Ten onder aan gekte en grilligheid

Er is een beroemd mode-ontwerpersduo aan te pas gekomen (Oscar Suleyman) maar het zwarte bloesje met pofmouwen en bandplooien op borsthoogte zou zo uit grootmoeders rouwkleding kunnen komen....

Michael Jahoda ziet er potsierlijk uit, maar dat past wel bij deze gekke danser die een absurde motoriek altijd brengt alsof het dagelijkse kost is. Ook nu, in de nieuwste choreografie van Anouk van Dijk, doen eigenwijze schouderbladen en weglopende ellebogen hun werk. Jahoda duikt naar de grond, schudt en bibbert zijn billen en benen, luistert niet naar zijn armen en verstopt geregeld zijn hoofd in de glimmendgrijze gordijnen die het toneel omkaderen.

De vrouwen, Daniela Graen Nina Wollny, bewegen net zo grotesk en onrustig maar omdat hun blik serieuzer staat, lijkt hun grilligheid meer een gevolg van een run in een duistere omgeving. Zij zijn ook stemmiger gekleed: Grain een asymmetrische zwarte jurk met strik en Wollny in een overgooier van roesjes waar wel weer met grove schaar de borstpartijen uit zijn geknipt.

Gedrierennen ze te voorschijn om ieder in hun eigen lichtzuil een stevig opgejaagde solo te dansen. Met als terugkerend rustpunt een dribbel op de plaats, die wij van achter gade slaan. Met name Grais adembenemend in het subtiel uitslaan van haar voetenen onderbenen. Net als in eerder werk weet Van Dijk haar Drink me spannend te openen.

Daarna wordt de voorstelling echter steeds meer slachtoffer van de continu opgevoerde grilligheid die Van Dijks choreografiekenmerkt. Haar dansers doen eigenlijk niet normaal meer terwijl je daar af en toe hartstochtelijk naar verlangt. Het drietal duikt in, onder en achter de gordijnen en een stroboscoop wordt ingezet om de omgeving te laten 'vibreren' van, ja waarvan eigenlijk?

Van Dijk zegt in de flyer zich te hebben laten inspireren door Alice in Wonderland, die na het legen van een flesje met het etiket 'Drink me', zichzelf en haar omgeving van grootte en gedaante ziet veranderen. Hoe houd je je staande in een situatie die buigt en barst, is de vraag die de choreografe opwerpt. Daartoe keert telkens de uitgangspositie terug: de drie dansers die zich al dribbelend en vallend laten vangen door strakke lichtbundels en af en toe mimen of ze naar een flesje reiken. Maar telkens wijzigt de context. De kostuums zijn onderling gewisseld, tl-balken verspreiden een andere kleur licht of het subtiel veranderende geluidsdecor van Robert van Heumen krijgt een swingende ondertoon.

Het oogt en hoort allemaal als stijlvolle gekte: het strakke toneelbeeld van Marcel Schmalgemeijer met impulsief lichtspel, de klanken van tikkende klokjes, raspend metaal en kwetterende meeuwen. Maar de solistische strapatsen van de dansers zitten te zeer opgesloten in een zelfde soort excentriek idioom. Als aan het slot toch nog een duet plaatsvindt tussen Wollny en Jahoda, verbaast het niet dat daar niets meer uitkomt dan een bevroren afstandelijkheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden