Ten dode opgeschreven

'Er is geen reden je zorgen te maken over de terugkeer', mailde Nasa aan de bemanning van de spaceshuttle Columbia....

Wow.'Scott Hubbard, één van de ongeveer honderd getuigen bij 'een test maandagmiddag in het Texaanse San Antonio, kan zijn ogen niet geloven. Een op een stuk spaceshuttle-vleugel afgevuurd schuimblok heeft een gat van veertig bij veertig centimeter geslagen in de voorrand. Hubbard, lid van de commissie die het ongeluk met het ruimteveer Columbia onderzoekt, is voldaan, laat hij de verzamelde verslaggevers weten. 'Omdat we eindelijk het verband tussen het schuim en de schade in de vleugel hebben aangetoond.'Aan de andere kant, voegt hij er snel aan toe, heeft dit dus wel zeven doden veroorzaakt. 'That makes me feel very sad.'

De commissie van Hubbard brengt eind deze maand het definitieve rapport uit over het ongeluk met de Columbia, die op 1 februari bij terugkeer in de dampkring op ruim zestig kilometer hoogte in stukken uit elkaar viel. De commissieleden dubben nog over de precieze formuleringen. Hoe streng moeten ze zijn?

Het zag er aanvankelijk goed uit, op 16 januari, 10.39 's morgens, toen het ruimteveer Columbia voor zijn 28ste vlucht opsteeg van het Kennedy Space Center in Florida, voor een wetenschappelijke missie. De vlucht had ook een politieke lading, met de Israëlische astronaut Ilan Ramon aan boord. 'Amerikaanse presidenten gebruiken shuttle-vluchten vaak voor hun buitenlands beleid', zei John Pike van de denktank GlobalSecurity vorige week in de ruimtevaartkrant Orlando Sentinel. 'Het is een prachtige manier om indruk te maken.'

Dat was dit keer al behoorlijk lastig geweest. Vlucht STS-107 stond oorspronkelijk gepland voor zomer 2000, maar kortsluiting en lekkende brandstofleidingen hielden de Columbia, de oudste shuttle, tweeënhalf jaar aan de grond.

Tot 16 januari. Gedurende iets meer dan tachtig seconden was missie STS-107 een succes.

Het was al bekend dat er wel eens stukken isolatieschuim van de grote oranje sigaarvormige brandstoftank kunnen vallen. De laatste keer was dat gebeurd tijdens de lancering van de Atlanta, STS-112, in oktober 2002. Het stuk was afkomstig van de plek waar de neus van de shuttle door middel van twee schuine metalen stangen, in V-vorm, met de tank verbonden is.

De zogeheten bipod ramps, waar de stangen aan de tank vastzitten, zijn lastig bereikbaar voor de schuimspuitmachines die de rest van de tank met schuim bedekken. Dus wordt het schuim hier handmatig aangebracht, waarbij luchtbellen kunnen ontstaan. Nasa wist van het probleem, maar maatregelen bleven achterwege.

Dan moet je maar hopen dat zo'n brokstuk goed terechtkomt. Maar het stuk schuim dat 82 seconden na de lancering van de Columbia van de bipod ramp naar beneden viel, raakte de linkervleugel. Op televisiebeelden is een stofpluim te zien die onder de vleugel vandaan komt. En twee dagen later, tijdens de vlucht van de shuttle in een baan rond de aarde, zien waarnemers met telescopen dat er een onbekend fragment van de vleugel af komt. Kan dat kwaad?

Ingenieurs van Boeing, de fabrikant van de shuttle, komen op 23 januari met een antwoord. Met schattingen van grootte, snelheid en botshoek van het stuk schuim berekenen zij de mogelijke schade. Aanzienlijk, maar niet catastrofaal, is Nasa's conclusie. 'De shuttle kan veilig landen.'

De leider van de shuttlevlucht, Steve Stich, stuurt die dag een e-mail vanuit Houston naar shuttlecommandant Rick Husband en piloot William McCool, waarin hij hen inlicht over de botsing met het schuimbrok. 'Rick en Willie, jullie doen het fantastisch (...) Eén ding. Het is eigenlijk niet eens vermeldenswaardig, maar ik wil voorkomen dat jullie verrast worden door een vraag van een verslaggever. (...) Er is wat puin van de tank gekomen (...) Experts hebben het onderzocht. We hebben dit eerder gezien, bij andere vluchten, er is absoluut geen reden om je zorgen te maken over de terugkeer.'Het antwoord van de shuttlecommandant: 'Bedankt Steve! Thanks for the great work!'

Binnen Nasa is niet iedereen er gerust op. Robert Daugherty stuurt op 30 januari een e-mailtje naar verschillende collega's waarin hij speculeert dat het landingsgestel van de shuttle beschadigd kan zijn. Hij voorziet een buiklanding, of een ontsnapping met de schietstoel. 'Dan hebben we geen goede dag.'

Daugherty, door een collega als 'behoudende ingenieur'ingeschat, is nog optimistisch. Op zaterdag 1 februari, om 8.46 's ochtends, tijdens de terugkeer van de shuttle in de atmosfeer, boven de Stille Oceaan, kijkt commandant Rick Husband naar het hete plasma dat rond de shuttle stroomt. 'Het ziet eruit als een hoogoven', zegt hij. Anderhalve minuut daarna beginnen de meetinstrumenten in de linkervleugel rare uitslagen te vertonen. In Houston zien vluchtleiders de krachten en temperaturen oplopen. 'What in the world?', vraagt iemand. De verantwoordelijke flight director: 'Dit is niet grappig.'Houston meldt om 8.59 aan de shuttle: 'Jullie wieldruk...'en Husband geeft zijn laatste antwoord. 'Roger, uh, buh'. Houston maakt de zin nog af: '... is erg laag.'

Na het ongeluk zal shuttlemanager Ron Dittemoreeen tijdlang volhouden dat het brok schuim niet de hoofdoorzaak kan zijn geweest. 'De brokstukken van de externe tank kunnen het niet zijn geweest. Er moet een andere reden zijn.'Pas nadat een onafhankelijke commissie, de Columbia Accident Investigation Board

(CAIB), het onderzoek van de Nasa heeft overgenomen, komt het schuim weer in beeld als hoofdverdachte. Dittemore neemt ontslag.

Uit beelden van de val van het schuimbrok kunnen de onderzoekers afleiden hoe zwaar het moet zijn geweest. Ze komen uit op 750 gram, een stuk minder dan de ingenieurs van Boeing in januari dachten.

Dan is de grote vraag waar het brokstuk tegen de vleugel aan is gekomen, en of het daar genoeg schade heeft kunnen veroorzaken om de hete plasmagassen in de vleugel door te laten, die door een flink gat moeten zijn binnengedrongen.

In eerste instantie richten de onderzoekers zich op de hittewerende tegeltjes aan de onderkant van de linkervleugel. Maar de mogelijke schade die daar kan zijn ontstaan, kan nooit voldoende zijn geweest voor de extreme uitslagen van de temperatuurmeters en andere sensoren in de linkervleugel.

Ondertussen worden in de staten Texas en Louisiana duizenden brokstukken verzameld. Hoe verder naar het westen ze worden gevonden, hoe eerder ze naar beneden zijn gekomen. Wanneer de onderzoekers zo de linkervleugel reconstrueren, komen ze erachter waar die het het eerst heeft begeven.

Dat blijkt vlak achter de vleugelvoorrand te zijn geweest, achter de segmenten 8 en 9. Die segmenten, of de verbindingsstroken daartussen, allemaal gemaakt van hittewerende versterkte koolstofvezels (RCC), zouden door het stuk isolatieschuim kunnen zijn gescheurd.

De onderzoekers maken een soort radarpasfoto van het RCC-materiaal, en vergelijken die met de radarbeelden van het ongeïdentificeerde brokstuk dat op de tweede dag van de shuttlevlucht losliet. De beelden komen overeen: dat ding in de ruimte moet een stuk vleugelvoorrand zijn geweest.

Maar is dat koolstof zo kwetsbaar dat het een botsing met schuim niet kan weerstaan? De onderzoekers besluiten het ongeluk na te doen. Bij een eerste serie proeven begin juni wordt een schuimblok van 750 gram op de vleugelvoorrand van een testshuttle, de Enterprise, afgevuurd. Die rand is gemaakt van glasvezel, tweeënhalf keer zo sterk als koolstofvezel. Toch treden daarin al forse beschadigingen op.

De finale test, op 7 juli, wordt uitgevoerd met een vleugel van een echte shuttle, de Atlantis. Het gat laat aan duidelijkheid niets te wensen over. 'Waarom heeft Nasa dit nooit eerder gedaan', vragen de onderzoekers zich af.

Nu is ook de vraag weer open of de bemanning gered had kunnen worden. Volgens Scott Hubbard van de CAIB is het zeer twijfelachtig of het gat had kunnen worden gerepareerd. Ontnapping was vrijwel onmogelijk, zegt hij. Desalniettemin gaat de CAIB in een eindrapport, dat over enkele weken verschijnt, aanbevelen dat er een inspectie-en reparatiekit aan boord van de spaceshuttle moet komen.

Ontnapping lijkt in elk geval niet mogelijk voor het Nasa-management. De CAIB beschuldigt de Nasa-leiders ervan dat zij 'belangrijke signalen gemist hebben'. Ralph Roe, verantwoordelijk voor het ingenieurswerk aan de shuttle, en Roy Bridges, leider van het Kennedy Space Center in Florida en verantwoordelijk voor het vaststellen van de schade aan de Columbia na de lancering, zijn alvast overgeplaatst naar Nasa's onderzoekscentrum in Langley. Dat doet niets aan bemande ruimtevaart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden