een verkeerd lijstje terecht. Het feit dat ik online actief ben is genoeg. Als docent weet ik welke telefoontjes er bij scholen binnenkomen. Dat de politie vraagt of we even willen meekijken, omdat een jongen opeens is gaan bidden.’

Gebeurt dat vaak?

‘Natuurlijk. Ik ken een student op een hogeschool die tijdens een debatles werd ingedeeld in een groep die een standpunt tegen homoseksualiteit moest verdedigen. Hij had een paar goede argumenten. Hup, politie aan de deur. Je komt gewoon op lijstjes.’

En Haitham Al-Haddad dan? Volgens het ambtsbericht van de AIVD onderhield Tekin banden met de omstreden Britse imam, wiens uitspraken geregeld het nieuws haalden.

Zo zei Al-Haddad in 2012 in het Amsterdamse debatcentrum De Balie dat westerse moslims na overspel graag naar een islamitische staat zouden willen reizen om daar gestenigd te worden. Andere uitspraken die aan hem zijn toegeschreven, zoals dat Joden ‘afstammelingen van apen en varkens’ zijn, heeft hij volgens een Britse rechter niet gedaan. De Britse krant The Telegraph, die deze woorden bij Al-Haddad in de mond gelegd had, moest in 2015 rectificeren.

Schooldirecteur Soner Atasoy erkende eerder al dat Al-Haddad op het Haga Lyceum was geweest. Hij kwam daar op eigen verzoek en na schooltijd. Contact met leerlingen had hij niet. De prediker bevestigde dat destijds in een mail aan de Volkskrant.

Nam u hem mee naar school?

‘Daar ga ik niets over zeggen. Niet over hoeveel contact ik met hem had. Of wat ik van hem vind. Ik hoef me daar niet voor te verantwoorden, potverdorie. Snapt u dat het te ver gaat?’

U vindt het een principezaak? Moslims moeten geen afstand nemen van andere moslims, alleen omdat seculiere Nederlanders dat eisen?

‘Inderdaad. Want dat vragen ze ook bijna nooit aan Joden als een Joodse radicaal iets flikt, of aan blanken als een blanke radicaal iets roept.

‘Het enige wat ik daarover wil zeggen: moslims geloven niet in de ontwrichting van samenlevingen. En al helemaal niet in terrorisme. Wij hebben zelfs clausules in onze religie die stellen dat we ook onder niet-moslimgezag de openbare orde niet mogen bedreigen.’

Over Al-Haddad zegt u verder niets?

‘Ik begrijp dat mensen ernaar vragen, want ik ben geen idioot. Maar ik ga er niet in mee. Ik ga me niet verantwoorden. Kijk gewoon naar wat de diensten over mij hebben gemeld. En wat de rechtbank daar vervolgens over zei. Ze hadden op basis van hun bevindingen nooit mogen stellen dat ik een salafistische aanjager ben.’

Waarom stonden die banden met Al-Haddad dan in het ambtsbericht?

‘Omdat ze steunbewijs nodig hadden. Ze hebben waarschijnlijk op Facebook een foto gevonden waar ik samen met hem op sta.’

Wat kunnen ze nog meer van u hebben gevonden op Facebook waardoor ze dachten: Tekin is niet pluis?

‘Niet veel. Niets. In het ambtsbericht zegt de AIVD drie dingen over mij. Over die salafistische jongerenorganisatie. Die is niet salafistisch. Over contact met Al-Haddad, die ze een shariageleerde noemen. Dat klinkt omineus, maar sharia is gewoon een synoniem voor islam. Dat woord gebruiken ze om er een vieze smaak aan te geven. En van die islamgeleerde was ik dan de tussenpersoon richting zijn Nederlandse vertegenwoordiging.’

Was u dat?

‘Nee, natuurlijk niet! Maar ook dit vind ik een ongemakkelijke vraag. Ze gooien een verdenking op tafel en dan moet ik die vervolgens weer ontkrachten. Anders kom ik verdacht over.

‘En weet u: buiten het feit dat dat ambtsbericht in elkaar is geflanst, vind ik de conclusie die ze trekken, dat ik een salafistische aanjager ben, echt mind-blowing. Een salafistische aanjager! Dat is volgens de definitie van de NCTV iemand die anderen actief aanzet tot polariserend, onverdraagzaam en anti-democratisch handelen.’

En zulke uitspraken doet u nergens?

‘Nee. Absoluut niet. Nou ja, je kunt sommige zinnen natuurlijk op die manier interpreteren, als je dat graag wilt. Dan kunnen ze zeggen: hij heeft geschreven dat hij de profeet en diens opvolger en diens opvolger heel wijze figuren vindt. Dat zou je dan salafisme kunnen noemen, want salafisten volgen de eerste generaties. Maar jongens, ik ben moslim en álle moslims houden van de profeet en zijn opvolgers. Volgens deze definitie zijn alle soennitische moslims salafisten.’

Het zat hem dwars. Dat hij zich nauwelijks kon verweren tegen de aantijgingen in het ambtsbericht van de AIVD. Hij kon hooguit zeggen dat hij niets strafbaars had gedaan, dat de politie hem nooit van zijn bed had gelicht, dat de diensten nooit iets vonden waarmee het Openbaar Ministerie een strafzaak kon beginnen.

Maar verder? Verder is het lastig met diensten tegenover je die zich in stilzwijgen hullen, diensten die uit principe niets zeggen over de onderliggende stukken waarop ze hun waarschuwingen baseren, omdat ze hun bronnen en methoden moeten beschermen.

Geschiedenisdocent Kasim Tekin: ‘Zijn wij moslim? Ja. Houden we van de Koran? Ja. Maar dat is toch geen reden om mij zo aan te pakken, als een enge man neer te zetten?’ Beeld Sébastien Van Malleghem
Geschiedenisdocent Kasim Tekin: ‘Zijn wij moslim? Ja. Houden we van de Koran? Ja. Maar dat is toch geen reden om mij zo aan te pakken, als een enge man neer te zetten?’Beeld Sébastien Van Malleghem

Dat Kasim Tekin misschien toch niet zo gevaarlijk was als de AIVD suggereerde, bleek voor het eerst op 11 juli 2019, een half jaar na dat ambtsbericht. Toen publiceerde de Onderwijsinspectie een rapport over het Haga Lyceum, een rapport dat kritisch was over de school, maar mild over Tekin.

De inspectie noteerde dat er geen aanwijzingen waren gevonden dat Tekin ‘zich in de school uit op een wijze die in strijd is met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat of integratie tegengaat’.

Enkele maanden daarna concludeerde de toezichthouder op de AIVD in een rapport dat de NCTV profielen van de in het ambtsbericht genoemde aanjagers had verstrekt aan de Onderwijsinspectie. Die profielen bestaan volgens de toezichthouder uit openbaar toegankelijke informatie, en zijn door de analisten van de NCTV voorzien van ‘eigen duiding en conclusies die zeer belastend zijn’.

Weer enkele maanden later volgde de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank. Die oordeelden dat minister Arie Slob van Onderwijs nooit had mogen eisen dat het bestuur van het Haga Lyceum zou plaatsmaken. Ook maakten de rechters gehakt van het profielen. ‘De analyses hebben niet altijd een logische opbouw en niet altijd is inzichtelijk op welke feitelijke bevindingen sommige conclusies zijn gebaseerd’, meldt het vonnis. ‘Dit klemt temeer omdat ook niet is vermeld wie de opsteller van de analyse is, zodat onduidelijk is wat de expertise van de opsteller is.’ Tekin had nooit als salafistische aanjager mogen worden bestempeld, concludeert de rechtbank dus.

Een veeg uit de pan voor de NCTV. Maar er was weinig ophef.

‘Er was geen spoeddebat, er volgden geen ontslagen. Ik had gehoopt dat minister Slob hier een draai zou maken. Dat hij zou zeggen: de rechter heeft ons teruggefloten, die school mag toch gewoon bestaan. In plaats daarvan ging de strijd door. De Tweede Kamer vroeg hem alleen waarom hij faalde in zijn missie ons kapot te maken.’

Wat dacht u toen?

‘Het deed me denken aan een aflevering van de animatieserie South Park. Een van die poppetjes wordt uitgescholden omdat hij dik is. Hij neemt revanche door die ander het aidsvirus in te spuiten. Dan wordt het schoolbestuur erbij gehaald. De jongen moet uitleggen waarom hij dat virus inspoot, en hij zegt dan: hij zei dat ik dik was! En dan keren al die mensen zich tegen die andere jongen. Ik voel me als die jongen die aids ingespoten kreeg.’

Naar aanleiding van de berichten in NRC heeft advocaat Bisar Çiçek een meldpunt opgericht voor mensen die zeggen slachtoffer te zijn van de werkwijze van de NCTV. Heeft u zich gemeld?

‘Ik heb hem gesproken. Het eerste wat ze gaan doen, is het opvragen van de dossiers. Ik weet natuurlijk al wel deels welk knullig prutswerk er in mijn dossier staat. Maar uit het NRC-artikel maak ik op dat er ook dingen zijn geregistreerd die ik nog niet wist. Dat ze waarschijnlijk hebben vastgelegd wie mijn vrouw is en hoeveel kinderen ik heb. Waar zijn ze dan mee bezig, vraag ik mij af. Misschien wil ik mijn dossier dus wel opvragen.

‘Tegelijkertijd heb ik geen zin in weer een gevecht met de overheid. Het voelt slecht om het op te nemen tegen de dienst die mij moet beschermen.’

Hoe zou de NCTV dan te werk moeten gaan?

‘De NCTV zou analyses meer moeten checken bij andere wetenschappers. Zodat ze kunnen zeggen: deze analyse van ons wordt gedeeld door die wetenschapper in Leiden, maar deze in Utrecht plaatst daar een kanttekening bij. Ik wil wel meedenken hoe het beter kan, haha.’

Wat gebeurt er als u ooit vertrekt bij het Haga Lyceum?

‘Ik weet het niet. Mensen gaan je googlen als je solliciteert. En dan vinden ze mijn naam in allerlei nieuwsberichten. Waarom zouden ze mij dan die baan geven?’

De NCTV wilde niet reageren op de uitspraken van Kasim Tekin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden